|
Een gastvrije plek in het hart
van Haarlem
|
DE HAARLEMMER 22 DECEMBER 2011
Uit de anonimiteit
Waardig afscheid nu ook voor dak- en thuislozen
HAARLEM • Een koude maar mooie ochtend In Haarlem. De zon schijnt
bleekjes op de graven. Een groep van rond de zestig mensen heeft zich
verzameld in de aula van de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan.
De belangstelling van de pers Is groot en vertegenwoordigers van Het
Leger des Heils, Stem In de Stad, d. diaconie van de Protestantse
Wijkgemeente, de Brijderstichting, Monuta, de begraafplaats en enkele
uitvaartcentra hebben zich verzameld om de opening van het nieuwe
grafveld en de onthulling van het monument bij te wonen.
door Onno van Middelkoop
Jurjen Beumer van Stem in de Stad bijt het spits af en heet allen
welkom. Om daarna straatpastor Joris Obdam het woord te geven.
“Ik ben zo verheugd dat we straks iedereen een waardige
begrafenis kunnen geven. Zo direct wordt een aparte plek geopend voor
gestorvenen die hun eigen begrafenis niet (meer) kunnen betalen. Ook
die mensen verdienen een waardig afscheid, in plaats van zomaar onder
de groene zoden te worden geschoven, zonder moment van herdenken en
zonder identiteit.”
Meestal betreft het dak- en thuislozen en verslaafde mensen die hun
band met familie en vrienden zijn kwijtgeraakt. Jeroen van Stein van
Het Leger Des Heils is erg blij “dat mensen niet meer anoniem
hoeven te worden ‘gedumpt’. dat ze nu met waardigheid en
hun identiteit kunnen worden begraven. Samen met Jurjen Beumer onthulde
hij het sobere, glanzende zwarte monument waar de tekst ‘Licht
dat niet dooft, Liefde die blijft van Huub Oosterhuis in staat
gegraveerd. Daarna wordt het windlicht ontstoken en leggen alle
aanwezigen een witte roos op het monument.
Beumer draagt een Keltisch pelgrimsgedicht voor: ‘Moge de weg
open staan om je te ontmoeten. Moge de wind altijd in je rug staan.
Moge de zon schijnen. warm op je gezicht. Moge de regen vallen, zacht
op je velden. En tot we elkaar weer ontmoeten; Moge God je houden
in de palm van zijn hand.’ Op het veld is ruimte voor zestig
graven. Straatpastor Joris Obdam is erg opgetogen over het nieuwe
grafveld. “Ik ben zo blij dat we dat niet meer hoeven mee te
maken, om met een paar vrijwilligers en medewerkers kil en stil bij een
graf te hoeven staan waar geen naam op staat. Het verschil wordt nu dat
er stil kan worden gestaan tijdens de avondwake, de viering en de
ceremonie vooraf aan de begrafenis. Nu is ook het anonieme van het
begraven verleden tijd. In het verleden was het dus niet mogelijk om
mensen te terug te vinden. Dat kan straks wel.”
Veelal betrof het mensen die problemen hadden met de familie én
mensen die geen geld hebben. Jeroen van Stein: “Die werden dan
door de gemeente begraven en op z’n Hollands gezegd gedumpt. Uit
de wagen werd de kist meteen het graf in gezet zonder enige vorm van
herdenking. Schrikbarend gewoon.
Nu kan het eindelijk in Haarlem dat mensen op een menswaardige manier
begraven worden, dat is het allerbelangrijkste.” Opvallend is de
afwezigheid van de doelgroep zelf. Obdam: “Ze leven al dagelijks
vaak op het randje van de dood. Het is voor die mensen dan ook heel
confronterend om naar deze plek toe te gaan waar je in de toekomst zal
komen te liggen. Maar ik verwacht dat ze wel stiekem gaan kijken als ze
er meer berichten over horen en zien hoe mooi het eigenlijk is.
Deze speciale herdenkingsplek is een initiatief van Stem in de Stad
(straatpastoraat), begrafenisonderneming Monuta, de Gemeente Haarlem,
de Diaconie van de Protestantse Wijkgemeente Centrum, het Leger des
Heils, Brijder-Verslavingszorg en Uitvaartcentrum Haarlem. Anita van
Bokhorst van Nirvana gedenktekens sponsort het nieuwe monument. Anoniem
de grond in behoort in Haarlem vanaf nu tot het verleden.
Terug naar in de media
|
HAARLEMS DAGBLAD 20 DECEMBER 2011
Laatste rustplaats voor zwervers en daklozen op Algemene Begraafplaats
'Moge de zon schijnen, warm op je gezicht'
OOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Een zuil van glanzend zwart graniet markeert de plek op de
Algemene Begraafplaats. Hier zullen de naamlozen in Haarlem voortaan
hun naam ook na hun dood dragen. Een laatste rustplaats op stand.
Met de onthulling van de zuil is maandagmorgen de plek in gebruik
genomen bedoeld voor Haarlemmers die hun eigen begrafenis niet kunnen
betalen.
Tot dusver belandden zulke mensen - veelal zwervers, daklozen en verslaafden - in een anoniem graf.
,,Vaak was er slechts tien minuten om het stoffelijk overschot te laten
afdalen”, zegt Joris Obdam, straatpastor bij Stem in de Stad en
mede-initiatiefnemer. “En dan verdween weer één van
onze ‘jongens’ en ‘meisjes’ onder de
zoden.”
Dankzij onverwacht brede hulp van begrafenisonderneming Monuta, de
gemeente Haarlem, de Diaconie van de protestantse Wijkgemeente Centrum,
Leger des Heils, Brijder
Verslavingszorg, uitvaartcentrum Haarlem en Stem in de Stad is deze vorm van medemenselijkheid van de grond gekomen.
Robuust
‘Licht dat niet dooft, liefde die blijft’, een dichtregel
van Huub Oosterhuis, markeert het monument op het grafveld, niet ver
van de Kleverlaan.
Het oogt robuust. ,,India black”, zegt Anita van Bokhorst, eigenaar van Nirvana Gedenktekens. Zij sponsort het monument
dat maandagmorgen is onthuld. Het wordt gesierd met een teken zoals dat
onder hobo’s, Amerikaanse zwervers, in zwang is. Een pijl, als
teken van vertrek. Duurzaam”, oordeelt Fons Snel, werknemer op de
begraafplaats, over de kracht die van het monument uitgaat.
De aanwezigen die maandagmorgen de ingebruikneming bijwonen, wordt
gevraagd een roos neer te leggen bij het nieuwe gedenkteken. Ter
nagedachtenis aan generaties die hier in Haarlem naamloos begraven
werden. Predikant Jurjen Beumer, directeur van Stem in d Stad, komt met
een gebed, van Iers-Keltische origine:
‘Moge de weg openstaan om je te ontroeren/
Moge de wind altijd in je rug staan/
Moge de zon schijnen, warm op je gezicht!
Moge de regen vallen, zacht op je velden!
En totdat we elkaar weer ontmoeten:,
Moge God je houden in de palm van zijn hand.’
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 14 DECEMBER 2011
Armen in Haarlem niet langer naamloos in graf
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Op de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan wordt
maandagochtend een aparte plek geopend voor gestorvenen die hun eigen
begrafenis niet kunnen betalen. Vaak zal het dak- en thuisloze mensen
betreffen die hun band met familie en vrienden zijn kwijtgeraakt.
De bedoeling is dat Haarlemmers, die bekend zijn bij Brijder
Verslavingszorg, de Sociale Dienst of bij het interkerkelijke centrum
Stem in de Stad, niet langer anoniem in een graf worden begraven.
Straatpastor Joris Obdam (32) uit Haarlem: ,,Ik ben daar vaak bij
geweest. Het is meestal een kale en kille bedoening, rond een uur of
negen in de ochtend. Naamloos in de dood. Als je het bruut wil zeggen:
Zand erover, dichtgegooid, klaar.”
De mensen van de Algemene Begraafplaats doen volgens Stem in de Stad
hun best om met zoveel mogelijk respect een teraardebestelling af te
handelen. Obdam: ,,Bij Nico Wissen en Fons Snel van de begraafplaats
leefden ook al ideeën om geen genoegen te nemen met de bestaande
praktijk, want het blijft een goedkoop geheel. Het crue - en dat is de
reden waarom we verandering wilden - is dat de tijd om afscheid te
nemen, zo beperkt is.”
Midden op de begraafplaats komt een zuiltje met een tekst van Huub
Oosterhuis: ‘Licht dat niet dooft, liefde die blijft.’
Pastor Obdam: ,,Daarboven komt een pijl, zoals die in de wereld van de
hobo’s, de zwervers, wordt gebruikt. Een pijl omhoog. Teken voor
vertrek.”
Er is plek voor zestig graven. Daarnaast krijgt iedereen die daar
begraven wordt een eigen grafteken met naam en geboorte- en
overlijdensdatum. Pastor Obdam: ,,Dat is een gift van Anita van
Bokhorst van Nervana Gedenktekens in Haarlem.”
Deze speciale herdenkingsplek is een initiatief van Stem in de Stad
(straatpastoraat), begrafenisonderneming Monuta, de Gemeente Haarlem,
de Diaconie van de Protestantse Wijkgemeente Centrum, Leger des Heils,
Brijder Verslavingszorg en Uitvaartcentrum Haarlem.
Terug naar in de media |
Project van samenwerkende kerken in Haarlem zoekt met spoed 15 buddy's
Leren omgaan met geld - nooit te laat
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - ,,Voorbeeld? Vrouw komt uit Turkije, trouwt met Turkse
Nederlander, krijgt kind en man gaat er met de Noorderzon vandoor. Het
goede mens is moederziel alleen - zelfs scheiden van die vent om
z’n naam kwijt te raken, is een probleem”.
Je hoeft echt geen ‘big spender’ te zijn om in grote
financiële problemen te komen, wil Ellen Schildwacht (66) maar
zeggen. Sinds enkele weken geeft ze leiding aan het gloednieuwe
‘Maatjesproject’, dat met steun van drie kerkelijke
groeperingen Haarlemmers opvangt, die stuklopen op een muur van
financiële verplichtingen.
Het Maatjesproject dat Stem in de Stad, De Diaconie en stichting
Geloven in de Stad in Haarlem in het leven hebben geroepen, heeft de
morele steun van de stad Haarlem en is - op een startsubsidie van de
rijksoverheid na - zelfbedruipend. Het
enige dat ontbreekt zijn vrijwilligers. Om precies te zijn:
buddy’s. Vrijwilligers die mensen in geldelijke nood op weg
kunnen helpen. Voor 1 januari 2012 moeten er vijftien zijn, anders gaat
het Maatjesproject niet echt van start.
Het Maatjesproject vangt mensen op voor wie de officiële
schuldhulpverlening (zie kader hieronder) geen soelaas heeft kunnen
bieden. ,,Bovendien komt een aantal mensen niet in het officiële
traject terecht, omdat de Sociale Dienst heel harde voorwaarden
stelt”, legt coördinator Ellen Schildwacht van het
Maatjesproject uit. ,,Er zitten mensen bij die psychisch gezien niet
zeifredzaam zijn. Ze zijn niet in staat om voor zichzelf te zorgen,
maar ze zijn te goed om te worden opgenomen.
Een tweede groep die tussen wal en schip komt zijn de mensen die slecht
kunnen lezen en niet in staat zijn formulieren in te vullen.”
Humanitas helpt in de praktijk die gevallen op weg - daar wordt de hele
aanvraag compleet gemaakt, zodat de Sociale Dienst aan de slag kan.
Maar dan is het maar de vraag of de mensen met een grote schuld niet
bezwijken onder de strenge regels die hen worden opgelegd.
In veel grote steden in Nederland functioneren al
‘Maatjesprojecten’, waarbij gewone Nederlanders anderen
helpen met hun huishoudboekje, of simpelweg met het vinden van hun weg
door ambtelijke instanties. Dat doen ze na een krachtige, intense
training. De eerste effecten zijn hoopgevend: nog eens vier op de tien
Nederlanders die hun schulden willen regelen, komt er langs deze weg
uit.
,,Die Turks-Nederlandse mevrouw uit mijn voorbeeld heeft begeleiding
van de allereerste buddy die we al hebben weten aan te trekken. Mede
daardoor is haar situatie nu in beeld bij de Sociale Dienst en lijkt ze
op de goede weg - alleen al omdat ze het idee heeft dat ze er niet meer
alleen voor staat”, legt Ellen Schildwacht uit. ,,En dan nog. Met
leven op 95 procent van bijstandsniveau mag je geen gebruik maken van
de Voedselbank.”
Schuidhuipverlening zwaar traject
HAARLEM - Zeven op de tien Nederlanders die in de schuldhulpverlening
terecht komen, vallen uit de boot die hen in financiële veiligheid
had moet brengen. Ook in de regio Haarlem. Het traject is
‘loeizwaar’ voor de getroffenen.
Als de schulden je boven het hoofd groeien, kom je uiteindelijk bij de
afdeling Schuldhulpverlening van de Sociale Dienst. Voor alle mensen
die in dat zogeheten ‘minnelijke traject’ van de Sociale
Dienst komen, geldt dat hun 'aflossingscapaciteit’ wordt
vastgesteld. Ellen Schildwacht, coördinator van het nieuwe
Maatjesproject: ,,Als dat op 100 euro per maand wordt geschat, dan moet
hij of zij 3600 euro in drie jaar aflossen. Stel diegene heeft een
schuld van 25.000 euro. Op het moment dat de aflossing goed loopt,
schrijft de Sociale Dienst alle schuldeisers aan en begint aan een
regeling, waarbij zij ieder tien procent krijgen tegen finale
kwijting.”
Als niet alle schuldeisers aan zo’n ‘minnelijke’
regeling meewerken, komt er een verklaring voor de Wet Schuldsanering
Natuurlijke Personen. Dan komt de zaak bij de rechter en belandt de
persoon in kwestie bij een bewindvoerder in een nog strenger wettelijk
traject. Schildwacht: ,,Sjoemelen wordt niet getolereerd. Bovendien
wordt geëist dat het gezinsinkomen wordt verhoogd; in een
traditioneel huwelijk moet ook de vrouw werk vinden om zoveel mogelijk
aflossingscapaciteit binnen te halen. Een auto moet worden verkocht.
Rashonden, muziekinstrumenten, de ketting van oma - alles moet te gelde
worden gemaakt. Als je bij de rechtbank terecht komt, maakt je
bewindvoerder zelfs alle persoonlijke post open. Maar na drie jaar
sappelen - je hebt vijftig euro per maand voor eten en kleren - heb je
een schone lei.”
Gezocht: buddy’s
Het Maatjesproject van de gezamenlijke kerken en diaconie in Haarlem
zoekt buddy’s (m/v) die stadsgenoten willen helpen uit de
financiële ellende te geraken. Het gaat om vrijwilligerswerk,
waarvoor je een korte en intensieve training krijgt. Met de klus is
wekelijks ongeveer vier uur gemoeid. Info: Ellen Schildwacht, tel.
023-5342891.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 27 SEPTEMBER 2011
Liefdewerk Vincentius Carré bijna klaar
HAARLEM
- Op de bouw van een bovenwoning en een metamorfose van een
middeleeuwse kelder tot stiltecentrum na, is de bouw van het Vincentius
Carré vrijwel afgerond. In aanwezigheid van bouwvakkers, tientallen
vrijwilligers, bestuursleden en functionarissen van gemeente en
kerkelijke gezindten werden de belangrijkste panden van Stem in de
Stad, Haarlem Effect en wijkcentrum Binnensteeds gistermiddag
feestelijk geopend. De officiële opening zal over een maand worden
verricht door prinses Máxima. "Dit is een plek waar liefdewerk werd, is
en zal worden verricht”, zei Niny van Oerle, oud-CDA-kamerlid en
betrokken bij diaconaal werk in Haarlem. Ze nam het eerste exemplaar
van ‘Liefdewerk in het hart van Haarlem’, een geschiedenis van
diaconaal werk op deze plek, in ontvangst.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 15 SEPTEMBER 2011
Stem in de Stad trekt aandacht Máxima
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Prinses Máxima opent op 25 oktober het nieuwe gebouw
van Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt in Haarlem. Het
interkerkelijk centrum komt op voor mensen in nood die niet goed (meer)
mee kunnen komen in de samenleving.
Het gerenoveerde pand in het Centrum van Haarlem is onderdeel van het
Vincentius Carré. Het biedt onderdak aan diverse afdelingen van
Stem in de Stad. Er is een aanloopcentrum waar iedereen welkom is voor
een ontmoeting of een kop koffie. Daarnaast is er een medische post van
de GGD en een straatpastor. Ook asielzoekers en vluchtelingen kunnen
bij Stem in de Stad terecht voor steun en opvang.
Directeur Jurjen Beumer is blij met de belangstelling van prinses
Máxima voor mensen die de hoek zitten ‘waar de klappen
vallen’. Beumer: "Ze heeft te kennen gegeven juist hen die dag te
willen ontmoeten.”
Mensen die te maken hebben met sociale uitsluiting en armoede kunnen op
spreekuren in het huis terecht voor aandacht en praktische hulp. De
afdeling religie, cultuur en spiritualiteit van Stem in de Stad houdt
zich bezig met het organiseren van vieringen, cursussen en lezingen en
verzorgt de contacten met andere religies in Haarlem. Tot slot biedt
het pand ruimte aan een sociaal restaurant. De activiteiten worden
mogelijk gemaakt door 175 vrijwilligers en negen beroepskrachten.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 6 SEPTEMBER 2011
Vincentius terug in hartje stad
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Vincentius keert terug aan de Nieuwe Groenmarkt, al is
‘t niet als naamgever van een eetvoorziening voor daklozen,
verslaafden en eenzamen. Het zorgcomplex, dat onderdak biedt aan Stem
in de Stad, Stichting Haarlem Effect en huisvesting voor gehandicapten,
zal maandag 26 september na een ingrijpende renovatie de deuren openen
als Vincentius Carré.
De panden aan de Nieuwe Groenmarkt en aan de parallel daarachter
gelegen Zoetestraat hebben eeuwenlang onderdak geboden aan charitatieve
en sociale voorzieningen in Haarlem.
Door ruimhartige financiële steun van Stichting Sint Jacobs
Godshuis kunnen die functies de hier niet alleen blijven, maar verder
worden uitgebreid. het neveneffect van de renovatie is dat onder
leiding van oud-stadsarchitect Joop Slangen een conglomeraat van soms
oude pandjes is gered van de sloophamer.
De werkzaamheden van wat in de volksmond wel de ‘Sociale
Boulevard’ wordt genoemd, werden zeven jaar geleden begroot op
3,1 miljoen euro. Uiteindelijk hebben Stichting Vincentius van Paulo
Haarlem en het Sint Jacobs Godshuis 3,8 miljoen euro moeten investeren.
De inrichting van de panden die door Stem in de Stad worden gehuurd,
beloopt nog eens vier ton. Daarnaast droegen sponsors als Ikea en
Sikkens Verven veel in natura bij.
Het Vincentius Carré zal opnieuw onderdak bieden aan een
overigens gloednieuw sociaal restaurant. Als Eethuis Stem in de Stad
zal het driemaal per week maaltijden bieden aan mensen die weinig te
eten hebben. Het ligt in de bedoeling dat restaurant later ook voor
bredere doelgroepen open te stellen.
‘Liefdewerk in het hart van Haarlem’
De heropening van het Vincentius Carré op
maandag 26 september is voor Uitgeverij SpaarenHout reden om de
geschiedenis van charitatief en social werk in de Haarlemse binnenstad
te boekstaven In de serie Haarlemse Miniaturen (deel 81) komt eind deze
maand de bundel ‘Liefdewerk in het hart van Haarlem’ uit.
Vijf auteurs - Jurjen Beumer (directeur Stem in de Stad), Ans van
Keulen (verantwoordelijk voor diaconaal werk bij Stem in de Stad),
Krijn Kramer (voorzitter van de Stichting Vincentius van Paulo
Haarlem), Herman Moné (voorzitter van stichting Sint Jacobs
Godshuis), architectuurhistoricus Mariette Polman en architect Joop
Slangen beschrijven ieder vanuit hun functie en betrokkenheid bij het
Vincentius Carré hoe er aan de Nieuwe Groenmarkt actief gewerkt
wordt aan het oppakken van nieuwe maatschappelijke problemen en wat
daar allemaal bij komt kijken.
Ruimer jasje voor hulp aan de onderkant
DOOR JOHN OOMKES
"Stem in de Stad is de afgelopen jaren erg gegroeid. In ons oude pand,
net ten noorden van de Groenmarktkerk, waar duizenden mensen de weg
naar het Aanloopcentrum weten te vinden, knapten we uit ons
jasje.”
Jurjen Beumer, directeur van het Oecumenisch diaconaal centrum dat zich
sinds 1996 richt op de zwakken, behoeftigen en eenzamen in de Haarlemse
samenleving, is een tevreden mens. Vanaf 26 september heeft Stem in de
alle ruimte ter beschikking voor haar ‘eigentijdse werken van
barmhartigheid’ die maar denkbaar is.
"Wij ontvangen hier mensen uit Haarlem die ‘t om wat voor reden
dan ook niet zo voor de wind gaat. Dat varieert van dakloze verslaafden
tot mensen die het geestelijk even niet zien zitten tot asielzoekers.
Het Aanloopcentrum - één van de oudste in zijn soort in
Nederland - is daarvoor het ventiel. "Je moet ons situeren tussen de
instellingen voor maatschappelijke zorg en de onderkant van de
samenleving”, zegt Beumer.
In de volksmond heet zoiets ‘het afvalputje’. De predikant
van de Protestantse Gemeente in Haarlem knikt: "Ik weet ‘t, maar
ik houd niet zo van die term. Wij zijn er voor om mensen die overal
buiten vallen terug te krijgen in de ‘normale’, reguliere
voorzieningen.”
,,Het gaat om mensen in de Haarlemse samenleving die om wat voor reden
dan ook gemarginaliseerd zijn geraakt. Denk niet dat het alleen maar om
armen of behoeftigen gaat - we maken hier alles mee.”
Op de nieuwe, sterk verbeterde en grotere locatie binnen hetzelfde
huizenblok tussen Nieuwe Groenmarkt en Zoetestraat krijgt Stem in de
Stad steun van de GGD, die er een Medische Post vestigt. Daar kunnen
mensen die geen contact meer hebben met een huisarts terecht voor
onderzoek of medische hulp. Voorlopig is die steun nog beperkt tot de
dinsdag- en vrijdagmiddag, maar Beumer denkt ook aan een tandartspost.
"Niet als blijvend alternatief, maar om mensen terug te brengen naar de
normale zorg.”
Stem in de Stad draait op bijna 200 vrijwilligers en negen stafkrachten
in vaste dienst. Er zijn in de regel zo’n 800 à 900 gasten
die intensief worden begeleid. Beumer: "De behoefte aan diaconale en
sociale zorg in deze stad is vele malen groter. En die neemt toe, omdat
de bezuinigingen meer mensen in problemen zullen brengen.”
Opdrachtgever voor de renovatie van het Vincentius Carré is
Krijn Kramer, voorzitter van de gelijknamige stichting. "Wij hebben de
oecumenische weg gezocht, dus samenwerking met Stem in de Stad en de
kerken, toen Nederland twintig jaar geleden in sociaal opzicht
‘af’ was. De meeste gebouwen hier waren al in eigendom,
maar het ontbrak ons aan geld om hier te investeren, zodat dit centrum
we zo’n 25 jaar mee zou kunnen. Gelukkig hebben we toen steun
gevonden en borg gekregen bij het Jacobs Godshuis en vooral in de
persoon van Herman Moné, oud hoofd financiën van de
gerneemte Haarlem. Zonder hen was dit project niet gelukt. Nu moeten we
verder ons eigen broek ophouden. Dat kan zonder hoge huren te
vragen.”
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 6 JUNI 2011
Eten bij Stem in de Stad
Nieuwe kok zorgt voor thuislozen
DOOR WESSEL DE HEUS
HAARLEM - De dak- en thuislozen die drie keer peer week een gratis
maaltijd krijgen bij Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt, hoeven
niet te vrezen voor hun kost. Een chef met het hart op de goede plek
bereidt voor hen tegenwoordig de maaltijden.
De kok, met een restaurant in het centrum, wil liever niet publiekelijk
in verband gebracht worden met Stem in de Stad maar kookt met plezier
voor de organisatie. ,,Ik werd door hen benaderd en wil best voor hen
koken tot ze een vaste nieuwe kok hebben. Het is een uitdaging om voor
zo’n ander publiek te koken. Het moet smaakvol zijn, voedzaam
zijn en mag niet te veel kosten”, aldus de tijdelijke chef, die
anoniem wil blijven.
Elke maandag, woensdag en vrijdag kunnen minderbedeelden hier eten.
Vandaag staat rijst met kip op het menu en de belangstelling is groot.
De rij begint al op straat. Een man van middelbare leeftijd steekt een
sigaretje aan, zijn ongewassen lokken komen bijna in de vlam van de
aansteker, maar hij lijkt het niet te zien.
Voor hem staat een oude kleine man, hij heeft een kort uitgedroogd
leren jack aan en zijn vlassige grijze haar zit in een staartje. Ze
lopen stapvoets naar binnen. In de zaal is het warm en druk, aan zes
grote tafels zitten mensen te eten. ,,De meeste mensen die je hier ziet
kunnen niet of nauwelijks voor zichzelf zorgen”, zegt Ans van
Keulen, adjunct-directeur van Stem in de Stad. ,,Vaak zijn ze
verslaafd. Maar hier komen ook ouderen die financieel in de put
zitten.”
Hans (65) is niet verslaafd maar heeft vanwege geldproblemen wel een
paar jaar in zijn auto gewoond. ,,Ik ben twee jaar geleden dakloos
geworden. Ik heb er toen voor gekozen om in mijn auto te slapen. Als je
verder helemaal niets hebt, is het heel prettig dat je hier warm kunt
eten.”
Aan tafel blijft een enkeling hangen en maakt een praatje met zijn
buurman. Anderen zijn direct na de maaltijd alweer vertrokken, hun bord
is leeg, mes en vork liggen op tafel. Ze zijn de straat weer op.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 11 FEBRUARI 2011
Wachtend op verblijfsvergunning van verhuizing naar verhuizing
Familie Zangoyan leeft tussen hoop en vrees
DOOR JACQUELINE SCHADEE
HAARLEM -Vorige week vertrokken ze als aller-, allerlaatste bewoners uit de
sloopflats aan de Hannie Schaftstraat: vader en moeder Zangoyan en hun
vier kinderen. De familie woont nu in Overveen tot ze naar een andere
tijdelijke woning in Haarlem-Oost kunnen. Het wordt hun vijfde
verhuizing in zeven jaar.
De Zangoyans vluchtten bijna tien jaar geleden uit Armenië en wachten sinds 2004 in Haarlem op een verblijfsvergunning.
Op de brede oprijlaan in de lommerrijke Mauricialaan staan drie
fietsen. Ze zijn van Gayana (16), Jourik (t) en Khazal (iz), de oudste
kinderen van de familie Zangoyan. Binnen ziet het er minder alledaags
uit. Midden in de achterkamer staat een tweepersoonsbed, langs de muren
staan de verhuisdozen nog ingepakt. ,,We moeten toch zo weer
weg”, zucht Gayana, en schudt haar donkere krullen. ,,Ik vind het
heel vervelend om steeds te verhuizen. Elke keer moet ik weer mijn
spullen pakken. Voor kinderen uit mijn klas is het normaal om in een
huis te wonen en te weten dat je er mag blijven. Voor ons is dat het
paradijs.”
De Zangoyans zijn Jezidi’s, een bevolkingsgroep die noch
christen, noch moslim is en in veel landen van de voormalige
Sovjet-Unie onderdrukt en bedreigd wordt. De familie leidde in
Armenië een bestaan als herders. ,,Het is daar gevaarlijk voor
ons. De politie is niet te vertrouwen, dat is heel anders dan hier. We
zouden er ook nooit meer kunnen wennen”, zegt Gayana. In
afwachting van de zoveelste rechterlijke uitspraak verblijft de familie
in de ene na de andere tijdelijke woning in Haarlem, geholpen door de
stichting Stem in de Stad.
Vader en moeder Zangoyan mogen niet werken, en ook een taalcursus
volgen is verboden. Tijdens het gesprek zitten de ouders er stilletjes
bij, Gayana voert het woord en vertaalt. Henk Timmerman, vrijwillig
medewerker van Stem in de Stad, begeleidt de familie al een aantal
jaren. ,,Het is een hecht gezin en ze proberen zo’n normaal
mogelijk leven te leiden. Gelukkig doen de kinderen het hartstikke goed
op school. De jongste twee dochters gaan naar de Hannie Schaftschool,
broer Jourik zit op het Sterrencollege, Gayana naar de Paulusmavo. Via
het jeugdcultuurfonds kunnen de meiden muziekles volgen en zit Jourik
op voetbal. Zo kunnen ze zoveel mogelijk ‘gewoon’ kind
zijn.” Op school is Gayana de enige leerling die wacht op een
verblijfsvergunning. ,,Maar iedereen weet ervan. Ik heb er vaak genoeg
in de klassen over verteld. Iedereen leeft erg mee. Als we weer op een
uitspraak wachten, bellen leraren me thuis om te vragen hoe het gaat en
zo.” Volgens Timmerman trekt de onzekerheid over de toekomst een
zware wissel op het gezin. ,,Zeker in de tijd dat er weer een
beslissing aan zit te komen en er gesprekken zijn met de advocaat,
loopt de spanning hoog op. Dat merkt de school ook. En met het nieuwe
kabinet ziet het er niet gunstig uit voor de familie. We kunnen niet
anders dan afwachten en de ouders afleiding bieden. Zolang de procedure
loopt, zijn wij er voor ze.” Gayana is dankbaar voor de hulp van
de stichting. ,,Ik zou niet weten wat we moesten zonder hen”,
zegt ze. ,,Ze geven geld voor eten, ze helpen ons met school en als we
naar de dokter moeten. Zonder Stem in de Stad zouden we in de goot
leven.”
Mocht de verblijfsvergunning er uiteindelijk komen, dan wil Gayana
verder leren. ,,Ik wil advocaat worden, zodat ik mensen kan helpen die
in een situatie als die van ons zitten. Ik kan ze geruststellen en
ervoor zorgen dat het goed komt. En als het niet lukt om advocaat te
worden? Dan word ik mode-ontwerpster.”
Terug naar in de media |
HAARLEMS WEEKBLAD 12 JANUARI 2011
Jannie en Bert getrouwd op 11-1-2011
Met vuurwerk een nieuwe start
WLLEM BRAND
HAARLEM - Met vuurwerk wordt het huwelijk tussen Jannie en Bert
ingeluid! Een cadeautje van twee “bemoeizorgers” van de
Brijder Stichting op verzoek van Bert. Na de huwelijksvoltrekking bij
de Publieksservice wordt het bruidspaar onthaald op een met veel taart
en muziek zeer drukbezochte receptie bij Stem in de Stad.
Vrijbuiter Bert, geboren en getogen in een woonwagenkamp, is een bekend
gezicht in de stad. Altijd in voor een geintje, maar met een borreltje
teveel op ook wel eens te druk voor zijn omgeving.
Dat hij ooit nog een keer zou trouwen, had hij zelf nooit durven
denken. Een paar jaar terug nog, riep hij vlak voordat hij bij het
aanloopcentrum een gratis maaltijd zou gaan verorberen tegen een
voorbijganger: ,,lk heb niks meer, geen vrouw, geen huis, geen
geld.” Nu moet je niet alles wat Bert zegt voor zoete koek
aannemen, maar een kern van waarheid zat er zeker in. Jarenlang leefde
Bert het leven op het randje. Hij zwierf op straat, deed veel wat God
verboden had maar altijd was er die lach die het ijs brak en waar ook
Jannie voor viel. De twee ontmoeten elkaar in het aanloopcentrum, Bert
hielp Jannie aan een slaapplek en langzaam maar zeker groeide er iets.
Op 28 september 2010. de dag van het huwelijk van de vrienden Bertus en
Mannie, besloten Bert Smit (52) en Jannie de Jong (47) ook de stap te
maken. Nadat de ambtenaar bij de Publieksservice het huwelijk met een
ferme hamerslag had beklonken, roept Bert: ‘Ik was al bang, zijn
we net getrouwd, krijgen we een klap met de hamer’. Bij Stem in
de Stad zegent Jurjen Beumer het huwelijk in. Er zijn mooie woorden van
Hans Mathijsen van de Brijder Stichting. ‘Ik zie het huwelijk als
symbool voor een nieuwe start.’ Bruid Jannie bedankt iedereen
voor de liefdevolle opvang en daarna is het de hoogste tijd de
bruidstaart aan te snijden. Natuurlijk heeft Ajax-fan Bert het laatste
woord. ‘Nou mensen, aanvallen!’
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 18 NOVEMBER 2010
Tineke Lintjens neemt na bijna tien jaar afscheid van de opvang illegale asielzoekers
Vreemdelingen die verdwaald zijn zeker
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - ,,Migratie is van alle tijden’ zegt Tineke Lintjens.
,,Je gaat geen mensen uitzetten die geen paspoort hebben - dat is
grondwettelijk niet eens mogelijk.”
De vlam van solidariteit brandt in haar nog volop, ook al geeft
Lintjens na bijna tien jaar de brui aan haar energievretende
werkzaamheden bij Stem in de Stad, het aanloopcentrum van de Haarlemse
kerken in de binnenstad.
Gedurende het achter ons liggende decennium was ze steun en toeverlaat
van enige honderden asielzoekers, al dan niet illegaal. Vreemdelingen
die verdwaald zijn zeker, kunnen alleen rond december nog op brede
sympathie rekenen in dit land, dat van zichzelf in toenemende mate
beweert ‘vol’ te zijn. Noem het economische crisis,
recessie of simpelweg een almaar drukker wordende samenleving, maar
mededogen met medelanders is in Nederland al jaren op z’n retour.
We hebben immers genoeg aan onszelf, het gezin, de familie, de
kennissen, de collega’s en een vriendenkringetje. Niemand hoort
meer wie daar aanklopt, kinderen.
Uitgeprocedeerde asielzoekers worden soms maandenlang in detentiecentra
vastgezet, in afwachting van een enkeltje richting hun land van
herkomst. De omstandigheden waaronder dat gebeurt zijn vaak beklemmend,
zoals in Ter Apel waar de overheid diezelfde asielzoekers vaak maar
weer op straat zet omdat je zonder paspoort of laissez passer-document
nergens welkom bent.
,,Waar ik bang voor ben?”, zegt de 49-jarige Haarlemse, ,,Dat de
tweedeling zich doorzet die in Nederland aan de gang is en die achter
de vreemdelingenangst zit. Neem mijn kinderen. Ze zijn gekleurd, omdat
hun vader uit Zimbabwe komt. Ze worden nu voor het eerst uitgescholden
op straat. Ik weet wist wel dat dat gebeurt, maar als het je eigen
kinderen betreft, dan denk je: wat is hier aan de hand?”
,,Mijn jongste, acht jaar, krijgt te horen: ‘Je bent de kleur van
poep, vieze negerin.’ Maar ze is een echte Haarlemse, ze is hier
geboren en getogen. Dat raakt me evenveel als dat mijn cliënten
worden neergezet als illegale criminelen. Mogelijk worden mijn kinderen
uitgescholden door leeftijdgenootjes die dat van huis uit meekrijgen.
Dan kom ik terug bij de basis: de opvoeding, de scholen. Kinderen zijn
onze toekomst; kinderen moeten het gaan doen. Dus laat het tegengeluid
horen.”
,,Asielzoekers zijn per definitie geen criminelen”, vindt
Lintjens, ,,Het zijn mensen die geen verblijfsvergunning hebben en vaak
geen kant op kunnen. Voor de meeste mensen staat een illegaal gelijk
aan een crimineel. Waarom? Omdat wij ze opsluiten, omdat ze geen
papieren hebben. Dat onrecht drijft mij, Dat motiveert me om altijd
maar door te gaan en de samenleving te vertellen: jongens, dit deugt
niet. Criminelen sluiten we tijdelijk op. Illegale asielzoekers komen
nooit vrij en traumatiseer je voor het leven.”
‘voor zchzelf heeftt ze nu na veel overpeinzingen een
streep getrokken. De overweging was: wil Tineke Lintjens nog een
andere kant van het leven leren kennen, dan moet ze nu weg gaan
en haar coördinerende taken bij Stem in de Stad overdragen
Bovendien speelt een rol: dit werk sloopt je. Het is ook nooit
af. Lintjens: Je doet alles. We werken met veel vrijwilligers bij Stem
in de Stad en die werken ook heel hard. We hebben een noodopvang voor
asielzoekers uit de grond moeten stampen, de Schipholbrand. Dat heeft
er fors ingehakt. Maar ik heb er enorm veel voor teruggekregen. Ik hen
verrijkt door dit werk.”
Ze kan nog emotioneel worden door het lot dat één van
haar cliënten, de Haarlemse asielzoeker van Koerdisch-Turkse
komaf, Kemal Sahin, toen bij de Schipholbrand trof. Hij was
één van de elf mensen die het leven verloor. Met een
familielid van Kemal moest Tineke diens verbrande lijf identificeren;
een paar dagen later vloog ze het stoffelijk overschot terug naar
Kemals familie, vlakbij Izmir. ,,Ik kon daar niet uitleggen dat Kemal
onvrijer bij ons was, dan in Turkije waar hij zijn politieke
overtuiging niet kon uiten. Kemal was door onze ongastvrijheid gaan
behoren tot de onderklasse van de Haarlemse samenleving. Die groep
mensen komt bij Stem in de Stad dagelijks aanlopen.”
Lintjens waarschuwt voor het gebrek aan mededogen in onze tijd. ,,We
oordelen te hard: kijk, zeggen we dan, ‘dat’ loopt maar op
straat, heeft geen werk, is psychisch gestoord, het is een asielzoeker,
een illegaal. Maar het zijn op de eerste plaats mensen. Ik heb in dit
werk geleerd: sluit niemand uit.”
Natuurlijk: niet iedere asielzoeker is aardig en wij worden ook bedonderd bij Stem in de Stad. Wij trekken
in ons werk ook een grens: tot hier en niet verder. Maar je kijkt wel
anders naar mensen omdat dit werk moet worden gedaan
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 28 JUNI 2010
Besluit Haarlemse gemeenteraad verbaast Stem in de Stad
Uitgeprocedeerden?
‘t Gaat om 7, 8 mensen
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Stem in de Stad, de interkerkelijke Organisatie die de
afgelopen vijftien jaar een toevluchtsoord was voor kansloze
asielzoekers, reageert verbaasd op het besluit dat een meerderheid van
de Haarlemse gemeenteraad donderdag nam: de stad wil in principe de
noodopvang aan uitgeprocedeerden continueren.
Stem in de Stad, dat de afgelopen jaren de opvang van asielzoekers uit
naam van de gemeente voor zijn rekening nam, was de noodopvang aan het
afbouwen. Dat is het gevolg van de pardonregeling van 2009, als gevolg
waarvan ruim 26.000 asielzoekers een (tijdelijke) verblijfsvergunning
kregen.
,,Aan het ombouwen”, verbetert Jurjen Beumer, directeur van Stem
in de Stad. ,,We zitten midden in een proces waarin de afdeling
asielzoekers wordt omgetoverd in wat we het ‘Wereldhuis’
noemen. De restgezinnen die nog bij ons verblijven gaan we zodanig
faciliteren dat ze met onze hulp voor zichzelf kunnen zorgen.”
Bij de pardonregeling van 2009 werd afgesproken dat de gemeenten zich
zouden terugtrekken uit de zorg voor asielzoekers die buiten de
regeling vielen, en dat het rijk deze opvang juist voor zijn rekening
zou nemen. Volgens de Haarlemse gemeenteraad blijkt het rijk niets te
doen, waardoor uitgeprocedeerden, zoals gezinnen met kinderen, op
straat terecht kunnen komen.
Beumer is blij met het gebaar. ,,Er zullen altijd vreemdelingen in ons
midden verblijven, maar wij hebben geen cijfers over uitgeprocedeerden
die in Haarlem op straat belanden. Wij zorgen nog voor
‘restgezinnen in totaal zeven, acht mensen. We zullen met de
gemeente gaan overleggen over wat ons te wachten staat. In elk geval
zal dit besluit ook behelzen dat fondsen weer tot beschikking kunnen
worden gesteld - anders stelt het niks voor. Dat biedt in elk geval
perspectieven voor de mensen die nu nog een uitzichtsloos bestaan
leiden.”
In de hoogtijdagen van de toestroom van asielzoekers naar Nederland -
eind jaren negentig - had Stem in de Stad zo’n vijftien tot
twintig tijdelijke woningen, verspreid over de hele stad, tot haar
beschikking. Beumer:
,,Haarlem is sinds die tijd heel goed bezig geweest met de
problematiek. Niet alleen qua onderdak, ook bij het integreren van de
mensen met een verblijfsvergunning. En bij het vinden van werk voor
hen.”
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 26 JUNI 2010
Stad bereid asielzoekers op te vangen
DOOR RICHARD STEKELENBURG
HAARLEM - Haarlem is bereid uitgeprocedeerde asielzoekers weer
tijdelijk op te vangen. Een meerderheid van de gemeenteraad dringt op
deze opvang aan, nu de rijksoverheid de afspraken rondom
uitgeprocedeerde asielzoekers niet lijkt na te komen.
Gemeenten in Nederland zouden, als uitvloeisel van de zogeheten
Pardonregeling, stoppen met de opvang. Die taak zou worden overgenomen
door het Rijk. SP en Actiepartij constateren echter dat daar in de
praktijk niets van terecht komt, met als gevolg dat mensen op straat
komen te staan. Met steun van PvdA, GroenLinks, CDA en Ouderenpartij
dragen zij B en W op de opvang dan maar weer zelf ter hand te nemen.
Burgemeester Schneiders toonde zich geen voorstander. Hij wil zich
liever houden aan bestaande afspraken. Dat was ook de reden voor VVD en
D66 om het voorstel niet te steunen. De VVD ziet liever dat Haarlem bij
het Rijk aandringt op het alsnog nakomen van de afspraken.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 25 JUNI 2010
Voor asielzoekers en vluchtelingen Stem in de Stad
Broodbankactie brengt duizenden euro's op voor schrijnende situaties
DOOR NUEL GIELES
HAARLEM - De opbrengst van de jaarlijkse Broodbankactie van de Grote of
Sint Bavokerk in aanloop naar Kerstmis is vorig jaar uitgekomen op
5.237,23 euro. Tijdens drie zaterdagen werden twaalfhonderd zogeheten
diakenbroodjes verkocht, gebakken en beschikbaar gesteld door bakkerij
Van Vessem & Le Patichou.
Simone Gaasbeek, voorzitter van de diaconie Centrum overhandigde
woensdag een cheque ter waarde van het bedrag aan jurj en Beumer en
Tineke Lintjens van Stem in de Stad, coördinator van de afdeling
Asielzoekers van het oecumenisch diaconaal Centrum in de binnenstad aan
de Nieuwe Groenmarkt. Ieder jaar staat de Broodbankactie gedurende de
advent in het teken van een van de zeven Werken van Barmhartigheid uit
het Matteüs-evangelie. In 2009 was dat ‘Ik was vreemdeling
en gij hebt mij opgenomen’.
Tineke Lintjens: ,,De rol van de afdeling asielzoekers van Stem in de
Stad is veranderd sinds een groot aantal van hen door het generaal
pardon als gewone burgers door het leven gaan. Er is nog een restgroep
van vluchtelingen en afgewezen asielzoekers. Het gaat onder meer om
mensen uit Armenië, Azerbeidzjan en Ethiopië. We werken aan
de totstandkoming van een ‘Wereidhuis’, een veilige
ontmoetingsplek voor en door deze groep, waar ze samen praten en
problemen oplossen, computer- en taallessen volgen en activiteiten
organiseren.”
,,Dit geld kunnen we goed gebruiken in de vorm van leefgeld, bijzondere
schoolkosten, een onvoorziene fietsreparatie of medische
behandeling.”
Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de Broodbankactie 2010 in volle
gang, dit jaar in het teken van ‘de dorstigen laven: Ik had dorst
en gij hebt mij te drinken gegeven’. Diaken Sietse Bouma
daarover: ,,Als diaconieën in het centrum hebben we een band met
onze partnergemeente van African Divine Church in Kenia. Daar is
dringend behoefte aan schoon water. Met de actie willen we ons inzetten
voor één of meer waterpompen, met daaraan gekoppeld een
verantwoord exploitatieplan en een onderhoudsbudget. We hebben hier
contact met de afdeling ‘Technologies’ van het PWN, het
Provinciaal Waterleidingbedrijf Bedrijf Noord-Holland. Dat heeft
toegezegd de benodigde expertise en technische steun ter plaatse te
willen verzorgen. Het belooft weer een mooi project te worden als maar
genoeg mensen onze diakenbroden blijven kopen.”
De afgelopen editie van de actie, die werd omlijst met een expositie en
een optreden door leden van het Ampzinggenootschap, bakte Van Vessem
anderhalf keer zoveel actiebroden als de jaren daarvoor. ,,Dat kan niet
heel veel meer worden”, aldus de enthousiaste directeur Jos
Huijbregts. En lachend: ,,Of de diaconie moet komen helpen met kneden,
natuurlijk.”
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 26 JANUARI 2010
Nieuwe plek aan de Rijksstraatweg
Vincent's Eethuis gaat verhuizen
DOOR FINN VAN LEEUWEN
HAARLEM - Vincent’s Eethuis aan de Nieuwe Groenmarkt gaat
verhuizen. Reden daarvoor is de aanstaande verbouwing van het complex.
Deze week is de laatste mogelijkheid om te eten in het historische pand
van de Vincentius vereniging.
In april gaat de verbouwing beginnen. De ruimte van het restaurant
krijgt een andere functie ten behoeve van diaconaal centrum Stem in de
Stad.
De populaire eetgelegenheid is vanaf aanstaande maandag 1 februari
geopend aan de Rijksstraatweg 80, op de plek waar tot voorheen Grieks
restaurant Ikaros zat.
Pachter van het sociaal restaurant is Bert Jacobs. In 2007 heropende
hij het eethuis. Hij creëerde een sfeer die zeer goed beviel bij
zijn gasten. ,,Ik hoop dat alle vaste eters willen meeverhuizen naar de
Rijksstraatweg. Misschien dat we op de nieuwe locatie ook nieuwe
gezichten kunnen verwelkomen.”
Bezoekers kunnen gebruik maken van buslijnen 3 en 5 die praktisch voor de deur op de Rijksstraatweg een halte hebben.
Jacobs is bovendien in gesprek met vervoerder Connexxion om andere bussen een korte stop te laten maken bij het restaurant.
,,Zo kunnen mensen uit bijvoorbeeld Schalkwijk ook met het openbaar
vervoer komen zonder over te stappen.” Ook denkt Jacobs erover
een busje te laten rijden van de Nieuwe Groenmarkt naar de
Rijksstraatweg, speciaal voor de overwegend bejaarde vaste gasten.
Het alom bekende concept van Vincent’s Eethuis heeft ook in het
nieuwe pand de prioriteit. ,,Voor weinig geld relatief veel en lekker
eten”, legt Jacobs uit. ,,Op maandag serveren we stamppot,
dinsdag een kipgerecht, woensdag buitenlands, donderdag
‘puur’ Hollands en vrijdag is visdag.”
Voor een bedrag van zes euro kan iedereen twee keer opscheppen. Die
formule is drie jaar na de herstart nog altijd succesvol. Dagelijks
komen ongeveer 120 mensen langs om een warm maal te eten. Aan de
Rijksstraatweg is het eethuis ook op zaterdag open. Vlees- en
kaasfondue, steengrillen, salade en friet staan dan op het menu, voor
een tientje per persoon.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 16 JANUARI 2010
Tekst uitgesproken op de nieuwjaarsreceptie van het Haarlems Beraad van Religies
Door MOUSSA AYNAN
Het is hoog tijd om de koffers uit te pakken
Na de ontzuiling ontstonden er nieuwe zuilen in Nederland:
van onze nieuwkomers, die we vergeten waren bij die hele ontzuiling te
betrekken. Het is tijd dat nu ook deze zuilen verdwijnen. Het is tijd
om de koffers uit te pakken en werkelijk deel uit te gaan maken van
één Nederland, stelt Moussa Aynan, raadslid voor de PvdA.
Nederland ligt op een breukvlak, op de grens tussen noord en zuid. De
grote rivieren zijn eeuwenlang de scheidslijn geweest die zelfs de
Romeinen niet blijvend hebben kunnen beslechten. Slechts een paar
kilometer van onze grens vandaan bevindt zich Wallonië, dat qua
taal en religie volledig gelatiniseerd is, wij niet.
Onder de rivieren spreken ze met een zachte G. Hier hebben we een harde
klank en zijn calvinistisch van inslag. Carnaval vieren doen we niet,
zelfs katholieken zijn het hier verleerd.
Ook wat betreft het weer zitten we op een breukviak. We kunnen warme
winters hebben, maar als het een beetje meezit schaatsen we dit jaar
een Elfstedentocht.
Kortom Nederland is van oudsher een multicultureel, multireligieus en
zelfs multinationaal land, want laten we de Friezen niet vergeten.
Niets nieuws onder de zon dus. Maar is dat wel zo? Zijn wij altijd zo
‘multi’ geweest, en hoe gingen die verschillende
gemeenschappen toen met elkaar om? We hoeven amper een eeuw
terug om uit te komen bij de verzuiling. Je werd geboren in een zuil,
en daar bleef je hele leven in zitten, zelfs tot na de dood, want je
werd in je eigen zuil begraven. Weet u het nog:
twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen!
Omgang met elkaar was niet de regel, en trouwen met deed je al helemaal
niet buiten eigen kring. Er was sprake van meerdere gemeenschappen, die
langs elkaar en zelden met elkaar leefden. We mogen dus eigenlijk
spreken van meerdere Nederlanden. In die zin is Nederland om meer dan
één reden het Koninkrijk der Nederlanden.
Daarna kwam de periode van ontzuiling, mensen mochten opeens van alles
doen met elkaar, ook trouwen. Het werd zelfs aangemoedigd. Eindelijk
werden we dat langverwachte ene Nederland.
Weggestopt
Ondertussen veranderde Nederland. De nieuwkomers kwamen ons land binnen
en die werden keurig in fabrieken en later in flats weggestopt. Wij
waren met onze eigen ontzuiling bezig en daar konden we geen
nieuwkomers bij gebruiken.
Toen de ontzuiling ergens in de jaren negentig compleet was, kwamen we
erachter dat we die mensen in die flats vergeten waren te betrekken bij
onze ontzuiling. We kwamen er tot onze schrik achter dat zij inmiddels
hun eigen zuil hadden gecreeerd. Een Marokkaan haalt zijn vlees bij de
Marokkaanse slager, stuurt zijn kinderen zaterdag of zondag naar de
Koranschool en trouwt binnen de eigen gemeenschap. Die duivel tussen
dat kussen is weer terug. Wat voor de Marokkaanse gemeenschap geldt,
geldt ook voor de Turkse gemeenschap.
In 2007 zijn twee Haarlemse moskeen met racistische leuzen beklad en
waren de ramen ingegooid. Een Turkse moskee en een Marokkaanse. Kort
daarop werd er een protestmars tegen deze laffe daden georganiseerd. We
kregen een paar honderd mensen op de been. De Marokkaanse en Turkse
gemeenschap liet verstek gaan.
Iets later kwamen Turkse militairen bij een actie tegen de Koerden om
het leven. De Grote Markt stroomde toen vol met eerste, tweede en derde
generatie Turkse Haarlemmers om hun ongenoegen uit te spreken over wat
er dáár gebeurd was.
Januari vorig jaar werd een demonstratie tegen de aanval van
Israël op Gaza in Amsterdam georganiseerd. Eerste, tweede, en
derde-generatie Marokkaanse Nederlanders lieten ovèrduidelijk
van zich horen.
Dat heeft bij mij de wenkbrauwen doen fronsen. Als onze eigen moskeen
hier worden beklad zijn we niet de straat op te krijgen. Maar als er
iets in Turkije of Palestina gebeurt moeten we opeens in bedwang worden
gehouden.
Commitment
Zijn we meer betrokken bij zaken die zich 4000 kilometer verderop
afspelen dan bij dingen die hierbij ons om de hoek gebeuren? Waar ligt
ons cornmitment eigenlijk?
Ik heb me ook verbaasd over onze verbazing over het referendum in
Zwitserland over minaretten. Hier om de hoek, in de Zoetestraat heeft
de moskee al jaren geleden eenzelfde ervaring opgedaan. Ook hier zijn
we niet happig op minaretten. Maar het is aan de overheid om onomwonden
voor de multireligieuze samenleving te kiezen, gelijke monniken,
gelijke imams, gelijke rabbi’s: gelijke kappen. Iedereen moet op
de rechtsstaat kunnen vertrouwen. Datzelfde commitment verwacht ik ook
van onze nieuwe zuil. Het moet duidelijk zijn dat men voor deze
samenleving kiest, dat het commitment hier ligt en niet 4000 kilometer
verderop. Ik wil een beroemd geworden uitspraak van Ahmed Aboutaleb
aanhalen. Hij zei:
‘Als het je hier niet bevalt, dan moet je je koffers maar
pakken.’ Ik zeg, het wordt tijd dat we onze koffers eens
definitief uitpakken. Hier ligt ons land, hier ligt onze toekomst, en
hier moet ons commitment liggen.
‘Al die religies in die ene samenleving: dat moet toch goed
gaan?’ Was de vraag van Stem in de Stad. Mijn antwoord daarop is:
ja, natuurlijk!
Maar we moeten ook het lef hebben om bij elkaar op bezoek te gaan, het
lef hebben om elkaar vragen te stellen als we dat nodig vinden. Alleen
als we elkaar met onze vragen, met onze onwetendheid en met onze
vooroordelen durven te confronteren, alleen dan bestaat er een kans dat
we er samen uitkomen, en dat niet de extrernen er met ons vandoor gaan.
Praat, discussieer, werk, woon en trouw met elkaar! Alleen dan kan er sprake zijn van religies in die éne samenleving.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 15 SEPTEMBER 2009
Speelt ideologie rol in crisis?
Bos, Van Geel en Kant naar Haarlem
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM
- Stem in de Stad heeft het weer voor elkaar: landelijke politieke
kopstukken als Wouter Bos (PvdA, 21 september), Pieter van Geel (CDA, 6
oktober) en Agnes Kant (SP, iz oktober) komen naar Haarlem. Directeur
Jurjen Beumer: ,,Niet om aan de waan van de dag mee te doen en stemmen
te winnen, maar om te vertellen wat er van de ideologie van hun partij
overblijft in tijden van crisis.”
Met het beeld van:mogelijk zeer zware bzuinigingen in de nabije
toekomst enerzijds en anderzijds met de gemeenteraadsverkiezingen voor
de deur, een uiterst actueel thema.
Beumer: ,,Als oecumenisch toevluchtsoord voor de onderkant van de
samenleving vind ik dat we voor de zwakkeren moeten opkomen. Ik wil
graag weten van de grote roergangers hoe zij straks denken te
bezuinigen. Ook al zijn de partijen ideologisch allemaal een beetje
verbleekt, het zijn stuk voor stuk politici die de principes van hun
partij in dit licht goed moeten kunnen overbrengen.”
Stem in de Stad heeft de opzet van de sessies - eerst lezing, dan debat
met de zaal - goed overlegd met de fractieassistenten van Bos, Van Geel
en Kant. Beumer: ,,Dan moet je eerst door het mogelijke misverstand
heen dat dit verkiezingsavonden zijn. ‘Kan ‘t uit het hoofd
bij jullie?’ Nou, nee. Het is de bedoeling dat principe en
praktijk met elkaar in verband worden gebracht.”
Om dat debat met de zaal op gang te helpen zorgt Beumer elke keer voor
twee gastopponenten. In het geval van Bos komen topkrachten namens de
regionale ING en de Voedselbank vragen op de-PvdA’er-afvuren. Bij
Van Geel en Kant zijn dat weer andere katalysatoren.
Tijdens een andere gesprekkenserie, in voorjaar 2010, zet Stem in de
Stad in samenwerking met VU-Podium een boom op over nieuwe politieke
ontwikkelingen in de samenleving. Beumer: ,,Het woord populisme zal ik
niet laten vallen, maar we zijn benieuwd naar de wortels van massaal
maatschappelijk ongenoegen.”
Ook Femke Halsema, fractieleidster GroenLinks, in november, maakt haar
opwachting bij Stem in de Stad aan de Groenmarkt. Thema ligt na aan
haar hart: vluchtelingenwerk.
Terug naar in de media |
STRAATJOURNAAL JUNI 2009
Straatpastor Joris Obdam (30) wil mensen in nood helpen, maar ook van hen leren
"Ze hoeven niks van me, bij mij geen verplichtingen"
Hij houdt niet van hokjesdenken. Maakte daarom zijn studie niet af,
vertrok 5 jaar geleden naar Kenia en kwam een paar maanden geleden -
hoewel kind van niet-kerkelijke ouders - Rooms-Katholiek terug. Nu
woont Joris Obdam (30) in een anti-kraakpand en begeeft hij zich
dagelijks tussen de allerzwaksten van de samenleving. In maart werd hij
benoemd tot straatpastor in Haarlem.Vier dagen per week is hij te
vinden aan de Nieuwe Groenmarkt, bij oecumenisch diaconaal centrum Stem in de Stad,
waar hij in dienst is. Hij zou op het eerste gezicht zo in de doelgroep
kunnen passen met zijn pet, zijn wollen trui en bruinverbrande huid op
deze lentedag. Drie keer in de week maakt hij zijn ronde door de stad,
loopt langs de plekken waar dak- en rhuislozen zich ophouden: de
dagopvang van het Leger des Heils, hofjes, het Frederikspark en het Kenaupark.
"Soms zit ik een uur naast iemand op een bankje en kletsen we wat."Zo
kort na zijn aanstelling is hij vooral bezig zich zichtbaar te maken
voor mensen de mensen die zelf niet makkelijk hun weg vinden naar de
instellingen, en hun vertrouwen te winnen. "Ik luister naar ze, praat
met ze. Ik ben er voor ze als ze me nodig hebben, maar ze hoeven niks
van me, bij mij geen verplichtingen. Ik erken ze aoals ze zijn. Ook
belangrijk: ik benader ze als mezelf, als Joris. Ben zo echt mogelijk.
Daardoor word ik relatief makkelijk geaccepteerd."
Zijn ouders waren ontwikkelingswerkers. Voor hij geboren werd vertrok
het gezin, Obdam heeft twee oudere broers en een oudere zus, naar
Tanzania. "Mijn vader werkte daar in de visindustrie. Daarna verhuisden
ze naar het zuiden van Brazilië, waar zijn vader een baan kreeg in
de voedingstechnologie. Daar ben ik geboren." Anderhalf jaar na zijn
geboorte verhuisde het gezin naar Nederland om in Wapenveld, een dorp
op de Veluwe te gaan wonen. Zijn vader hield zich bezig met
salmonellabestrijding in een bedrijf waar kippen geslacht en verwerkt
werden.
Obdam groeide op in een huis waar zebravellen aan de muur hingen en
Afrikaanse beeldjes in de vensterbank stonden. "Het huis zat vol
verhalen." Op zijn achttiende maakte hij zijn eerste grote reis toen
hij zijn zus bezocht, die ook als ontwikkelingswerker in Tanzania
woonde. "De drang om te reizen hebben we van huis uit meegekregen."
In datzelfde jaar ging Obdam op kamers wonen in Deventer. Hij begon aan een studie Culturele en Maatschappelijke Vorming
in Zeolle. "in het begin dee ik braaf mee, maar hoe langer ik
studeerde, des te minder ik de studie zag zitten. Ik had er
bijvoorbeeld moeite mee dat er bij clienten altijd naar problemen werd
gekeken, daar moest je bovenop zitten. Dat hokjesdenken stond me tegen.
Ik sloeg steeds meer collges over en na drie jaar ging ik helemaal niet
meer."Hij keerde terug naar Wapenveld om rustig te overdenken wat hij
met zijn leven wilde. Hij kreeg een baan bij een meubelzaak, werd
woningstoffeerder. "Maar na vier jaar had ik het daar wel gezien. Het
begon te kriebelen." Al lange tijd wilde hij graag naar het buitenland.
"Ik wilde vrijwilligerswerk doen, het liefst in Afrika maar ik wist
niet hoe. Bij de meeste organisaties ben je een vermogen kwijt als je
vrijwilligerswerk wilt doen. Je moet niet alleen je kosten betalen,
maar vaak ook nog veel geld toeleggen om alleen al vrijwilliger te
mogen zijn." Toen kwam hij in contact met Jongerenen Missie, een
religieuze organisatie die jongeren de mogelijkheid biedt
vrijwilligerswerk te doen in een ander land. "Bij hen hoefde ik niet
meer te betalen dan reiskosten, huur en onderhoud." Een project in
Kenia sprak hem aan. "Een groot project met verschillende programma's,
met gehandicapten en straatkinderen, microkrediet en
hiv/aids-preventie. Het kwam me goed uit dat het dichtbij Tanzania was,
waar mijn zus nog woonde. Mocht ik het niks vinden, dan kon ik zo naar
haar toe. Het is toch een grote stap om naar een ander land te gaan, en
erg kostbaar. Dus ik had me goed ingedekt.”
Hij verhuisde naar Kenia en kwam terecht bij een mensenrechtenproject.
Hield zich bezig met voorlichting over seksueel misbruik van kinderen
en volwassenen. “Het is een groot probleem in Kenia, en er is
veel onwetendheid over wat te doen bij bijvoorbeeld verkrachting. De
meeste vrouwen weten niet dat ze na een verkrachting aidsrernrners
kunnen en moeten nemen, en dat het belangrijk is om bewijsmateriaal te
verzamelen. Mensen moeten zelfs leren dat misbruik op zich not done
is.” Zelf kwam Obdam niet als hulpverlener met de lokale
bevolking in contact. “Dat zou weinig zin hebben, door de
cultuur- en taalverschillen. De onderwerpen bevinden zich in een
taboesfeer en een blanke man kan die niet doorbreken. Ik hield me bezig
met de training van lokale vrijwilligers, die op hun beurt de mensen
voorlichten.”
Na een jaar werd hem een contract aangeboden en kwam hij in dienst van de ontwikkelingsorganisatie CMC Mensen met een Missie.
In Kenia werd Obdam geconfronteerd met het geloof. “Dat werd in
die omgeving veel sterker beleefd dan wij hier in Nederland gewend
zijn. De meeste projecten hebben een missionaire achtergrond. Hoewel.
mijn ouders katholiek zijn opgevoed, deden ze er zelf niets meer mee.
Maar zij hebben ons altijd verteld dat we vrij waren verder te kijken.
Ik was altijd al bezig geweest met zingeving en voordat ik naar Kenia
vertrok, ontdekte ik dat geloof in god waardevol voor me was. Maar ik
was een beetje boos op religies. Vond dat al die regeltjes en wetten
mensen verdeelden. Religie is voor mij heel lang een struikelblok
geweest. In Kenia kwam ik op een andere manier met de kerk in aanraking
dan ik gewend was. De kerk was opgebouwd rondom een groep kwetsbare
mensen. Met protestantse, katholieke en rnoslimbroeders- en zusters
werd vanuit de passie voor het geloof heel veel goeds gedaan. Tastbare
dingen. Toen ik zag dat het ook anders kon begon bij mij het ijs te
breken.” Er bleven twijfels. “Ik dacht: als ik me bij een kerk aansluit, kan ik dan zelf open blijven staan voor anderen? Kan ik bruggen bouwen?”
Hij sprak met een priester, die zijn twijfels wegnam en begon aan een
cursus theologie. Tijdens zijn derde jaar in Afrika nam Obdarn de
beslissing. “Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en mij laten
dopen in de rooms-katholieke kerk.”
Na drie jaar liep zijn contract met CMC af en vond hij het tijd om
Afrika vaarwel te zeggen. Hij was inmiddels dertig en hij wilde
theologie studeren. “Het was wennen om weer terug te zijn, het is
hier ‘s avonds nog zo lang licht! Sommige dingen zijn nog steeds
hetzelfde, zo loop ik nog elke ochtend hard, net als in Kenia.
Het is goed om weer in de buurt van mijn familie te zijn. Ik heb heel
wat in te halen, het oudste kind van mijn broer werd geboren net
voordat ik wegging. Die is nu al vijf jaar. Maar er zijn ook dingen
waar ik moeite mee heb. Ik moest bijvoorbeeld weer erg wennen aan de
beleving van tijd. In Afrika nemen mensen de tijd voor elkaar. Zelfs
een simpele begroeting duurt al gauw twee minuten. Hier stoppen mensen
vaak zelfs niet om elkaar te begroeten.
“ik kreeg een baantje bij de belastingdienst. Elke dag inklokken,
leren dat regels regels zijn.” Gelukkig was deze baan van korte
duur. Toen hij hoorde over de functie van straat-pastor wist hij: dat wil ik worden.
Hij solliciteerde. “Dichtbij de mensen in nood zijn, een
kwetsbare groep mensen helpen. En dat binnen een gelovige setting:
precies de plek waar ik terecht wilde komen. Er is hier ruimte om
buiten de in kaders gevatte denkwijze van het maatschappelijk werk te
werken.
ik voel me goed hier, op deze plek waar spiritualiteit iets gewoons is.
Ik leer van de mensen op straat, ze zijn sterk. Ze hebben een eigen
karakter en staan anders in het leven dan de meesten, maar ze hebben
een heel sterk sociaal wereldbeeld. Laatst viel iemands fiets in het
water. Een van de jongens sprong er zo achteraan! Dat is een spontane
handeling waarover ik zelf eerst wel even zou hebben nagedacht.
“Het voelt goed dat de mensen op straat me volledig lijken
te accepteren en erkennen als pastor. In september begin ik met de
studie theologie. Als ik die over een paar jaar heb afgerond, hoop ik
dichter bij de mensen te staan. Misschien kan ik wat kleine
bijeenkomsten opzetten rond Kerstmis en Pasen, om samen met de mensen
die ik heb ontmoet het leven te vieren.”
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 10 APRIL 2009
Ontwikkelingswerker ingevlogen uit Nyahururu in Kenia
Joris, Haarlems eigen straatpastor
DOOR KEES VAN DER LINDEN
HAARLEM
- Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hadden er al een, Haarlem nu ook. Een
straatpastor. Betaald door de kerken die samenwerken in Stem in de Stad
gaat Joris Obdam (30) Op zoek naar mensen die niet uit zichzelf naar de
hulpverlening komen. Zijn voornaamste bezigheid: ‘luisteren,.
Nog maar kort geleden leefde Joris onder de snikhete Keniaanse zon als
ontwikkelingswerker. Na vier jaar liep juist zijn contract af, toen hij
hoorde dat Stem in de Stad in Haarlem een straatpastor zocht.
De overstap leek hem niet eens zo groot. In het plaatsje Nyahururu
werkte hij ook bij een kerkelijke hulpverleningsinstantie, een soort
Stem in het Dorp zeg maar.
Hij hielp er campagnes opzetten tegen huiselijk geweld en seksueel misbruik. ,,Werken met kwetsbare mensen.”
Zijn nieuwe baan zit hem als gegoten. ,,Het is niet allemaal even mooi
wat er gebeurt op straat, maar het is wel de werkelijkheid. Het is heel
erg echt.” En wat is dan onecht? Joris: "Onecht? Dat is
materialisme, de rat race van alsmaar groter, mooier en beter.”
Derde wereld
De jaren in Afrika hebben hem veranderd. De belangstelling voor cle
Derde Wereld had hij al, die kreeg hij van zijn ouders mee. ,,lk ben
geboren in Brazilië, waar mijn vader ontwikkelingswerk deed. Mijn
zusje heeft jarenlang in Tanzania gewerkt.”
Nieuw is het geloof, dat hij niet van huis uit meekreeg, ook al woonde
hij een groot deel van zijn jeugd. in een orthodox-protestants dorp op
de Veluwe. ,,Jk heb me in Afrika laten dopen, ik ben katholiek
geworden.” Hij is er aan gewend dat Nederlanders de wenkbrauwen
fronsen als nou juist hij vertelt over zijn bekering tot de kerk van
Rome. Heeft het medische tijdschrift The Lancet Benedictus XVI niet
bekritiseerd om zijn uitspraken, gedaan in Afrika, over condooms en de
verspreiding van aids? Joris: "Als de paus iets zegt, betekent dat nog
niet, dat het aan de basis ook zo wordt uitgevoerd."
Nee, deze kerkleider heeft duidelijk geen rol gespeeld in zijn keuze.
Wel Joris' gevoeligheid voor symboliek was bepalend, legt hij uit. En:
"In Afrika is de rooms-katholieke kerk de kerk van de armen, van het
gewone leven. De kerk is er opgebouwd rond de naasten en de medemens in
nood.”
De terugkeer naar Nederland heeft als belangrijk voordeel dat hij een
deeltijdstudie kan oppikken. ,,Ik heb gekozen voor theologie aan de
Fontys Hogeschool.”
De behoefte om te studeren heeft hem zelf nog het meest verbaasd. ,,Na
mijn middelbare school volgde ik een Opleiding voor culturele
maatschappelijke vorming, maar daar ben ik gestopt. ik kon er
niet mee uit de voeten. Er werd me teveel in hokjes gedacht en ik
vond het allemaal erg droog.” Zonder opleiding kon hij er
wel komen, dacht hij. Ik kan het allemaal wel in de praktijk
leren, ik wilde self made zijn Twee jaar lang werkte hij als
woningstoffeerder voordat hij, inderdaad zonder opleiding naar Afrika
vertrok.
Nu zit hij toch weer achter de boeken. ,,Je kunt niet alles zef bedenken”, beseft hij nu.
Nacht en ontij
Vijfentwintîg uur per week gaat hij de straat op, niet alleen
tijdens kantooruren, maar zo nodig ook bij nacht en ontij. Op zoek naar
onthechten, vereenzaamden, zwervers, daklozen en verstotenen.
,,Een van de belangrijkste dingen die ik zal doen, is luisteren.
Eenzame mensen hebben de behoefte om met iemand te praten, om even een
praatje te maken op een bankje. 't Gaat om de ontmoeting.”
Praten over het geloof staat niet voorop. ,,Maar als er zinvingsvragen zijn, kan het daar ook daar over gaan."
Terug naar in de media |
WOORD & DIENST 13 maart 2009
Vrijwilligers als een soort familie
'Soms zitten mensen wel vier jaar lang in de tijdelijke noodopvang. Het wachten op de uitkomst van de procedures is zwaar.'
DOOR HESTER SMITS
Ans van Keulen is adjunct-directeur van Stem in de Stad, een
oecumenisch diaconaal centrum in de binnenstad van Haarlem. Tineke
Lintjens is daar verantwoordelijk voor de afdeling Kerk en Asielzoekers.
Hoe herbergen jullie de vreemdeling?
Tineke: "De afdeling Kerk en Asielzoekers geeft momenteel negentien
mensen onderdak op verschillende plekken in de stad. Tot voor kort was
het zo dat de gemeentelijke noodopvang en de noodopvang van Stem in de
Stad samenwerkten vanuit onze afdeling. Sinds het 'Generaal pardon'
zijn de burgerlijke overheden gevraagd om te stoppen met de opvang van
asielzoekers. Volgens de politiek is het nu, dankzij het 'Generaal
pardon', allemaal opgelost, maar zo eenvoudig ligt het niet.
Wij hebben de gemeente Haarlem ervan kunnen overtuigen dat er een
overgangsmaatregel moest komen, voor bijvoorbeeld de mensen die niet
onder het pardon vallen, Vanaf 1 januari 2009
krijgen wij geld voor de afbouw van de opvang van asielzoekers. We gaan
door, maar op kleine schaal. Stem in de Stad moet dan in haar eigen
gelden voorzien."
Om wie gaat het eigenlijk?
Tineke: "Het zijn asielzoekers die in een procedure zitten of uitzicht
daarop hebben. Ook zijn wij een opvang voor asielzoekers met een
medische aanvraag en voor mensen die geen zicht hebben op terugkeer."
Hoe tijdelijk is de tijdelijke noodopvang?
Tineke: "Soms zitten mensen er wel vier jaar. We willen niet te veel
schuiven met mensen die al zoveel hebben meegemaakt, Ook het lange
wachten op de uitkomst van procedures is zwaar,"
Ans: "Gelukkig zijn de vrijwilligers als een soort van familie voor
deze mensen. We zien dat echt als een meerwaarde. Je geeft meer dan
alleen een bed en een douche. Momenteel zijn er twaalf vrijwilligers
bij de dagelijkse gang betrokken. Vijf vrijwilligers geven Nederlandse
les, drie houden zich bezig met de sociale problematiek. Leuk om te
zien is dat de cliënten, zoals wij ze noemen, vaak weer als
vrijwilliger bij Stem in de Stad komen."
Hoe gaat de opvang in zijn werk?
Tineke: "We huren drie flats in sloopflats. Daar wonen vooral gezinnen.
Er is ook één permanente plek in de binnenstad voor zes
tot acht alleenstaanden. De gezinnen redden zich over het algemeen
goed. Er zijn contacten via de kinderen en de schoolgang zorgt voor een
dagelijkse structuur. Bij de alleenstaanden is dat veel lastiger, zij
zakken meteen in bij slecht nieuws. De sterkere mensen zoeken zelf hun
afleiding. Ze krijgen een gedeelte van een abonnement op de
sportschool. Of ze gaan naar de bibliotheek Een van hen doet
vrijwilligerswerk in een bejaardenhuis.
Dat ze niet mogen werken en studeren is het ergste. Het is alsof hun
leven stilstaat. Je moet je realiseren dat de mensen die wij hier
hebben, de onderkant van de asielzoekerpopulatie is. Ze missen vaak een
netwerk"
Hoe vinden asielzoekers jullie organisatie? Of vinden jullie hen?
Ans: "Soms via andere organisaties of andere cliënten. Ook een
keer via het ziekenhuis. Iemand lag in het ziekenhuis envertelde dat
hij illegaal was. Toe zei zijn buurman in het bed ernaast dat hij naar
Stem in de Stad moest gaan."
Tineke: "Er is ook een groep die wel onderdak heeft maar hier komt voor
advies, leefgeld of medische zaken. Mensen zijn onverzekerd, maar
worden wel ziek. Gelukkig hebben wij een aantal huisartsen waar deze
mensen terechtkunnen. Sommige huisartsen doen het gratis. Als iemand
naar het ziekenhuis moet, is dat heel lastig. Ze hebben geen papieren,
dus kunnen ze geen ponsplaatje aan laten maken. In zo'n geval worden ze
alleen geholpen als ze cash betalen."
Waarom werken jullie juist op deze plek?
Tineke: "Ik ben afgestudeerd op het Europees asielbeleid en werkte
daarna bij Vluchtelingenwerk. Ik heb reizen gemaakt naar Eritrea, Iran
en Ethiopië. Deze plek trok mij omdat bij Vluchtelingenwerk mensen
nog een bepaald netwerk en vangnet hebben. Hier kun je iets betekenen
voor mensen die buiten alle structuren vallen. In eerste instantie was
dat wat me aantrok in Stem in de Stad, niet het feit dat er vanuit een
bepaalde spiritualiteit gewerkt wordt. Ik ben katholiek opgevoed maar
niet meer kerkelijk. Dat heb ik bij mijn sollicitatie ook gezegd. Nu
merk ik dat het mij wel wat heeft gebracht, die spiritualiteit. De
bezieling spreekt me aan."
Ans: "Voor mij was die spiritualiteit juist een argument om hier te
gaan werken. Ik heb jaren in Afrika gewerkt als lekenmissionaris. Terug
in Nederland, met mijn gezin, wilde ik opnieuw iets in het kerkelijk
werk doen. Het liefste zoals in Afrika, op het diaconale terrein."
Hebben jullie ook tijd en aandacht voor de bezieling?
Ans: "Voor een teamvergadering gaan we eerst naar de
kerk hiernaast voor een moment van bezinning. Binnenkort hebben we een
meerdaagse met een deel van het team en vrijwilligers, bij
Retraitecentrum De Spil in Giessenburg. Met hen hebben we ook een
programma samengesteld. Het doel van deze meerdaagse is: 'Stilstaan bij
het werk dat je doet en wat je daarin bezielt'. Sommige vrijwilligers
werken hier al vijftien jaar en voelen zich heel betrokken bij de
mensen die hier komen. Je maakt onderdeel uit van een gemeenschap die
een gezamenlijke droom heeft."
Is dat niet een opdracht van alle kerken in Haarlem?
Ans: "Veel kerken doen mee met geldelijke ondersteuning of vrijwilligers in Stem in de Stad. Wij vinden het
ook belangrijk dat wij ons gedragen weten. Op 16 november 2008, de
jaarlijkse diaconale zondag, hielden wij bijvoorbeeld in veel
katholieke kerken een praatje over ons werk. Nog een voorbeeld: de
diaconie van Bloemendaa llevert een grote bijdrage aan ons werk en is
erg betrokken. Laatst zijn we met de Protestantse Gemeente in het
centrum in gesprek gegaan over het armoedevraagstuk. Zij zeggen: 'Wij
zien ze niet,' wij ontmoeten juist veel mensen die in armoede leven.
Dat is een gesprek waard. Dat levert wat op aan beide kanten."
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 20 FEBRUARI 2009
Haarlemse straatpastor moet 'stevig in de schoenen staan'
DOOR KEES VAN DER LINDEN HAARLEM - Haarlem
krijgt een straatpastor. Het is niet de bedoeling dat hij of zij gaat
evangeliseren onder mensen die in de marges van de maatschappij leven,
wel moet er over 'zingeving' worden gepraat.
De straatpastor komt in dienst van het oecumenisch diaconaal centrum
Stem in de Stad, dat aan de Nieuwe Groenmarkt een dagopvang heeft voor
vereenzaamde Haarlemmers, zwervers en drugsverslaafden.
Predikant Jurjen Beumer: "De nood is hoog, dat maken we hier dagelijks
mee. Maar er is natuurlijk ook nood onder mensen die we hier nooit te
zien krijgen. De straatpastor krijgt een bureautje, maar het overgrote
deel van zijn tijd zal hij op straat te vinden zijn."
In andere steden worden geestelijk verzorgers in vergelijkbare functies
ook wel 'zwerfpastor' of 'drugspastor' genoemd. Zo niet in Haarlem.
Beumer: "De straatpastor gaat zich immers niet alleen richten op
drugsverslaafden en mensen die op straat leven. Hij zal ook langs gaan
bij - bijvoorbeeld - Haarlemmers die totaal vereenzaamd zijn en de deur
niet meer uitkomen. Of hij spreekt hangjongeren aan."
De vacature heeft inmiddels in de krant gestaan. Bijna twintig
kandidaten hebben zich gemeld, aldus Beumer. "Het moet iemand worden
die stevig in zijn schoenen staat en waar ook een goed koppie op zit."
Terug naar in de media |
HAARLEMS
DAGBLAD 4 DECEMBER 2008
Met het nodige spektakel werd de broodbankactie in de Grote of Sint Bavokerk geopend
Psychische patiënt centraal bij Broodbank
DOOR NUEL GIELES
HAARLEM - 'Ik was ziek en jullie hebben mij bezocht' is een van de
Zeven werken van Barmhartigheid. In deze adventsperiode is het het
thema voor de jaarlijkse Broodbankactie in de Grote of Sint Bavokerk,
georganiseerd door de diaconieën van Haarlem Centrum.
De broodbank aan de westzijde van de kerk is het oudse meubel in de
kerk, daterend uit 1480. Armen en zieken konden hier in vroeger tijden
brood, spek en kleding krijgen van de zogeheten Heilige Geestmeesters.
De broden die nu over deze kerkelijke toonbank gaan, worden verkocht
voor vier euro per stuk. De zogeheten diakenbroodjes worden beschikbaar
gesteld door Van Vessem & Le Patichou.
Afgelopen zaterdag ging de actie met het nodige spektakel van start.
Ook komende zaterdagen 6 en 13 december kunnen de smakelijke broden
worden aangeschaft.
In samenspraak met Stem in de Stad, Het Dolhuys, de Geestgronden en het
Kwartiermakersfestival is dit jaar gekozen voor de zorg voor psychisch
zieken, "De opbrengst van de broden wordt besteed aan een nieuwe oplage
van het boekje 'Steunpunten in het donker', samengesteld door de dienst
geestelijke verzorging van De Geestgronden. De gedichten en gebeden
erin kunnen mensen met psychische problemen tot steun zijn", vertelt
diaken Ati Blom.
De broodbankactie wordt op verschillende manieren ondersteund. Uit Het
Dolhuys is het 'Kasthuys' overgekomen, met in beeld en schrift het
verhaal van Barbara: "Op de bodem van mijn bestaan heb ik weer grond
onder mijn voeten."
In de omloop om het koor in de kerk is een expositie van Roads'
Meesterwerk, de artotheek verbonden aan Het Dolhuys met kunstenaars en
medewerkers met achtergronden in de geestelijke gezondheidszorg. Van
Marit Duijff hangt er onder meer het schilderij Vrouw. Voor haar is
schilderen niet in de eerste plaats therapeutisch. Zij doorliep de
Koninklijke Academie in Den Haag. Softe Meerhoff zit in het eerste jaar
beeldende kunst van dezelfde opleiding. De broodbankactie is geopend
met de onthulling van haar fotoserie over machtsstrijd. die zich op
drie lagen afspeelt. "Het gaat om de ervaring van gebrek aan ruimte.
Niet alleen fysiek, maar ook in bepaalde systeemstructuren."
Remco Sterk is met een aantal pastels op de tentoonstelling
vertegenwoordigd. "Mijn creativiteit wordt soms wat minder door de
medicijnen", zegt hij, Toch exposeerde hij afgelopen Kunstlijn met
andere kunstenaars aan de Schotersingel.
Terug naar in de media |
HAARLEMS
DAGBLAD 26 NOVEMBER 2008
Kwart eeuw bidden voor vrede in stad
DOOR JEANNINE VERHAGEN HAARLEM - Iedere eerste
maandag van de maand als de sirenes in de stad loeien, komt een groep
van zo'n veertig mensen bijeen in de Haarlemse Groenmarktkerk om te
bidden voor vrede in stad en wereld.
Dit oecumenische vredesgebed bestaat 25 jaar, aanleiding voor een
feestelijke viering op 1 december. Waarom bidden mensen jarenlang voor
vrede, terwijl oorlogen en onrecht nog steeds bestaan? "De kracht van
het collectieve gebed is bijzonder", zegt organisator Lien Kenselaar.
Het vredesgebed ontstond in de tijd van de Koude Oorlog, de
bewapeningswedloop en de grote demonstraties tegen kernwapens.
"Iedereen voelde zich bedreigd", zegt Kenselaar. Greet Scholte,
toenmalig lid van de Groenmarktkerk, besloot iedere maand een
vredesgebed te organiseren. In die tijd kwamen daar 65 mensen op af.
Alsprotest tegen de sirenes, 'die toch niet konden helpen bij een
kernoorlog, luidden de kerkklokken om twaalf uur.
Sinds 1995 is het gebed onderdeel van het werk van Oecumenisch
Diaconaal Centrum Stem in de Stad, de buren van de Groenmarktkerk.
Inmiddels zijn de thema's voor het vredesgebed aangepast aan deze tijd.
"We leven in een rare samenleving", vindt Kenselaar. "Er is veel
onvrede en agressie. Het gaat nu om zaken als aandacht hebben voor
elkaar, vriendschappen, omzien naar vreemdelingen en hoe ga je met
elkaar om."
Het karakter van het gebed is volgens Jurjen Beumer,
directeur/predikant van Stem in de Stad, veranderd van maatschappelijk
naar spiritueel."Om je staande te houden in deze samenIeving is het
belangrijk om je te voeden met spiritualiteit". Dat klinktverhevn,
maar,Lien Kenselaar, vindt het gebed juist laagdrempelig en praktisch
"Met elkaar staan we stil bij zaken die ertoe doen. Dat is verhelderend
voor mensen die leven met de hype van de dag. We zingen veel en spreken
uit dat we elkaar vasthouden. Er is een collecte voor goede doelen. Na
afloop is er gelegenheid om door te praten over het onderwerp."
Volgens Kenselaar helpt het gebed zeker. "De kracht van het collectieve
gebed is al heel bijzonder. Het helpt je om verder te kunnen."
Kenselaar heeft ervaren dat gebeden worden verhoord. Zoals na de
tsunami toen er veel geld binnenkwam voor hulp aan de slachtoffers."
Beumer: "Het is een klein verheffend moment in de maand. Daar gaan we
gewoon mee door." Jubileumviering is op 1 december om 12.00 uur in de
Groenmarktkerk.
Burgemeester Bernt Scheiders van Haarlem houdt dan een toespraak. Thema is 'Het leven vieren!'
Terug naar in de media |
HAARLEMS
DAGBLAD 24 SEPTEMBER 2008
Ochtendsymposium met Paul Scheffer
'Geen ruimte voor moslims?
Er leven hier vele duizenden'
DOOR JOHN OOMKES
AMSTERDAM/HAARLEM - "Natuurlijk zijn er ook mensen die vinden dat de
islam hier nooit een plek kan vinden", zegt paul Scheffer. De schrijver
van de bestselIer 'Het land van aankomst' (10e druk, oplage 80.000),
als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam,
beent een moment door zijn studeerkamer. "En Nederlanders die van
mening zijn dat iedere immigrant beter kan opkrassen."
Scheffers adres is zelf iets om bij stil te staan. Zijn huis ligt op
een symbolische plek, halverwege de Nederlandsche Bank en de Albert
Cuyp, in een straat die vernoemd is naar de Franse klokkengieters, de
gebroeders Hemony. Allochtonen uit onze Gouden Eeuw.
Als Scheffer iets is, behalve schrijver en onderzoeker, dan is hij
klokkenluider. Ruim voor 11 september 2001 (Twin Towers), en 6 mei 2002
(moord op Pim Fortuyn) baarde hij op 29 januari 2002 opzien met het
artikel 'Het multiculturele drama' in NRC Handelsblad. dat nu in brede
kring wordt gezien als het vertrekpunt voor grondige twijfel over de
migratie van honderdduizenden moslims naar Nederland.
Sindsdien is de positie van Scheffer als systeemcriticus van de
Nederlandse samenleving alleen maar fascinerender geworden. Waar hij
aanvankelijk genegeerd werd door de top van zijn eigen PvdA, heeft
Scheffer nu grondige kritiek op de houding van Verdonk en vooral
Wilders, die niet meer lijken uit te zijn op een vreedzame
coexistentie. van de verschillende bevolkingsgroepen.
Nadat Scheffer in oktober 2007 zijn major opus uitbrengt, breken zijn
eigen zeven rijke jaren aan. Een praktisch even lange tijd had hij
doorgebracht in afzondering om zijn sociologische studie tot een goed
einde te brengen, maat nu zijn boek letterlijk en figuurlijk op straat
ligt, reist PauI stad en land af om in zaaltjes en zalen het debat met
allerhande Nederlanders aan te gaan, ongeacht hun achtergrond, en
ongeacht hun mening. In een klein schriftje houdt hij bij wat die
confrontaties opleveren aan vondsten over het centrale thema in de
Nederlandse samenleving.
Ontglippen
Scheffer (54): "Wat ik constateer is dat er in de honderd zaaltjes die
ik intussen in het land heb bezocht heel veel mensen zijn die nadenken
over de veranderingen in de Nederlandse samenleving. Zij kunnen zich
best een vorm van samenleving voorstellen, die niet elke verandering
als een verslechtering zien, maar wel ervaren dat het snel gaat. Ze
hebben het gevoel: iets wat ons dierbaar is, ontglipt ons. En: de
veranderingen die ons overkomen, daarvan zien we de verbetering in."
"Ik zoek naar manieren waarop we kunnen bewerkstelligen dat de
verandering die gaande is, wél tot een verbetering van de
Nederlandse samenleving kunnen maken. In de gevestigde partijen is het
gevoel van verlies, het inschatten van de verandering in ons land,
onderschat. Nieuwkomers worstelen daar ook mee. De afstand die zij soms
houden tot de samenleving heeft te maken met hoe ze zijn opgegroeid in
een ander land. Zo hebben ze bijvoorbeeld een andere voorstelling hoe
het huwelijk eruit moet zien, hoe je je moet gedragen, enzovoort. En
dan kom je hier en dan constateer je dat je kinderen in een andere
omgeving opgroeien en dat je als ouder de greep op je kinderen kwijt
raakt. Ze hebben het gevoel: onze kinderen ontglippen ons."
Kader Abdollah, de Iraanse schrijver die als vluchteling in Nederland
werd toegelaten, maakte zich meester van onze taal en diende Scheffer
van repliek in het multiculturele debat. Scheffer, instemmend knikkend:
"Hij schreef: 'Dit land is ook van ons'. Het zou nog mooier zijn als
hij schreef: 'Dit land is ook van mij'. Daar kan ik wat mee. Ik heb
alle uitspraken over integratie, participatie en wat dan ook niet
nodig, behalve die ene zin: 'Dit land is ook van ons'. Want als het
goed is, betekent dat namelijk: 'Wij zijn ook van dit land."
"Ik dacht daarbij: hoeveel autochtone Nederlanders kunnen die zin met
instemming uitspreken? Ik denk dat heel veel 'gewone Nederlanders' het
gevoel ook zijn gaan missen dat zij ergens bij horen. Dat toegeven, dat
herkennen - dat 'dit land is ook van mij' - zou een gedeelde aspiratie
kunnen zijn. We moeten in deze samenleving, die zo aan het veranderen
is, opnieuw een gevoel ontwikkelen voor dit land en je er
verantwoordelijk voor te voelen."
Taboe
Scheffer licht nog een ander taboeonderwerp uit: de migratie vanuit
Nederland. "Heel veel autochtonen trekken weg. Dat is opvallend. Omdat
te verklaren zou ik willen gaan naar de bronnen van de onzekerheid die
je nu in Nederland heel duidelijk ziet. Je moet als onderzoeker niet
meteen over de hoofden van de mensen heen roepen: 'De immigratie is een
verrijking'. Ik denk: 'De immigratie kan een verrijking worden'. Dat is
geen gegeven. Dat is een zoektocht."
Scheffer benoemt de partijen die leven van het conflict tussen
autochtonen en allochtonen. De Verdonks en Wildersen die alleen maar
signaleren en veroordelen en niet verder lijken te willen komen. "Ik
hoor hen niet over de wens om tot stabielere verhoudingen te komen. Ze
durven ook niet de confrontatie met hun eigen achterban aan te gaan. De
islam heeft hier geen plek? De realiteit is dat er honderdduizenden
moslims in Nederland leven en de islam is daarmee een deel van
Nederland geworden. Alleen al daardoor verandert ons land. Maar de
manier waarop de islam hier gepraktiseerd wordt, zal ook moeten
veranderen. We gaan echt geen bladzij uit de Koran scheuren - dat is
een barbaarse methode, maar het moet anders om de simpele reden dat het
een groot verschil maakt om
een godsdienst te belijden in een land met godsdienstvrijheid dan in een land waar die godsdienst een soort monopolie heeft."
Dat betekent volgens Scheffer dat de islam een verhouding moet vinden
tot andere geloven. "En tot mensen zonder geloof - de helft van de
Nederlandse bevolking. En tot mensen die afvallig zijn in eigen kring.
Je kunt niet als gelovige gemeenschap zeggen: we eisen vrijheid van
godsdienst, maar we ontkennen dat recht voor mensen binnen onze eigen
gemeenschap. Dat verhaal houd ik ook in moskeeën. Ik verwijt
Nederlandse politici dat ze dat doen."
Terug naar in de media |
HAARLEMS
DAGBLAD 23 SEPTEMBER 2008
'De vreemdeling in ons midden'
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM
- Vanaf de Krocht draait een aftands oude autobus dinsdag rond het
middaguur de Nieuwe Groenmarkt op. Aan boord enkele tientallen
asielzoekers die de komende dagen in heel Nederland aandacht vragen
voor de soms dwaze redenen waarom ze buiten de pot bleken te hebben
gepiest toen het generaal pardon in december 2006 werd afgekondigd.
Ongeveer 27.000 'pardonners' telt Nederland nadat het kabinet
Balkenende IV toen de hand over het hart streek. Nog eens 2500 mensen
die gemiddeld al zeven tot tien jaar in Nederland
verbleven, bleken op het moment dat staatssecretaris Nebahat Albayrak
de voorwaarden bekend maakte, feitelijk al kansloos te zijn. In Haarlem
gaat het om vijf of zes gevallen.
Jawel, ze waren hier aantoonbaar lang genoeg, maar tijdens hun verblijf
hadden ze een paar dagen te lang vertoefd op familiebezoek in het
buitenland, of bleken ze - na gesteggel tussen Nederland en een ander
Europees land - toch een 'Dublinclaimant' te zijn. Condities die hoewei
ze achteraf bekend zijn gemaakt, door de Immigratie en Naturalisatie
Dienst (IND) strak worden gehanteerd.
Een voorbeeld is Ramin uit Iran die negen jaar in Haarlem leeft, uit
zwart werk zijn opleiding binnenhuisarchitectuur betaalt, maar zegt dat
zijn 'eerlijkheid over zijn asielredenen en verblijfsgeschiedenis' niet
met gelijke munt wordt betaald door de overheid.
Bij Stem in de Stad, de interkerkelijke club die zich laat leiden door
de Bijbelse richtlijn dat we het ook moeten opnemen voor 'de
vreemdeling in ons midden' gebruiken de 'grensgevallen' de lunch. Een
tussenstop in een 'etappekoers' dwars door Nederland. Van Amsterdam,
via Utrecht, Eindhoven, Maastricht en Rotterdam naar Den Haag, waar
donderdag de Tweede Kamer het generaal pardon zal evalueren.
Er waait een gure wind in Nederland inzake asielzoekers. Jurjen Beumer,
directeur van Stem in de Stad: "De mensen denken die pardonregeling is
er nu en daarmee basta!" En Alice Beldman van het organiserend! ASKV:
"Lokaal krijgen we nog wel steun voor deze grensgevallen, maar in Den
Haag zijn maar weinig mensen die hun mond tegen Verdonk en Wilders
durven opentrekken en begrijpen dat we juist saamhorigheid in de
samenleving nodig hebben. Bovendien, wat kost onverdraagzaamheid in de
vorm van detentiecentra niet?"
Terug naar in de media
|
HAARLEMS DAGBLAD 29 AUGUSTUS 2008
Afghaanse 'pardonner' Taimur Ramezan dupe van crime passionel
In de wieg gesmoorde wedergeboorte
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - In 2000 kwamen ze, onafhankelijk van elkaar, naar Nederland:
Taimur Ramezan (30) uit Kandahar en Naser Amani (24) uit Kaboel. Twee
Afghanen, die soms de wanhoop ten prooi, soms overlevend op straat,
uiteindelijk deze zomer in Haarlem hoorden dat het generaal pardon ook
voor hen gold.
"Ik ervoer dat moment alsof ik opnieuw geboren werd", zegt Naser Amani.
"AI het leed was geleden. Alle dagen dat je kaartend op je kamer de
verveling verdreef, of bij vreemden een nachtje mocht slapen als je
wéér geen dak boven je hoofd had, was ik van plan te
vergeten. Taimur dacht er ook zo over."
Dacht. Als gevolg van een crime passionelliet Ramezan in de vroege
morgen van zaterdag 16 augustus het leven in hun pension op de hoek van
de Gedempte Oude Gracht en de Jacobijnestraat. Over de omstandigheden
waaronder Ramezan de dood vond doet de politie,in het belang van het
onderzoek, geen andere mededelingen dan kort na het incident. Taimur
overleed uiteindelijk in het ziekenhuis.
Aan de hand van verklaringen van vrienden en bekenden is duidelijk dat
Taimur - profiterend van zijn nieuwe bewegingsvrijheid - op vakantie
was geweest bij in Pakistan verblijvende vrienden en kennissen,
én dat hij als een getrouwd man thuiskwam. Naser: "Hij was blij,
maar vertelde niet te veel.
Dat doen wij Afghanen liever niet - we zijn opgegroeid in het besef dat
je beter niet te veel van elkaar kunt weten. Dat is onze cultuur: Dat
kan niet ongestraft. Ja, je naaste familie kan je vertrouwen."
De vrouw, met wie Ramezan in Nederland al geruime tijd een relatie had,
reageerde furieus op de mededeling dat haar vriend imiddels was
getrouwd, volgens ingewijden. Zij heeft een eerste bekentenis afgelegd.
Ze zit, hangende het onderzoek, nog altijd vast.
Naser was die nacht van vrijdag op zaterdag, rond half vijf
thuisgekomen. Hij woonde in een kamer op een etage lager, in hetzelfde
pand.
"Ik was dronken", zegt hij verlegen. "Dus ik ben direct gaan slapen. De
volgende morgen werd ik rond elf uur door de zoon van de eigenaar uit
bed gebeld. Die vertelde dat de politie voor de deur stond. Ik gelijk
naar beneden, de gordijnen van' Taimurs kamer waren nog dicht. Ik
vertelde de politie dat ik hem twee, drie dagen eerder voor het laatst
had gesproken."
Pas later op de dag werden de kamerhuurders van de noodlottige afloop
op de hoogte gebracht. "Ze zeiden: hij leeft niet meer", zegt Naser.
"Toen ik vanuit het trappenhuis later de bloedvegen op zijn kamerdeur
zag zitten, had ik het niet meer. Ik kan daar niet meer wonen. Ik ben
weggegaan en heb nu tijdelijk onderdak bij Stem in de stad."
Het stoffelijk overschot van Taimur is later opgehaald door een broer
die in Zweden woont en overgebracht naar Pakistan. Het is te vroeg om
te bepalen of Taimur omgebracht is door moord of doodslag, maar
duidelijk is dat zijn gewelddadige dood hard is aangekomen bij de
'pardonners' in de regio Haarlem. Naser zegt het zo: "Als je je in je
pols hebt gesneden, dan sluit de wond na een tijdje. Maar als je ziet
hoe een vriend bij zijn tweede geboorte het leven verliest, dan heb je
de hele tijd pijn in het hart. We gingen ooit weg uit ons land omdat
het een probleemland was met overal geweld en we kwamen hier, in een
land dat vrede heeft. Wat nu?"
Zowel Naser als Taimur staan bij Stem in de Stad en VluchtelingenWerk
te boek als 'keurig' en 'bescheiden'. Stem in de Stad heeft de
Afghaanse gemeenschap in Haarlem aangeboden een herdenking voor Taimur
Ramezan op te zetten.
In Haarlem leven ongeveer 250 'pardonners'. In de omliggende regio nog
eens een honderdtal mensen dat afgelopen jaar te horen heeft gekregen
in aanmerking te komen voor een generaal pardon. Volgens mededelingen
van Vluchtelingen Werk Nederland en Stem in de Stad zijn zij zelden
betrokken bij politieonderzoek.
Terug naar in de media |

Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD
Staatssecretaris Nebahat Albayrak stuurt op 'streng maar rechtvaardig' asielbeleid
'Pak illegale draaideurcriminelen aan'
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM
- Illegale veelplegers moeten net zo hard worden aangepakt als andere
draaideurcriminelen. Dat zei Nebahat Albayrak, PvdA-secretaris van
justitie, gisteravond tijdens een werkbezoek aan Haarlem. Zij wil
daarom op korte termijn de zogenaamde ISD-maatregel verruimen. Hiermee
kunnen bijvoorbeeld junks die herhaaldelijk inbreken om aan geld te
komen voor hun harddrugs twee jaar lang worden opgesloten en verplicht
worden behandeld.
Tot voor kort was deze regeling, bedoeld om stelselmatige criminele
overlast in de binnensteden in te perken niet opengesteld voor
illegale criminelen. Albayrak vertelde tijdens de avondmaaltijd aan het
oecumenische centrum Stem in de Stad te streven naar 'hard maar
rechtvaardig' asielbeleid. Later op de avond, tijdens een door meer dan
120 mensen bezocht debat in een benauwd bovenzaaltje van Restaurant
Brinkman, herhaalde de bewindsvrouw dat uitgangspunt nadrukkelijk.
"Juist de PvdA moet fraude en misbruik van onze asielwetgeving krachtig
bestrijden", stelde Albayrak. "We zijn een klein land en dat betekent
dat we restrictief moeten omgaan met het verlenen van asiel, als we
onze welvaartstaat niet willen opblazen. Alleen als we streng en
correct durven zijn, kunnen we een systeem in stand houden, zodat we
echte vluchtelingen kunnen blijven opvangen tot het einde der dagen."
Met dergelijke uitspraken gooide Albayrak, naar eigen zeggen, willens
en wetens de knuppel in het hoenderhok. Bij Stem in de Stad gebruikte
ze de maaltijd niet alleen met leden van de PvdA-gemeenteraadsfractie,
maar ook met medewerkers van het opvangcentrum. Zo vertelde Tineke
Litjens, die de opvang van uitgeprocedeerden in Haarlem
coördineert, dat het door deze staatssecretaris gerealiseerde
generaal pardon van vorig jaar voor 'restproblemen' zorgt: "Wrang te
zien hoe mensen gedupeerd zijn door de willekeurige datum die
gehanteerd is." Albayrak is echter onverkort trots op haar
belangrijkste wapenfeit. "Ik sta soms te knipperen met de ogen. We zijn
een jaar verder en hebben 27.500 mensen niet alleen het ambtshalve
besluit meegedeeld, maar ze staan met het bijbehorende bewijs van hun
verblijfsvergunning in handen en kunnen verder met hun leven. Verder
moeten we duidelijk zijn: Elk pardon creëert zijn eigen restgroep.
Als je 50.000 mensen toelaat, zegt de 50.001ste: Waarom ik niet?"
In Brinkman kwam een fors deel van de toeloop voor rekening van
Axielijst. Buiten aan de gevel werd Albayrak getrakteerd op een
spandoek met de stellinh dat heen mens illegaal is. Met die definitie
was ze het niet oneens.
Binnen kreeg ze van schaduwraadslid Mara van Limbeek de uitnodiging
samen een week door te brengen in een cel van een Nederlands
detentiecentrum. Mocht de staatssecretaris dat verzoek inwilligen dan
zou Mara PvdA-lid worden. Albayrak counterde: "Die vraag gaat er vanuit
dat ik niet weet wat zich daar afspeelt. Ik stel binnenkort de tweede
dententieboot buiten gebruik en kom met maatregelen om kinderen zo min
mogelijk in vreemdelingenbewaring onder te brengen."
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD woensdag 13 februari 2008
Bouwhistoricus Marriëtte Polman zakt eerst door tafel en veegt vervolgens historisch gruis bijeen
Laat-middeleeuwse kelder restant vergeten nonnenklooster
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - De chaos in de kelder is aanzienlijk. Onderdelen van
ouwebromfietsen en bouwafval verlenen het tongewelf de aanblik van een
vuilnishoop. Graffiti versterkt de troosteloze aanblik. Valt er op deze
mestvaalt iets van waarde te ontdekken?
Volgens de Haarlemse bouwhistoricus Marriëtte Polman wèl.
Zij meent dat de kelder achter Café Het Melkwoud
één van de weinige overblijfselen is van het
laatmiddeleeuwse nonnenklooster van Sinte Katrijn, oftewel Sinte
Catharina. Dat moet zich op deze locatie van Zoetestraat en Nieuwe
Groenmarkt hebben bevonden tussen 1446 tot de opheffing ervan in 1581.
De eigenaar van de panden, Stichting Vincentius in samenwerking met
Sint Jacobs Godhuis, is van plan de kelder om te toveren in een
sociëteitsruimte die zich bijvoorbeeld goed laat gebruiken voor
recepties en kleine ontvangsten. Tot recent was het karakteristieke
tongewelf onder meer in gebruik als kaarsenmakerij.
Polman deed haar ontdekking toen ze in opdracht van scheidend
stadsarchitect Joop Slangen een bouw-en cultuurhistorische verkenning
deed voor dit binnenstedelijke gebied. Haar conclusie wordt ondersteund
door restauratiearchitect Cees Doornenbal van Bureau Rappange
(betrokken bij de renovatie van Tuschinski, Scheepvaartmuseum en Hotel
Des Indes). Verder toont Polman na raadpleging van geschreven bronnen,
zoals de geschiedenisboeken van Ampzing en Schrevelius, aan dat er
aanvullende aanwijzingen zijn voor haar hypothese.
Aan de zuidzijde van de binnenplaats van St. Vincentius moet je twee
vuilcontainers opzij schuiven om bij een verweerd groen luik te komen.
Een negentiende-eeuwse bakstenen trap voert de half ondergronds gelegen
en bijna drie meter hoge kelder in. Polman: "De eerste keer dat we hier
binnenkwamen troffen we een oude tafel aan. Omdat we de pleistering van
dichtbij wilden bekijken, klommen we er bovenop. Prompt zakten we er
doorheen - onder het gruis kwamen weer buiten."
Bij nader onderzoek kwamen allerlei bouwtechnische details
tevoorschijn, zoals een laatmiddeleeuwse stookplaats met een
bijhoreride piramidevormige schacht van het rookkanaal en twee
halfronde, ondiepe nissen waar kaarsen voor de verlichting hebben
gezorgd.
Bij terugkeer inde ongeveer vier bij vijfeneenhalve meter grote kelder
veegt Polman met behulp van een, in de ruimte rondzwervende boender een
deel van een vloerelement schoon: er liggen rood/groen geschakeerde
estrikken - kleine vierkante, van glazuurvoorziene tegels die
zestiende-eeuws zijn en die in het patroon van een schaakbord zijn
gelegd.
"Ik denk dat hier brood is gebakken voor het klooster", zegt
Marriëtte Polman. "De schoorsteenboezem en het formaat van het
rookkanaal kunnen daar op wijzen. Tot 1822 werd de huidige Zoetestraat
namelijk de Soetemelk en Wittebroedssteeg genoemd - een mogelijke
aanwijzing dat daar melk en brood werden verdeeld vanuit het klooster."
Haarlem had tot de beeldenstorm zestien of zeventien kloosters binnen
de stadswallen, ook wel vesten genoemd. Die waren in hoge mate
selfsupporting. Polman: "Er bestaat een kopergravure van Hendrik
Spilman uit 1764 van het klooster van Sinte Katrijn, dat is gebaseerd
op de kaart die Thomas Thomaszoon in 1582 van Haarlem maakte zo
ongeveer op het moment dat de kloosters allemaal eigendom werden van de
stad. Daarop zie je dat de vroegere binnenhof ruimte moet hebben
geboden aan fruitbomen. Nadat St. Vincentius zich in de negentiende
eeuw hier vestigde, is die binnenhof steeds verder volgebouwd. Maar het
grondplan van het gebied, inclusief de locatie van de huidige
Paterskerk voeren nog steeds terug op deze voorgeschiedenis." Volgens
Polman is de aandacht voor de laat-middeleeuwse historie in Haarlem
ondergesneeuwd, omdat de stad pas in de zeventiende eeuw zijn
werkelijke stadsplan kreeg en tot welvaart kwam. "Er moet veel meer
zijn dan naamsverwijzingen naar markten en hoven of restanten van
gebouwen en kloosters. Wat zou het niet geweldig zijn om in deze stad
een groots onderzoek naar oude kelders op te zetten! Er moet nog meer
dan genoeg zijn."
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD zaterdag 9 februari 2008
Vincentius en Sint Jacobs Godhuis steken drie miljoen in renovatie
Fikse injectie 'sociale straat'
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Stichting Vincentius en Sint Jacobs Godhuis steken drie
miljoen euro in de renovatie van wat wel de 'sociale straat' in Haarlem
wordt genoemd. Dat complex tussen de Nieuwe Groenmarkt en de
Zoetestraat wordt grondig opgeschoond.
Het in ruimtenood verkerende oecumenisch centrum Stem in de Stad
verhuist als gevolg van deze aanpak en krijgt veel meer faciliteiten.
Daarnaast maken ingrijpende verbouwingen mogelijk dat de keuken van
Vincent's eethuis multifunctioneel wordt ingezet.
Met de investering komt definitief een einde aan speculaties rond de
toekomst van de 'sociale straat'. De geruchten rond de betaalbaarheid
van sociale voorzieningen op deze A-locatie doken eind 2006 de kop op
toen de gaarkeuken van Vincent's na 151 jaar trouwe dienst dreigde te
worden gesloten.
"Hoe het mogelijk is, weet je vaak niet", zegt Jurjen Beumer, directeur
van Stem in de Stad, "Maar sinds die tijd komt het regelmatig voor dat
makelaars of projectontwikkelaars opbellen of langs hun neus informeren
of er niet een deel van het complex op de vrije markt zal worden
aangeboden."
"Je moet er toch niet aan denken dat de historische plek - hier stond
in de late middeleeuwen het Cathrijneklooster - niet meer ten goede zou
komen voor werken van barmhartigheid", voegt Krijn Kramer, voorzitter
van stichting Vincentius toe.
Ook wijkcentrum Binnensteeds, werkvoorzieningschap Roads en een
noodopvang voor asielzoekers kunnen dankzij het complex hun
activiteiten hier in de binnenstad ontplooien.
Inmiddels is de crisis rond Vincent's al begin vorig jaar het hoofd
geboden doordat kok Bert Jacobs het restaurant pachtte -sindsdien is de
toeloop aan eters bijna verdubbeld tot 130 per dag. Daarnaast slaagden
Stichting Vincentius, Sint Jacobs Godhuis en Stem in de Stad er de
afgelopen maanden in hun afspraken tot verregaande samenwerking ook
werkelijk uit te werken tot een 'bedrijfsplan', waarna op basis van de
waarde van de panden banken bereid zijn te investeren in de renovatie.
Een ander deel van de financiering wordt opgebracht door de verhuur van
zeven particuliere appartementen, die grondig worden verbouwd. Verder
profiteert de combinatie van de bouw van twee zogeheten Focus-woningen
aan de Zoetestraat. Daar zullen invalide gebruikers - mede door een
gegarandeerde 24uurs zorgvoorziening - op zichzelf kunnen wonen in
speciaal geprepareerde appartementen.
Het Voorlopig Ontwerp is vervaardigd door Slangen Hulsker Architecten.
Voormalig stads architect Slangen pleegt twee voorname ingrepen om de
wirwar van aanbouwtjes op te schonen en de bereikbaarheid van de
verschillende gebruikers te verbeteren.
Net ten noorden van het huidige Vincent's komt een doorgaande
verbindingsgang van de Nieuwe Groenmarkt naar de nu nog rommelige
binnenplaats. Die wordt op zijn beurt vergroot ten behoeve van de
verbetering van de infrastructuur.
Achter de huizenrijen zijn de grootste veranderingen voor-zien. Hier
wordt binnen het huidige volume de noodzakelijke ruimte gevonden voor
de appartementen en kantoren. Slangen voorziet realisatie in
2010.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD woensdag 30 januari 2008
Twee huisgenoten in Haarlem verdeeld door generaal pardon
Willekeur van de slagboom
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Natuurlijk moet de Nederlandse overheid de streep ergens
trekken. Zeker bij zo'n beladen regeling als het generaal pardon. Wie,
zoals de Koerdisch-Iraakse politieman Sardar Saleh (31)
vóór 1 april 2001 hier een aanvraag voor asiel de deur
heeft uitgedaan, komt voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Zijn
Haarlemse huisgenoot Karim Merzakhil (26), een Tadjiekse Afghaan, was
in 2001 drie maanden te laat. De een maakt zich op voor een nieuw
leven. De ander leeft vertwijfeld met de dag.
Uiteraard kun je roepen dat Karim en Sardar gelukzoekers zijn. Dat ze
de economische vooruitzichten in Nederland maar al te graag verruild
hebben boven hun leven in de Afghaanse provincie Parvan of de
Noord-Iraakse stad Arbil. Maar de feiten leren anders.
De politieman Sardar bewaakte wapeninspecteurs van de Verenigde Naties,
die ver voor de val van Saddam Hussein in de gaten hielden of de
dictator snode plannen koesterde. Sindsdien is hij zijn leven niet meer
zeker. Sardar: "Er lopen nog veel aanhangers van Saddam rond, maar er
zijn ook anderen die niet graag zien dat je voor buitenlanders werkt:"
Karim werd net als veel andere adolescente Afghanen door de taliban in
de gevangenis gegooid, omdat hij op zijn achttiende nog geen baard
droeg. Karim: "ik heb gewoon niet zoveel baardgroei, maar met die
uitleg namen ze geen genoegen. Toen ik daarna vluchtte, kwam ik terecht
bij de Noordelijke Alliantie, die wilde dat ik meehielp met de strijd
tegen de taliban. Maar ik ben in de oorlog gegroeid, maar ik schiet
niet op andere mensen, ook niet op hen die me in de cel gooiden."
'Noodhuis'
Stilte. Dan is er koffie. Vervolgens een glas water.
Daarna serveert Sardar een bescheiden maar uitstekende lunch op een nog
bescheidener bovenkamertje in het 'noodhuis' van de Haarlemse stichting
Stem in de Stad. Als uitgeprocedeerde asielzoeker ben je al blij met
een dak boven je hoofd, maar met het weinige wat je wel bezit bereid je
elke gast een warm welkom. Zo hoort dat hier. Socializen, bij mensen op
bezoek gaan, een praatje maken breekt de dag.
"Voor mij is elk jaar, elke dag hetzelfde", somt Karim op. "Mag niet
werken, mag niet naar school gaan, mag geen rijbewijs halen, mag niet
met vakantie gaan. Naar de dokter gaan is een probleem. Zelfs als ik
daar voor de balie sta met een brief van Stem in de Stad in je hand,
zodat je kunt aantonen dat de rekening voor je wordt betaald, loop je
het risico raar te worden behandeld.
Door de grond
"Meer dan eens meegemaakt dat een leerling verpleegster dan zo'n brief
hardop voorleest. Misschien is zo iemand nieuw of een stagiaire en weet
ze het niet. Staan er heel veel mensen achter je in de rij en zij
roept: "Ooh! Deze man is illegaal!" Ze ziet die brief dan niet voor een
bewijs om te betalen. Dan kun je wel door de grond willen zakken. Ik
schaam me dan dood. Kijken al die mensen naar jou. Ik ben eigenlijk
niet eens illegaal. Zo'n situatie is hartstikke moeilijk."
Mensenhandelaren
Karim en Sardar hebben ongeveer heze1fde meegemaakt voordat ze
respectievelijk een en anderhalf jaar terug in Haarlem belandden. Via
mensenhandelaren waren ze in Nederland terechtgekomen. Omdat ze niet
direct bij de grens werden geweigerd en hun verhalen in elk geval in
het begin niet werden weggelachen, volgde een lange mars door de
ambtelijke instanties. Sardar verkaste met het sluiten van telkens
andere opvangcentra mee, dwars door het land heen en belandde
aanvankelijk in een Huis van Bewaring.
Via het regionale bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde
Naties in Brussel werd vastgesteld dat Sardars documenten niet vervalst
waren en hij voor de VN had gewerkt. Dat betekende dat hij uit de
gevangenis werd ontslagen, naar het dichtstbijzijnde NS-station werd
gebracht en zonder geld aan zijn lot werd overgelaten: "Ziet u maar dat
u binnen een dag het land uit bent."
Via via kwam Sardar in Haarlem bij Stem in de Stad terecht. Daar kreeg
hij een bed, 35 euro leefgeld per week en hij is succesvol voorgedragen
voor het generaal pardon, dat door de komst van het vierde kabinet
Balkenende inmiddels een feit geworden is.
Om de tijd te doden en iets terug te doen voor Sten in de Stad is hij
als vrijwilliger aan de slag gegaan. Hij doet de inkopen, geeft
daklozen te eten en daarnaast traint hij vier elftallen bij
amateurvoetbalclub Geel Wit aan de van Oosten de Bruijnstraat in
Haarlem. "Drie smurfenteams, van die allerjongste kids dus en een
F'jes-team. Ik vind het fantastisch om te doen", zegt hij wijzend op
een mooie Ajax-poster die boven zijn bed prijkt. "Voetbal is mijn
nr.1-hobby."
Toch was dat een schijnrealiteit in afwachting van de ware. "Op 15
januari 2008 viel hier de brief door de bus", zegt Sardar. Daar stond
in dat ik hier mag blijven. Tegen iedereen zeg ik nu: 15 januari is
mijn Nederlandse verjaardag! Mijn tweede geboortedag! Het wachten is nu
op het pasje."
"Daarmee kan ik naar school, werk zoeken, me inschrijven en vragen om een huurwoning."
"Wat ik daarna ga doen? Werken, mensen helpen. Nee, ik word niet meer
een politieman. Dan moet ik hier misschien wel zeven jaar studeren,
goed Nederlands schrijven en spreken en Engels, en ik ben al 31. Dat is
een beetje moeilijk. Nee werken in een verpleeghuis of in een
bejaardenhuis. En natuurlijk als vrijwilliger voor Stem in Stad om ze
terug te betalen voor alles wat zij voor mij hebben gedaan."
Junks
Hoe anders is het toekomstbeeld voor iemand die niet weet waar hij aan
toe is. Karim heeft al eens eerder meegemaakt hoe het is om in een
opvangcentrum te worden opgehaald en in een cel te belanden. "Ik weet
dat ik niet in aanmerking kom voor het generaal pardon. Ik ben twee,
drie, vier maanden misschien te laat aangekomen in Nederland. Maar ik
woon hier nu bijna zeven jaar, heb nooit iets gestolen, terwijl ik
maandenlang zonder een dak boven mijn hoofd heb moeten leven. Zelfs een
tijd tussen de junks in het Vondelpark."
Hij doet hun quasi joviale, niets aan de hand- taaltje na: "Hé
man! Hoe gaat 't? Te gek, man! Goed joh! Altijd laten zien dat je
'blij' bent, want anders ben je zwak, weet je. Ik zou zo graag verder
willen leren. Ik heb Nederlands geleerd op straat, ik zou het echt goed
willen spreken en dan gaan werken."
Karim droomt wel eens van een pasje. "Dan moet ik op nul beginnen. Ik
spreek nu Nederlands, maar niet zoals het echt hoort. Dus dat is niet
genoeg. Ik wil naar school gaan, een opleiding doen en mensen blij
maken. Maar zeven, acht of tien jaar wachten, dat is niet normaal. Daar
word je gek van. Als ik niet kan slapen, loop ik over straat om rustig
te worden. Dat kan hier. In Afghanistan niet. Daar maken ze je dood.
Nog steeds is het daar niet veilig. Ook niet nu twintig landen daar
soldaten heen sturen."
Sardar en Karim zijn moslim. Sardar praktiseert het geloof niet meer,
Karim wel. Hij zegt: "Ik ben mijn geloof niet verloren. Als ik bid,
krijg ik rust."
Sardar knikt. Hij betoogt alsof wij Nederlanders het vergeten zijn:
"Weet je: Nederland is vrij. Hier kun je christen of jood worden, of
homo. Hier mag je Koerd zijn. Hier is alles vrij, vrouwen zijn vrij.
Mensen zijn vrij. Ik vind± dat is heel goed.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD Maandag 3 december 2007
In 'elkaars huis kijken' tijdens kerken- en moskeeëntocht
Kerkbankjes verruilen voor zacht tapijt
DOOR ELANIE RODERMOND
Het was geen samenkomst van álle Haarlemmers. Zaterdag liepen er
zo'n veertig mensen mee met een wandeltocht langs Haarlemse kerken en
moskeeën.
Organisator 'Stem in de Stad' was tevreden. "Je moet ergens beginnen."
Het onderlinge begrip versterken tussen groepen moslims, christenen en
andersoortige Haarlemmers. Oecumenisch Diaconaal Centrum Stem in de
Stad heeft zich een duidelijk doel gesteld bij het houden van de tocht
langs vier verschillende Godshuizen. De angst voor 'het vreemde' opzij
zetten en de dialoog aangaan, dat is
het belangrijkste, Volgens medewerker Henk Kroon kan je je pas inleven
in een ander geloof, als je je in dat geloof hebt verdiept. ,,In je
eigen huis is alles vertrouwd en vanzelfsprekend. Daarom is het
belangrijk om in elkaars huis te gaan kijken."
Al bij de start van de tocht, in de Groenmarktkerk aan de Nieuwe
Groenmarkt wordt duidelijk dat de beoogde mix van geloof en cultuur in
elk geval tijdens de wandelingen achterwege zal blijven. Slechts drie
moslims melden zich voor de tocht, onder wie de imam van de Turkse
Selimiye-moskee en zijn tolk.
Na een korte introductie over het waarom van de kerken- en
moskeeëntocht, worden er allerlei vragen over de Groenmarktkerk
gesteld. Het staat alle deelnemers vrij om in de Godshuizen te
informeren naar de inrichtin'g van het gebouw, de betekenis van het
interieur en de gang van zaken tijdens het gebed. Leren over andermans
geloof en cultuur, dat is immers het doel van de dag.
Al snel geven de Haarlemmers blijk van flinke meningsverschillen. Zo
roept de een dat de vrijheid van geloof in Nederland nog steeds niet
volledig is, de ander vindt dit onzin.
Tijdens de wandeling naar de Selimiye-moskee in de Koningsteinstraat
worden de gesprekken en discussies voortgezet. Volgens de Haarlemse
Lenie Rabenberg-Bolijn heeft de tocht absoluut effect. "Ik vind dat we
ons meer in elkaar moeten verdiepen. De media schetsen over het
algemeen een negatief beeld over de multiculturele samenleving en
integratie. Het is goed dat we ons nu zelf een beeld van een ander
geloof kunnen vormen!"
Andere wereld
Niet veel later lijken de deelnemers in een heel andere wereld te zijn
beland. Geen zicht op imposante beelden, maar op schilderijen met
Arabische teksten. Geen kerkbankjes om op te zitten, maar zacht tapijt.
Geen schoenen aan, enkel nog sokken. En, geen priester, maar een imam.
De Haarlemmers kijken, al dan niet in kleermakerszit, geboeid om zich
heen.
Imam Demirer wordt bijgestaan door zijn tolk, Recep. Deze laatste legt
uit dat de imam de taal aan het leren is. Vooralsnog kan hij alleen nog
maar Nederlands verstaan. Daarom vertaalt Recep de uitleg van de iman
over zijn kleding, de inrichting van de moskee en de rituelen.
Daarnaast vertelt hij over de brede functie van het gebedshuis. "Mensen
komen hier niet alleen om te bidden. Er zijn klaslokalen en er is een
plek waar je samen kan komen. De Selimiye-moskee wordt daarom ook wel
als cultureel centrum gezien." Op de vraag waarom er relatief weinig
moslims met de tocht meelopen, vertelt hij dat er in zijn moskee niet
veel bezoekers komen die aangeven geïnteresseerd te zijn in het
christendom. Ook zouden moskeegangers pas laat van de tocht hebben
gehoord. Onderlinge discussies blijven hierop wederom niet uit. 'Hoe
kunnen we ooit goed met elkaar samenleven als ervanuit de Turkse
gemeenschap zo weinig belangstelling is voor een ander geloof?' en
'wordt het niet eens tijd dat het gebed in' het Nederlands wordt
voorgegaan?'
In de kerken en moskeeën wordt veelvuldig gesproken over tolerantie en respect. Hoewel iedereen het erover eens
lijkt te zijn dat die factoren onmisbaar zijn in een multiculturele samenleving, laat een enkeling zien dat het er nog wel
eens aan wil ontbreken. Zo stapt iemand in de moskee nog net even met
de schoenen op het tapijt, terwijl er een duidelijke scheiding is
tussen steen en vloerkleed. Een andere deelneemster raakt geërgerd
als ze haar schoenen weer moet uitdoen om over het tapijt na.ar de wc's
te lopen en sneert een medewerker van de moskee toe dat ze 'het dan wel
ophoudt'. En 0 ja, 'ze moeten in de gebedsruimte gewoon een keer
normale kerkbankjes neerzetten'.
Toch tonen de meeste Haarlemmers vooral interesse voor de gebedshuizen
en de geloven die daarbij horen. Ook in de Grote Kerk op de Grote Markt
en in de Marokkaanse Arrahman-moskee in de Zoetestraat wordt de ene na
de andere vraag afgevoord. Dick Kooiman van Stem in de Stad is
tevreden. "Ik denk dat de tocht zin heeft en ons iets over elkaar
leert. Want daar is het ons om te doen.
Terug naar in de media
|
HAARLEMS WEEKBLAD 25 juli 2007
'Stem in de Stad timmert aan de weg'
HAARLEM - Oecumenisch Diaconaal Centrum Stem in de Stad heeft Onlangs
het jaarverslag over 2006 gepresenteerd. In het verslag wordt
beschreven welke activiteiten het centrum het afgelopen jaar
georganiseerd heeft. "Het is een succesvol jaar geweest.", zegt
adjunct-directeur Ans van Keulen, maandagmiddag in het Aanloopcentrum
van Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt. Ondertussen stroomt het
centnIm langzaam maar zeker vol...
In het Aanloopcentrum kan een ieder die dat wil terecht voor een kop
koffie of thee, een goed gesprek of om andere mensen te ontmoeten.
"Aandacht, dat is waar het de meeste mensen die hier komen om gaat.",
zegt Ans. "Het is een groep die meestal wel een dak boven het hoofd
heeft, maar geen kans ziet om ervaringen, vreugde en verdriet te delen
met anderen, vaak eenzaam is en het niet al te makkelijk heeft.
Wel een huis, maar geen thuis, daar komt het een beetje. op neer. Wij
proberen met het Aanloopcentrum te voorzien in die behoefte en om
mensen met elkaar in contact te brengen. Ze kunnen een praatje houden
met elkaar ofmet één van de vele vrijwilligers die onze
organisatie rijk is. Daarnaast hebben we ook een bemiddelende rol
tussen deze groep mensen en bijvoorbeeld hulpverlenende instanties en
de gemeente. Waar veel instaties het opgeven, gaan wij verder."
In totaal werken 7 betaalde krachten en ongeveer 150 vrijwilligers voor
Stem in de Stad, waarvan zo'n 45 bij het Aanloopcentrum. Stem in de
Stad kent zes afdelingen, Kerk en Asielzoekers, Eetvoorziening,
Diaconaal Werk, Multireligieus Haarlem, Religie, Cultuur en
Spiritualiteit en het Aanloopcentrum dat in 2006 maar liefst 22.400
keer werd bezocht. Een groep van ongeveer 350 wordt het hele jaar door
ontvangen. Die aantallen zijn de afgelopen jaren ongeveer gelijk
gebleven. Ans licht toe:
"Er zijn eerder mensen bijgekomen dan dat de groep kleiner is geworden.
Het is een signaal dat veel mensen in onze maatschappij, en ook in
Haarlem, nog steeds moeite hebben om aansluiting te vinden." Ans beseft
dat een stichting als Stem in de Stad bestaat, juist omdat er mensen
zijn die het moeilijk hebben. Toch heeft ze een ander ideaalbeeld: "Het
mooiste zou natuurlijk zijn dat er ooit een moment komt waarop
wij ons zelf opheffen. Dat betekent namelijk dat de maatschappij in
staat is om zelf te zorgen voor mensen die buiten de boot vallen."
Gelet op het aantal mensen dat inmiddels het Aanloopcentrum is
binnengekomen, ziet het er naar uit dat Stem in de Stad voorlopig nog
meer dan genoeg werk heeft. De huidige accomodatie lijkt zelfs al wat
te klein.
Ans:"Het plan is dat we in 2009 verhuizen naar een ruimte verderop in
de straat. Daar kunnen we een grotere ontmoetingsplek en meer
kantoorruimte realiseren. Dat is nodig ook, want we barsten bijna uit
onze voegen!"
Tot slot geeft Ans aan dat Stem in de Stad altijd op zoek is naar
nieuwe vrijwilligers: "Het maakt niet uit of je klusjesman bent, koffie
kunt inschenken, brieven kan schrijven of andere kwaliteiten hebt. Als
je je wil inzetten om je medemens een handje te helpen, ben je bij ons
van harte welkom. Uiteindelijk zijn we allemaal even goede mensen,
alleen heeft de één net even wat meer problemen dan de
ander.", aldus een bevlogen Ans van Keulen, adjunct-directeur van Stem
in de Stad.
Meer weten?
Het Aanloopcentrum van Stem in de Stad bevindt zich aan de Nieuwe
Groenmarkt 10 en is elke dag van de week geopend, inclusief de
weekeinden.
De openingstijden zijn: zaterdag t/m maandag 14.00-16.00 uur en dinsdag
t/m vrijdag 1100-13.00 en 14.00-16.00 uur. Meer informatie is te vinden
op: www.stemindestad.nl of telefonisch via 023-5342891
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD maandag 23 juli 2007
Eerste vijf definitieve verblijsvergunningen afgegeven
Pardonmolen draait voluit
Door Richard Stekelenburg
HAARLEM - Dankzij de nieuwe pardonregeling hebben inmiddels vijf in
Haarlem verblijvende voormalige asielzoekers hun definitieve
verblijfsvergunning kunnen ophalen. Geschat wordt dat in Haarlem 250
mensen in aanmerking komen voor het pardon. Inmiddels zijn er 130 bij
de gemeente bekend.
Nu de pardonregeling eenfeit is,gaat het om de praktische uitvoering.
In Haarlem houden zich daar, behalve de gemeente, drie samenwerkende
hulporganisaties mee bezig, te weten: het diaconaal centrum Stem in de
Stad, Stichting Vluchtelingenwerk en Stichting't Klokhuis.
"Het begint nu eindelijkte lopen", zegt Barbara Jenner van Stem in de
Stad. Haar organisatie is op dit moment vooral bezig hulp te bieden aan
de groep die dringend financiële ondersteuning nodig heeft. "Een
groot deel van de 130 mensen die We hier in Haarlem kennen,kan zich
redelijk redden - dan gaat het bijvoorbeeld om mensen die 'een
Nederlandse partner hebben. Voor een aantal mensen is de nood echter
heel hoog en die staan er alleen voor."
Onlangs stelde de gemeente Haarlem 60.000 euro ter beschikking om de
eerste nood van een groep van ongeveer twintig mensen te lenigen.
'
De samenwerkende hulporganisaties hebben vorige week een lijst met 130
namen aangeleverd aan de gemeente. Die lijst is inmiddels ter
beoordeling doorgestuurd naar de IND. "Een goed deel van die namen was
natuurlijk al bekend bij de IND", zegt Jenner. "De molèn draait
nu."
Bij de organisaties komen nu vooral heel veel vragen binnen van de
betrokkenen. Jellner: "Mensen zijn goed op de hoogte, maar willen
het iefst nog veel meer weten. Je ziet de opluchÜng dat er nu
eindelijk wat gebeurt."
Niet op álle vragen kan al antwoord worden gegeven. Direct na
het zomerreces zal de gemeente met een beleidsnotitie komen waarin de
praktische uitwerking van de pardonregeling verder vorm krijgt. Die zal
onder meer gaan over de huisvesting. Volgens de afspraken tussen het
ministerie van justitie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG) moeten de voormalige asielzoekers vóór 1 januari
2010 een eigen woonruimte hebben, In Haarlem zijn daarvoor haar
sChatting 150 woningen nodig.
Degenen die vóór 1 april 2001 in Nederland asiel hebben
aangevraagd en geheel 2006 in Nederland hebben verbleven, kunnen
aanspraak maken op de pardonregeling. Mocht er bij de IND in
individuele gevallel twijfel bestaan, kan iemand bij de gemeente
Haarlem een burgemeestersverklaring hierover aanvragen.
In de discussie die inmiddels is losgebarsten over de namen van
asielzoekers die niet in aanmerking zullen komen voor de
pardonregeling, schaart burgemeester Bernt Schneiders zich achter het
standpunt van de VNG. Die is van mening dat het aanleveren van deze
namen geen taak is van gemeenten. Staatssecretaris Al-bayrak van
justitie meent dat zij dit volgens de gemaakte uitspraken wel van de
gemeenten kan eisen.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD 25 MEI 2007
Rozita krijgt haar amandeloperatie
Kennemer Gasthuis: 'Maar wel tegen betaling'
DOOR KEES VAN DER LINDEN
HAARLEM - De 5-jarige Rozita Hashemi wordt tóch geopereerd
aan haar neusamandelen. Dat zijn haar ouders gisteren met het
Kennemer Gasthuis overeengekomen.Zij zijn een betalingsver Plichting
aangegaan van vijf euro per maand voor de kosten van zo'n 1200 euro.
De Afghaanse Ouders, uitgeprocedeerde asielzoekers uit Haarlem; hadden
een kort geding. aangespannen tegen het ziekenhuîs. Zij waren
verontwaardigd dat een KNO-arts een operatie nodig vond, maar dat de
ziekenhuisdirectie. ingreep tegenhield, omdat de ouders onverzekerd.
zijn en niet kunnen betalen.
Om uit de impasse te komen, had het ziekenhuis een afbetalingsregeling
van vijf euro per maand voorgesteld, maar de ouders wezen die af.
Hun advocaat: Toch waren beide partijen na afloop opgetogen. Het
ziekenhuis natuurlijk, omdat het stand heeft kunnen houden, dat voor
zorg moet worden betaald . "Als je een ziekenhuis dwingt gratis te
opereren, wie betaalt dan straks zijn premie nog?", legde de advocaat
uit.
De tegenpartij was blij met de betalingsregeling, die in feite
symbolisch is. Keren de ouders terug naar Afghanistan, zal niemand hen
er nog aan houden. Hun advocaat: "Opbouwwerkers kunnen hun werk daar al
niet doen, laat staan een deurwaarder."
De reden dat Rozita in tegenstelling tot haar ouders niet is
uitgeprocedeerd, hangt mogelijk samen met haar slechte gezondheid,
aldus de advocaat. Als ze na de operatie van haar benauwdheid af is,
wordt ook zij waarschijnlijk uitgewezen.
"Zij moeten zien te leven van 70 euro per Week, die zij krijgen van de kerk Dat is al niet te doen."
Tijdens het kort geding bleek al gauw, dat de ouders het geding
moeilijk. konden winnen. Hun advocaten Fischer en Klaas zaten namelijk
met de mond vol tanden, toen advocaat De Vries van het Kennemer
Gasthuis vraagtekens zette bij de draagkracht van het gezin Hashemi.
"In tegenstelling tot de ouders, is het meisje niet uitgeprocedeerd.
Zij krijgt dan toch een toelage én heeft recht op vergoeding van
medisch noodzakelijke kosten?"
Toen de advocaten niet konden uitleggen hoe de precieze status van het
kind is, mopperde zowel de tegenpartij als de rechter, dat de
raadslieden 'hun huiswerk' niet hadden gedaan. Op aandringen van de
rechter stemden de ouders daarna alsnog in met een betalingsregeling.
Zaak Rozita 'proefproces'
Tijdens' het kort geding keek de interkerkelijke
Haarlemse hulpinstelling Stem in de Stad gespannen mee over de
schouders van de ouders. Want volgens predikant Beumer staat Rozita
niet op zich. Hij had graag gezien dat het Kennemer Gasthuis ook
onverzekerden gaat behandelen, hetgeen het ziekenhuis weigert, behalve
als er sprake is van acute nood. Beumer: "Er zijn in de stad veel
zieken die niet naar de dokter gaan, omdat ze onverzekerd zijn. Ik heb
al vaak geprobeerd met het ziekenhuis hierover te praten, maar er
gebeurde niets." Tot vreugde van Beumer kondigde het ziekenhuis tijdens
de zitting plotseling aan met hem in gesprek te willen.
HAARLEMS DAGBLAD 23 MEI 2007
KG weigert amadelen van 'illegale' Rozita te knippen
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - De vijfjarige Rozita Hashemi uit Haarlem is dit voorjaar door
haar huisarts verwezen naar het Kennemer Gasthuis: haar amandelen
moeten eruit. De kno-specialist deelt die diagnose, boekt de
operatiekamer, maar dan steekt de raad van bestuur van het KG een spaak
in het wiel. Rozita is onverzekerd.
In een proefproces probeert de artsenorganisatie 'Dokters van de
Wereld' morgen gedaan te krijgen dat het Haarlemse ziekenhuis
onverzekerde patiënten voortaan wel behandeld. Voor de Haarlemse
rechtbank wordt de kwestie toegespitst op één geval, dat
van dit Afghaanse vluchtelingetje. Dokters van de Wereld zegt in
Haarlem zeker acht van dergelijke zaken te kennen.
Bij acute zorg helpt het ziekenhuis, maar verder weigert het KG
stelselmatig mensen zonder verzekering te behandelen, schrijft
ziekenhuisdirecteur Harry Luik. "U vraagt ons in wezen ook voor het
verlenen van zorg te betalen, en dat is voor het Kennemer Gasthuis en
voor veel ziekenhuizen een brug te ver."
Dokters van de Wereld eist van het KG dat Rozita's amandelen snel
worden geknipt, want het meisje heeft elke dag ademhalingsmoeilijkheden
en slaapt slecht. Woordvoerder Gert Beckers: "Natuurlijk heeft
directeur Luik gelijk als hij schrijft dat de overheid
eindverantwoordelijk is. Dat betekent echter nooit dat
één instelling een individuele patiënt zorg weigert.
Stel je voor dat het jouw kind is.".
Luik vindt dat de tegenpartij de zaak op de spits drijft: "Het gaat hen
om de jurisprudent!e, maar wij hebben absoluut niet geweigerd hulp te
bieden. Maar a priori moet het principe van betaling voorop staan."
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD maandag 26 maart 2007
Haarlemmers naar Harlem om te geven en te ontvangen
DOOR J0HN OOMKES
HAARLEM. Een groep jonge Haarlemmers maakt midden oktober een
verkennende trip naar de New-Yorkse wijk Harlem. De reis markeert het
begin van een kerkelijke stedenband die wordt gesmeed tussen het
interketkerlijke centrum Stem in de Stad in de Spaarnestad en The
Riverside Church in New York.
Volgens Jurjen Beumer, pastor-directeur van Stem in de Stad, ligt het
in de bedoeling vooral van elkaars ervaringen te leren. Het Haarlemse
centrum beweegt zich nadrukkelijk op sociaal terrein met een
inloopcentrum en opvang van daklozen en uitgeprocedeerde asielzoekers.
In het New-Yorkse stadsdeel Harlem zorgt de kerk voor een belangrijk
deel voor de samenbindende factoren in de binnenstad: van armenzorg tot
samenlevingsopbouw.
Beumer heeft jongeren geworven bij de kerken die in Haarlem aangesloten
zijn bij zijn oecumenisch centrum. Hij vindt het van het allergrootste
belang dat de eerste transatlantische banden worden aangehaald via
jongvolwassenen. Voor hen is het zowel een verkenningstocht naar de
ander en daardoor naar zichzelf. De voorbereiding van de reis is al
enkele weken in volle gang.
Ook al ken je Amerika van Hollywoodfilms en computergames, er gaat
niets boven een echte confrontatie met de overkant van de Grote Plas.
Harlem is niet meer de probleemwijk van twintig, dertig jaar geleden,
waar je je als Europeaan slechts onder begeleiding een avondje in het
Apollotheater kon wagen, maar de kennismaking zal er niet minder heftig
om zijn. En ook al rukt het bestanddeel blanken in Harlem op, je bent
er altijd in de minderheid met een bleke huid.
"Ik heb zelf ook een broer die donker is. Dat komt omdat hij uit
Suriname afkomstig is" zegt de 19-jarige Madeleine Gouwens uit
Heemstede. "Ik ben geadopteerd, hij ook. Tja het is soms wel anders.
Hij is brutaler, maar ik kan er wel tegenop. Ik zeg gewoon: Doe 'ns
even normaaI. Dat doet ie dan ook en dan is 't leuk. Mijn moeder leert
van mij hoe dat moet. Dus rondlopen in en zwarte wijk - daar heb ik
niks van."
"Als ik terugkom uit New York wil ik in een dienst in de Doopsgezinde
Gemeente waarvan ik lid ben, iets vertellen over mijn belevenissen",
zegt Klaas van der Galiën. Deze 41-jarige Haarlemmer werkt als
schoonmaker bij een restaurant in de Frankestraat en is als jeugdleider
actief. "Kijken of we geld kunnen sturen naar mensen die het daar nodig
hebben. Gewoon, kleine giften voor kleine problemen. Ik heb eerder
gemerkt dat dat kan werken. Op een vorige trip naar Belfast
bijvoorbeeld.
Amerika is geen nieuwe. ervaring voor Klaas, maar New York wèl en Harlem beslist.
"Een week in die stad vind ik voor mezelf te kort. Ik ben ook een groot
sportfan. Dus ik hoop er extra dagen aan vast te koppelen en onder meer
te gaan kijken in Yankee Stadium en Madison Square Gardens!'
De meeste impact zal uitgaan van een bezoek aan Ground Zero, verwacht Klaas.
"Mijn moeder is jarig op 11-09. Dus is er een gekke link met die dag in 2001."
Terug naar in de media |
Haarlem op zondag 25 maart 2007
Penning van verdienste voor Hanny Korstjens
HAARLEM - Hanny
Korstjens ontving afgelopen vrijdag de penning van verdienste van de
stad Haarlem. Zij werd onderscheiden vanwege haar bijzondere en
langdurige verdiensten voor het diaconaal¬maatschappelijk werk in
Haarlem. Volgens de gemeente onderscheidt Korstjens zich door haar
uitstekende organisatorische kwaliteiten, gecombineerd met een
onvoorwaardelijke compassie met de medemens. Zij is permanent. dus ook
'buiten kantooruren', beschikbaar voor mensen in de stad die het minder
voor de wind gaat.
De penning werd uitgereikt tijdens het congres
'De weg naar barmhartigheid en gerechtigheid', dat vanwege haar
afscheid als adjunct-directeur van het Oecumenisch Diaconaal Centrum
Stem in de Stad georganiseerd was. Korstjens is sinds 1988 actief in
het diaconaal-maatschappelijk werk in Haarlem. Sinds 2000 was ze
adjunct-directeur van Stem in de Stad. Reeds vanaf begin jaren tachtig
was ze als vrijwilliger betrokken bij het. Aanloopcentrum, een
dagelijkse plek van ontmoeting voor talloze mensen. In 2002 initieerde
Korstjens voor Stem in de Stad de Eetvoorziening voor onder andere
dakloze mensen zonder geld. Aan de organisatie rond deze voorziening
deed zij, vervolgens ook zelf actief mee.
|
HAARLEMS DAGBLAD zaterdag 24 maart 2007
Hanny Kostjens bij afscheid onderscheiden
Door JOHN OOMKES
HAARLEM - In een afgeladen Nieuwe Kerk nam een lichtelijk ontdane adjunct-directeur van Stem in de Stad, Hanny Korstjens,
gisterenmiddag de penning van verdienste van de stad Haarlem in ontvangst uit handen van wethouder Jan Nieuwenburg.
Dat gebeurde aan het slot van het door meer dan 350 deelnemers bezochte
en daarmee volgetekende congres 'De Weg naar Barmhartigheid en
Gerechtigheid'. Het evenement was Hanny Korstjens aangeboden in verband
met haar afscheid als adjunct-directeur van de interkerkelijke
organisatie.
Hanny Korstjens ontvangt de penning van verdienste vanwege haar
bijzondere en langdurige verdiensten voor het diaconaal-maatschappleijk
werk in Haarlem. Zj heeft zich volgens het stadsbetuur onderscheiden
door haar uitstekende organisatorische kwaliteiten, gecombineerd met
een onvoorwaardelijke compassie mer de medemens. Zij is permanent, dus
óók buiten 'kantooruren', beschikbaar geweest voor mensen
in de stad die het minder voor de wind gaat.
Hanny Korstjens is sinds 1988 actief in het
diaconaaI-maatschappelijk werk in Haarlem, eerst als vrijwilliger en
vanaf 1991 als betaalde kracht. Zij hielp er honderden mensen op weg en
zette er een succesvoIle eetvoorziening op touw.
Terug naar in de media |
HAARLEMS
DAGBLAD dinsdag 13 februari 2007
Vertegenwoordigers wereldgodsdiensten vinden elkaar in platform annex advieslichaam
Raad van Religies voor Haarlem
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Haarlemse representanten van de zes wereldgodsdiensten hebben
elkaar gevonden in de Raad van Religies Haarlem (RvRH). De samenwerking
krijgt niet alleen gestalte in een platform en een permanente
uitwisseling van ideeen. Ze moet ook uitmonden in een multireligieuze
adviesraad voor de overheid. Met de oprichting van de Raad van Religies
in Haarlem (RvRH) wordt het op de beurt van het plaatselijk bestuur
makkelijker voeling te houden met de verschillende gelovigen in de
Spaarnestad. Dat is geen overbodige luxe, vertelt initiatiefnemer
Jurjen Beumer (59), directeur van Stem in de Stad, een oecumenisch
binnenstadspastoraat, dat al vaker een brug heeft geslagen tussen de
verschillende gezindten.
Een Raad van Religies roept nadrukkelijk het gevoel van eenheid en
verbroedering op. Na de moord op Theo van Gogh door Mohammed B. in 2004
was die tussen Haarlemmers van diverse origine juist ver te zoeken en
bleek hoe broos de samenhang in de stad is. Toenmalig burgemeester Jaap
Pop moest bij wijze van spreken de halve stad door om de mensen bij
elkaar te houden.
Shmuel Spiero (38), rabbijn van de joodse gemeente in Haarlem, begrijpt
de vanzelfsprekende aarzeling bij niet-gelovigen om brood in de RvRH te
zien: "In het begin dacht ik ook: "Wat moet ik hiermee aan? Maar je
kunt bij elkaar rechtstreeks doordringen in de kern van het geloof van
de ander. Op die manier kun je leren van elkaar en begrijpen hoe weinig
we eigenlijk van elkaar verschillen. Met de raad kunnen we als een
eenheid naar buiten treden, vooral naar de lokale overheid toe. Laten
zien dat we veel dingen samen kunnen doen en dat we ook wat kunnen
betekenen voor de gewone Haarlemmers die je op straat tegenkomt en die
niet zo belevend in hun geloof staan."
"Ik ben het hartstikke eens met Shmuel", zegt maatschappelijk werker
Dilek Cakir-Üyük (45), "Je kan laten zien dat je met andere
geloven kan leven, elkaar kunt respecteren zoals je bent. Het gaat mij
vooral om het wederzijds begrip - elkaar ruimte en tijd gunnen. In de
regeringsverklaring staat niet voor niets 'samen leven'. Dat geldt voor
mij persoonlijk ook - ik kies ook niet
voor één specifieke moskee. Ik zet me overal in waar ze me willen hebben,"
Ook Aart Mak (53), secretaris van de RvRH en dominee van de
Radiogemeente Bloemendaal, beweert dat: een dergelijk nieuw platform
hard nodig is: "God verhoede dat we er in Nederland pas in
verscheurende conflicten achterkomen dat we elkaar in al onze
religieuze bevlogenheid helemaal niet kennen."
Behalve Aart Mak (namens het christendom), Shmuel Spiero (namens het
jodendom) en Dilek Cakir-Üyük (namens de Turkse islam) zitten
Suresh Soedhwa (namens het hindoeïsme), Fen. Heupers (namens het
boeddhisme), Avi Ovadia (namens het jodendom), Toos Knijff (namens het
christendom), Abdel Dokhene (namens de Marokkaanse islam), Janina Kooy
(Baha'i) en Ernest Spronck (namens niet-gebondenen) in de RvRH.
Terug naar in de media |
HAARLEMS DAGBLAD ZATERDAG 6 JANUARI 2007
Doorstart met kok Bert Jacobs
Toch weer eten bij Vincents
DOOR PIET ARP
HAARLEM - Nooit was het drukker in de eetzaal dan op de laatste dag dat
Vincent's, het gaarkeukenrestaurant van de Vincentiusvereniging half
november nog geopend was. Dagenlang al lopen de oude, trouwe klanten
inmiddels langs bij het eethuis om te horen wanneer ze er terecht
kunnen. Dinsdag 16 januari heropent burgemeester Schneiders Vincents
aan de Nieuwe Groenmarkt.
Waar vind je dat nog: een maaltijd voor € 5,25, of een kindermenu
voor € 4. Bert Jacobs, de nieuwe pachter van de gaarkeuken
Vincents denkt voor deze prijs een volledige en gezonde, gevarieerde
warme maaltijd te kunnen voorschotelen. Desgewenst vegetarisch. Deze
kok weet waarover hij het heeft, hij werkte eerder al eens enige tijd
in de keuken van deze 150 jaar oude warme maaltijdbereider voor mensen
met een krappe portemonnee.
Het najaar begon slecht voor de Haarlemmers die gewend waren geregeld
te eten bij Vincent's. De Vereniging Vincentius, al honderdvijftig jaar
de exploitant van deze bijzondere, Haarlemse gaarkeuken, moest er
maandelijks veel te veel geld op toeleggen. Een reorganisatie en
restyling leverden niet de verbetering op waarop was gehoopt, zodat het
bestuur besloot het eigen vermogen aan andere zaken te besteden. Om
toch weer duurzaam, maar anders, de helpende hand te bieden. Het doek
viel voor Vincentius, waar de laatste maaltijd in november werd
uitgeserveerd.
De vaste eters - sommigen zitten al veertig jaar elke avond aan
dezelfde tafel hun maaltijd weg te werken in de gezelligheid van een
groter gezelschap - kwamen in opstand. En organiseerden een doorstart.
Bert Jacobs, die al langer belangstelling had Vincents te pachten kreeg
steun van financieel deskundigen en ondernemers als Hans van
Amelsvoort, Rob Mesman en Willem van den Broek. Zij zullen ook de
kwaliteit bewaken.
Vlak voor de kerst was de kogel door de kerk: Vincents mag een doorstart maken.
Inmiddels werken enkele willigers elke dag om het restaurantinterieur
een nieuwe uitstraling te geven. Een timmerman werkt aan een knusse
hoek. Die was er vroeger ook, maar verdween pij een verbouwing. Wat ook
terugkeert zijn twee lange tafels, waar mensen die graag in gezelschap
eten bijeen kunnen zitten. Ook de kleinere tafels blijven.
"Wat ik leuk zou vinden is als de vaste klanten bij de heropening in
plaats van bloemen iets persoonlijks van thuis meenemen voor aan de
muur," dagdroomt Jacobs. "Sommigen zien dit al tientallen jaren als hun
huiskamer, maar er is eigenlijk niets persoonlijks van hen bij. Dat kan
dan veranderen."
De ruimte moet duidelijk nog wat sfeervol worden aangekleed; daar is een week de tijd voor
Jacobs heeft uitgerekend dat hij met 50 cent minder per maaltijd dan
voorheen toch een volwaardige maaltijd kan aanbieden. Dat heeft alles
te maken met slim inkopen. Voor € 5,25 eet je er goed, en mag je
nog eens laten opscheppen door de in Vincents bekende opschepper
Willem. Zoon Burak zal in de bediening bijspringen. Het blijft een
voordelige eetkamer.
En wil je iets extra's, dan kan dat tegen bijbetaling. En wat een groot
voordeel is, je kunt direct aan de maaltijd beginnen tussen half vijf
en half acht. Een snelle eter kan binnen tien minuten weer buiten
staan.
Terug naar in de media |
DE HAARLEMMER 14 DECEMBER 2006
'Dit doe ik...': diaconaal predikant
"Onze missie is dicht bij de mensen te zijn"
DOOR TINEKE DIJKSTRA
HAARLEM
- "De mensen die hier komen, zijn om wat voor reden dan ook iets meer
naar de marge van de samenleving geschoven. Ze zijn niet zielig. Ze
bezitten ontzettend veel power om zich niet aan de duisternis te
verliezen. Wij helpen hen in het proces om de lichte kant van het leven
opnieuw te gaan zien. Wat dat betreft sluit onze filosofie goed aan op
de adventstijd waar we nu in zitten, de aanlooptijd naar het feest van
het licht", zegt Jurjen Beumer, directeur van Oecumenisch Diaconaal
Centrum Stem in de Stad.
Twintig jaar geleden richtte diaconaal predikant Jurjen Beumer Stem in de Stad op.
"Wij
zijn een centrum van de oecumenische kerken in Haarlem. De protestantse
gemeente, de katholieke kerk, de doopsgezinde, Lutherse en de
remonstrantse kerk. Allemaal doen ze mee in deze organisatie. Het
kenmerk van diaconie is, dat het praktisch is. Hoe concreter hoe beter.
Onze missie is om dicht bij de mensen te zijn en dan vooral bij mensen,
die het minder voor de wind gaat. Wij bekijken wat er aan de hand is en
hoe je daar op een bepaalde manier op in kunt spelen vooral door
persoonlijk contact. Uit de ontmoeting met mensen, die op wat voor
gebied dan ook in nood zijn, ontstaat werk. Ons werk heeft zich almaar
uitgebreid. We hebben nu zeven afdelingen met zeven vaste medewerkers,
die elk op hun terrein veel werk verzetten. Behalve op hen draait onze
organisatie ook op de vele, onmisbare vrijwilligers", vertelt Jurjen.
De
kern waar alles zich afspeelt, is Het Aanloopcentrum. "Op deze
ontmoetingspIek, die zeven dagen per week geopend is, lopen wekelijks
honderd mensen het gebouw in en uit. Voor een kopje koffie, een
praatje, of voor een persoonlijk gesprek. Hier heeft zich in de loop
der jaren een ware gemeenschap gevormd."
Stem in de Stad
ondersteunt ook asielzoekers en vluchtelingen in nood. "Als
verblijfplaats is er een noodopvang waar asielzoekers tijdelijk kunnen
wonen. Er wordt ook gebruik gemaakt van kamers en woonruimte, die
mensen tijdelijk ter beschikking gesteld hebben. Dit werk is moeilijk
en zwaar, vooral in de laatste fase, waarin beslissingen gaan vallen,
proberen we hen met z'n allen zoveel mogeljk te helpen
Mediator
Jurjen:
"De afdeling Diaconaal Werk zet zich in om mensen terug in de
voorzieningen te krijgen. Er is in steden een groot aanbod op het
gebied van welzijnswerk en maatschappelijk werk, waardoor sommigen door
de bomen het bos niet meer zien. WIj kunnen dan als mediator tussen
verschillende instellingen optreden. Een drugsgebruiker kan bij ons
natuurlijk een kop koffie krijgen, maar als hij niet meer bij de
Brijder Stichting is, moet hij daar toch echt wel weer naar toe." De
afdeling Eetvoorziening is vooral voor mensen, die verslaafd of dakloos
zijn. "Drie keer in de week worden hier gratis maaltijden verstrekt aan
mensen, die buiten hun schuld geen geld hebben om te eten", zegt
Jurjen. "Diaconie is praktisch kerkenwerk Het is maatschappelijk actief
zijn in de stad. Deze inzet vereist ook reflectie en bezinning, viering
en verdieping. De afdeling Religie, Cultuur en Spiritualiteit
organiseert stadsvieringen in de Groenmarktkerk, maar ook in ons gebouw
stadslezingen, die zich toespitsen op zingeving en religie. Daar komen
heel veel mensen op af. Onze core business is omgaan met mensen die aan
de onderkant van de samenleving vertoeven, maar als wij een brug kunnen
slaan naar de sterken in de samerileving, de culturele kant, dan doen
wij dat."
Voldoening
Het werk als diaconaal predikant bij
Stemin de Stad geeft Jurjen veel voldoening. "Ontmoetingen met mensen,
die op wat voor fronten dan ook met de rug tegen de muur staan, roepen
échte levensvragen op. Wij ervaren, dat gesprekken hierover helend
kunnen zijn. Je krijgt er dus ook veel terug, wan het is goed te zien,
dat mensen die een crisis doormaken toch weer kracht krijgen om vanuit
het duister naar het licht te kijken. Die hoop is voor iedereen, die
wil zien", is de overtuiging van Jurjen.
Terug naar in de media
|
HAARLEMSDAGBLAD 16 NOVEMBER 2006
DOOR PIET ARP
Tegenstanders van sluiting hebben twee weken om reddingsplan boven tafel te krijgen
Vincent's niet alleen voordelige hap
Het nieuws kwam keihard aan: Na 151 jaar sluit Vincent's eind deze
maand de gaarkeuken aan de Nieuwe Groenmarkt in Haarlem. Per werkdag
moet vijfhonderd euro worden toegelegd op deze charitatieve
maaltijdzorg voor ouderen, alleenstaanden, eenzamen, gehaasten en
mensen met een kleine portemonnee.
Om nu te zeggen dat de allerarmsten hier elke dag voor €5,75 hun
warme prak betrekken, nee. Vincent's vervult nog steeds een belangrijke
sociale functie in het leven van tientallen trouwe bezoekers, maar het
geld van de tekorten zou voor projecten elders in de stad een betere
bestemming krijgen, vindt het bestuur van de Vincentiusvereniging.
Aan een van de ronde tafels in de restaurantruimte aan de Nieuwe
Groenmarkt groept dinsdagavond een kluitje vaste klanten samen dat niet
zonder Vincent's verder wi1. Er moet toch een uitweg uit de grote
financiële nood te vinden zijn. Zo leeg is het toch niet in de wat
rokerige eetzaal? Ideeën flitsen heen en weer over tafel.
Misschien wil een ondernemer met een sociaal hart wel het dagelijkse
financiële risico lopen. Wellicht wil de gemeente bijspringen, al
was het maar om de aanloopkosten van een bperkte doorstart te kunnen
betalen. Wie weet is er een weldoener à la TomTom-oprichter die
een heel klein stukje van zijn vermogen wil inzetten om 'de ontmoeting'
in Vincent's overeind te houden. Want dat is tegenwoordig de
voornaamste taak van het eethuis, dat ooit als spijskokerij en
gaarkeuken Voor de allerarmsten begon
Schenk: "Rijk en arm zit hier door elkaar, rangen en standen zijn er
niet. Iedereen kan hier met elkaar praten. Je kunt alleen aan een
tafeltje gaan zitten, maar wil je aanspraak, dan sluit je je aan bij
een groepje eters. Ik kom hier niet af en toe omdat ik zelf niet zou
koken- ik heb een gezin - maar de ontmoetingsfunctie die je hier
aantreft spreekt me heel erg aan. Het is hier echt geen daklozenbende."
Anderen zitten helemaal niet zo te wachten op diepgravende gesprekken
met andere hongerigen, terwijl ze toch opleven in het geroezemoes van
de avondmaaltijd. En dat maal is altijd stevig en direct klaar. Er is
keus uit verschillende groenten, de aardappels naar wens gekookt of
gefrituurd, er zijn verschillende soorten vlees. Met wat extra
bijbetalen is er ook een voor- en een nagerecht.
Richt je je alleen op het eten, dan is Vincent's dat bezoek al waard.
Als bij de bedrijfskantine schuif je met je bord langs de balie, laat
dat vullen met wat je wilt en je rekent af. Dinsdag waren de aardappels
met andijvie en twee ballen gehakt niet te versmaden.
Helaas loopt bijna elke Haarlemmer voorbij aan dit goedkope eetadres.
Op de Nieuwe Groenmarkt zie je niets van Vincent's, geen uithangbord
laat zien dat je hier heel voordelig kunt eten. Allen de kenners
stappen doelgericht de uitnodigend openstaande deur naast het
buurtcentrum Binnensteeds binnen.
De mannen en vrouw aan de tafel weten precies waarom. Ondanks de
bijzonder laagdrempelige voorziening die de eetgelegenheid wil zijn is
de drempel eigenlijk torenhoog. Dat obstakel heeft weinig met het
prijskaartje te maken. "Eten bij Vincent's, dat is eten tussen de
kneuzen, zwervers en mensen met psychische problemen, denkt men.
"Gemeenteambtenaar Hans van Amelsvoort weet dat dàt niet waar
is. En W. van den Broek: "Geen niet-Haarlemmer heeft er ooit van
gehoord, en de Haarlemmer die er van weet, moet er naar zoeken." En
loopt rond met het vooroordeel, dat Vincent's een kneuzenvoorziening
is, terwijl geen Haarlemmer zich graag tot de kneuzen rekent.
Aan de tafel naast de toekomstplannenmakers zit Krijn Kramer,
voorzitter van de Vincentiusvereniging Haarlem, de eigenaar van de
spijskokerij en huidig eethuis Vincent's. Als hij zijn eten op heeft
schuift hij aan. Eigenlijk is de oude doelgroep voor het eethuis
verdwenen, vermalen tussen de groeiende welvaart en schrijnende
armoede. De armsten kunnen zich een warm maal bij Vincent's niet
permitteren. Kramer: "Als je afhankelijk bent van de Voedselbank heb je
niet meer dan 20, 30 euro per week om je gezin te voeden. Dan is dit
veel te duur."
Studenten, enkele tientallen jaren geleden een van de grootste
bezoekersgroepen, eten of op hun kamer een stoommaaltijd, of ze eten
wat bij de Hogeschool. Voor alleenstaanden zijn eetcafés niet
veel duurder dan Vincent's; en ouderen hebben tegenwoordig hun heel
voordelige open eettafels. in de verzorgingshuizen in de buurt; Wie wil
er dan nog naar de gaarkeuken aan de Groenmarkt?
Alleen degenen die om een praatje verlegen zitten.Daarvan zijn er
genoeg, denkt de vaste kern. "Ik eet of hier, of thuis. Ik heb als ik
hierheen ga helmaal geen behoefte aan een eetcafé of een
restaurant. Hier kom ik voor de gezelligheid. Je maakt eens een
praatje. En heb je haast, dan ben je al snel weer weg." Ideaal dus ook
voor de ondernemers in de binnenstad, van wie er heel wat bij Vincent's
binnenstappen, verzekert ondernemer RobMesman. Het is gewoon handig om
tussen het werk door hier even in een paar minuten tijd voor weinig
geld wat te eten. En dat geldt ook voor gemeentembtenaren als Han van
Amelsvoort, die er meteen aan toevoegt: "maar het is voor Vincentius
natuurlijk niet de bedoeling om als kantine voor het stadhuis te
functioneren."Desalnietemin schuift Van Amelsvoort geregeld aan in de
rij voor de opschepbalie. Vanwege het gemêleerde gezelschap dat
hier dagelijks binnenstapt.
En nu is het zaak in twee weken tijd eenreddingsplan te bedenken, door
te rekenen en langs het bestuur van de Vincentiusvereniging te laveren
Het gesprek dat dinsdagavond, met Kramer op gang kwam kan zowel weinig-
als veelbelovend zijn. De laatste maaltijd wordt 30 november
opgeschept, dat staat voor het bestuur vast, stelt Kramer. "Er moet
vijfhonderd euro per dag bij. Dat is heel veel geld, voor een
voorziening die niet meer helemaal beantwoordt aan het sociale doel er
altijd achter stak." Een tekort van enige tienduizenden euro's op
jaarbasis zou nog te verantwoorden zijn als daarmee "de ontmoeting" is
veilig te stellen. Maar nu gaat dat geld met veelvoud daarvan de deur
uit De prijzen verder verhogen "Nee, nu al is Vincent's duurder dan de
maaltijd in het verzorgingshuis."
Het warme eten is toch nog altijd vooral bedoeld voor mensen met maar
weinig geld. Dat mensen van allerlei slag elkaar hier ontmoeten is
echter wel enig verlies waard. In augustus echter zag het bestuur dat
de laatste aanpassingen om Vincent's betaalbaar te houden niet
aansloegen. Het aantal bezoekers, ooit zeshonderd per dag is nu nog
maar een tiende daarvan. Dat kost te veel. "Maak dan eens wat reclame,
timmer aan de weg, laat zien waar Vincent's voor staat". De ideeën
rollen over tafel voor het voeren van een klinkende campagne om het
eten weer dagelijks op honderden borden te laten dampen. Kramer:
"Nee, we hebben al tweemaal een reddingspoging ondernomen. Als
bestuurders moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen om op tijd te
stoppen. Hoezeer het ons ook aan het hart gaat dat daarmee een traditie
van anderhalve eeuw verdwijnt. We kunnen niet nu al ons kapitaal
verbruiken, terwijl we niet weten wat de sociale noden over een kwart
eeuw zijn. Dan is men ons misschien dankbaar dat we op tijd zijn
gestopt."
Maar, laat Kramer doorschemeren, "als er iemand is met een half miljoen
euro om het tekort van vijf jaar af te dekken, dan valt te praten over
een doorstart." Een half miljoen. Waar haal je dat nu weer in een paar
dagen vandaan? 0 ja, en dan mag de exploitatie niet commercieel zijn en
ze moet blijven voldoen aan de statuten. Vincent's, dat valt onder de
'werken van barmhartigheid'. Het sociale mag niet uit het oog worden
verloren.
Kramer moet weer weg. Hij laat het gezelschap in vrees en met een klein beetje hoop achter. Over een doorstart valt nog
steeds te praten. Dat is alvast iets. Nu alleen zorgen dat de
continuïteit voor vijf jaar is gewaarborgd. "Ik heb al contact
gehad met enkele gemeenteraadsfracties", zegt Van Amelsvoort.
"Misschien dat vanuit die hoek hulp te verwachten is." Een boomlange
man, Bert Jacobs, die even eerder met Kramer had zitten eten, staat
even stil bij de tafel. "Ik wil dit graag pachten," zegt de man. Hij is
hier geen onbekende. Jaren kookte hij voor Vincent's; "Als ik hier aan
de slag kan ga ik weer zelf koken, de prijs kan zelfs nog wat omlaag,
want op de inkoop valt heel veel te besparen. En ik kan wat verdienen
voor de Vincentiusvereniging, ik weet veel oude klanten mee terug te
halen." Zelf heeft hij echter niet veel vertrouwen in de haalbaarheid
van de doorstart. "Ik heb dit een paar jaar geleden al voorgesteld, en
begin dit jaar. En nu weer, maar het bestuur reageert er niet op." Hij
vertrekt, terwijl hij verzekert: "ik kan als het moet 1 december
beginnen."
De eters aan de tafel zien hierin een lichtpunt. Er moet, spreken ze
even later af, maar eens uitvoeriger met Jacobs worden gepraat. Zijn
bedrijfsplan bekijken, garantstellingen zien binnen te slepen. "Als
Jacobs het risico wil lopen, wie zijn wij dan om dat tegen te houden?"
vraagt Van den Broek zich af. "Als de pacht voor de ruimte gering is en
hij inderdaad op kosten kan besparen en meer eters weet binnen te halen
zou er een kans van slagen kunnen zijn." Een belangrijk struikelblok is
echter nog steeds, dat de nieuwe opzet van Vincent's moet blijven
passen in het sociale kader waarin het ooit is gestart. Voor mensen met
weinig geld of aanspraak, een werk van barmhartigheid. Daarmee staat of
valt de doorstart.
Ietsje hoopvoller gestemd brengen de eters hun vuile vaa.t terug. Na
het galgenmaal van 30 november komt er misschien toch een vervolg.
Barmhartigheid
De Vincentiusvereniging begon in 1855 als spijskokerij, een gaarkeuken
waar de armsten een warm maal konden ophalen om thuis te eten. Vooral
na de Tweede Wereldoorlog was Vincentius aan de Nieuwe Groenmarkt
uiterst populair bij jongeren, alleenstaanden en ouderen. Voor heel
weinig geld zorgde uitbater Samson voor een goed maal. Aan de lange,
rechte tafels had je altijd goed gezelschap aan de honderden
medebezoekers. Om de kosten te drukken werd de eigen kok alweer jaren
geleden afgeschaft, en nu zorgt een cateraar voor de maaltijden, die in
de moderne keuken alleen nog maar opgewarmd hoeven worden. Het eethuis
Vincent's is landelijk de laatste gaarkeuken die nog onder
verantwoordelijkheid van de Vincentiusvereniging wordt gerund. Eten en
kleden; dat zijn de werken van barmhartigheid waar de (r.k.)
Vincentiusvereniging zich altijd op heeft gericht. In de Zoetestraat is
een magazijn voor tweedehandskleding, die wordt uitgereikt aan
asielzoekers en anderen in grote nood. DeVincentiusvereniging verleent
het buurtcentrum Binnensteeds onderdak, evenals de stichting Stem in de
Stad, van de gezamenlijke kerken in Haarlem. Daar komen dagelijks vele
tientallen mensen naar de ontmoetingsruimte, die zelfs wat te klein
begint te worden.
Overwogen wordt Stem in de Stad overdag extra, ruimte te bieden in het restaurant.
Appartementen
De Vincentiusvereniging is in Haarlem eigenaar van een gebouwencomplex
aan de Nieuwe Groenmarkt en Zoetestraat. Daar vinden Stem in de Stad,
Binnensteeds en Vincent's onderdak. In plaats van 500 euro per dag
verliezen op de maaltijdvoorziening van Vincent's is het misschien
beter, aldus bestuurslid H. Moné, het geld aan de echt
allerarmsten in de stad te besteden. De twee caravans die de vereniging
voor vakantiedoeleinden voor arme gezinnen bezit zijn oud en worden
binnenkort afgestoten. "In plaats daarvan willen we voortaan standaard
vakantiehuisjes huren voor een vakantie aan zee voor eenoudergezinnen."
De Voedselbank krijgt steun van de vereniging, de opvang bij Stem in de
Stad eveneens. Driemaal per week is hier een eetvoorziening voor mensen
die echt helemaal geen eten hebben. Daar blijft Vincentius ook in de
toekomst voor koken, met vrijwilligers, aldus Moné.
Vrijwilligers zouden ook een nieuw Vincent's kunnen runnen. "Ineen
aantal steden zijn 'van harte' restaurants ontstaan, waar een tot twee
avonden per week voor € 2,50 gegeten wordt, de maaltijden zijn
samengesteld door vrijwilligers. We onderzoeken of dit ook iets is voor
Haarlem!'
Daarnaast gaat de vereniging het vastgoed dat het in beheer heeft
ontwikkelen. De verdiepingen boven Vincent's, Binnensteeds en Stem in
de Stad zouden kunnen worden verbouwd tot appartementen en verhuurd.
Misschien in combinatie met wat nieuwbouw. Er worden nu drie ontwerpen
uitgewerkt die eind dit jaar gepresenteerd worden. De appartementen
worden niet zomaar aan iedereen verhuurd, aldus Moné. "We denken
meer in de richting van een focusproject, dus voor begeleid wonen." Zo
blijft de vereniging actief op het terrein van de werken van
barmhartigheid, terwijl de investeringen zich op de lange duur
grotendeels terugverdienen.
Terug naar in de media
|
HAARLEMS DAGBLAD ZATERDAG 28 OKTOBER 2006
Armoedeprobleem bij de wortel aanpakken
'Voedselbank is toch niet wat we willen?'
DOOR ILSE THOONSEN
HAARLEM - De Voedselbank moet verdwijnen. Het kan niet zo zijn dat
Haarlemmers wennen aan het bestaan en deze voedselverstrekking aan
armen als vanzelfsprekend beschouwen.
Dat vinden Anneke Abma van Stem in de Stad en Clazina Zwanenberg van
het Platform Minima Organisaties.' Zij willen dat het armoedeprobleem
bij de wortel wordt aangepakt.
De Haarlemse Voedselbank draait àI bijna anderhalf jaar.
Wekelijks verdelen vrijwilligers kratten vol voedingsmiddelen aan
mensen die van minder dan een minimuminkomen moeten leven. Zo'n 175
huishoudens doen elke week een beroep op de Voedselbank.In dat opzicht
is de bank een succes te nemen, ook al is het een succes met een
nadrukkelijke keerzijde. Toch zien Anneke Abma, bestuurslid van de
Voedselbank én diaconaal werker bij het diaconaal, centrum Stem
in de Stad en coördinator Clazina Zwanenberg van Platform Minima
Organisaties liever dat de Voeselbank ophoudt te bestaan.
"Het is heel dubbel", benadrukkken beiden. "We zijn blij dat je met de
Voedselbank iets kan doen voor mensen die het nodig hebben.
Tegelijkertijd is het een schande dat er zoiets bestaat en zit het in
de sfeer vàn bedelen." Abma, die als diaconaal werker aanvragen
voor pakketten beoordeelt, heeft een 'raar gevoel' bij de
voedselverstrekking. De inzamelacties die de Voedselbank afgelopen
periode hield bij supermarkten, versterken het dubbele gevoel nog eens,
legt ze uit. "Eigenlijk heeft de bank twee doelen: het bestrijden van
armoede en het tegengaan van verspilling door het verdelen van
levensmiddelen die anders worden doorgedraaid. Door voedsel
rechtstreeks van de supermarkt te betrekken door klanten te vragen of
ze een bijdrage willen leveren aan pakketten, zoals bij die acties,
verlaten we het tweede pad."
Maar het belangrijkste vinden beiden dat een Voedselbank geen oplossing
is voor het echte probleem. Dat is volgens hen de hoogte van
uitkeringen in Nederland. "Je moet het probleem bij de wortel
aanpakken", aldus Zwanenberg. "We willen dat de Voedselbank eigenlijk
niet bestaat. We willen dat het armoedeprobleem op een andere manier
wordt opgelost."
"Het is eigenlijk niet normaal dat we voedsel uitdelen. We moeten er
niet aan wennen dat er een Voedselbank is", vindt Abma. "Want dan wordt
er straks gezegd dat uitkeringen laag kunnen blijven omdat er toch een
Voedselbank bestaat. Dat is nu al bijna het geval aangezien we al zo'n
anderhalf jaar draaien. Ik vind het mensonterend en een ondermijning
van dewaardigheid van mensen."
Abma en Zwanenberg menen dat vooral de landelijke overheid het zich
moet aantrekken dat voedselbanken als paddenstoelen uit de grond
schieten. "Daar wordt de hoogte van de uitkeringen bepaald. De kosten
voor levensonderhoud zijn gigantisch gestegen. Ziektekosten zijn
toegenomen, de huurtoeslag is afgenomen", schetst Zwanenberg. Abma:
"Elk tientje telt als je weinig te besteden hebt. De overheid verzuimt
de uitkeringen aan dat soort ontwikkelingen aan te passen."
Toch moet ook de gemeente Haarlem zich aantrekken dat er inwoners zijn
die uit nood bij de Voedselbank aankloppen, stellen de twee. "De vraag
is hoe Haarlem omgaat met bijvoorbeeld de extra bijstand", aldus
Zwanenberg. "Er is onder andere door het Sociaal Cultureel Planbureau
vastgesteld dat er jaarlijks heel veel geld uit extra potjes voor
bijvoorbeeld schoolbijdragen ofbijzondere bijstand ongebruikt blijven.
Om ervoor in aanmerking te komen, moet je soms door een woud aan
formulieren worstelen. De gemeente kan die voorzieningen makkelijker
toegankelijk maken."
Direct de stekker uit de Voedselbank trekken is ook geen oplossing,
snappen Abma en Zwanenberg. Ze bereiden nu een werkconferentie voor
waar de Voedselbank, het Platform Minima Organisaties én de
gemeente de koppen bij elkaar moeten steken om na te denken over de
vraag wat wél de toekomst van de Voedselbank is. "We willen dat
de gemeente een visie vormt en dat we bondgenoten in armoedebestrijding
worden. Want dit voedsel verstrekken willen we toch niet met zijn allen
jaren blijven doen? Het is in feite vijftig jaar terug gaan in de tijd."
Terug naar in de media
|
HAARLEMS DAGBLAD 27 oktober 2006
Ingetogen woede bij wake in Hoofddorp
DOOR RENÉ VAN TRIGT
HOOFDDORP - "Het asielbeleid is koel en hardvochtig geworden. De
afschrikwerking staat voorop, en niet de bescherming van
vluchtelingen."
Tineke Lintjes verwoordde gisteravond het gevoel van veel van de
honderdvijftig aanwezigen die waren afgekomen op 'de wake bij het
raadhuis van Hoofddorp. Al snel werd duidelijk dat niet alleen de elf
doden werden herdacht, die gisteren een jaar geleden zijn omgekomen
tijdens de fatale Schiphol brand.
Ook het maatschappijkritisch koor Morrend Volk greep de legenheid aan
om met ingetogen woede de strijd aan te binden met het huidige
Nederlandse asielbeleid.:Haarlemmeer is een mooie plek om te wonen zo
bracht het koor zingend ten gehore: Het is een ondernemende plaats, een
magneet voor bedrijven, een bron van werkgelegenheid. Maar met
één rotte plek, een smet en die heet het detentiecentrum
Schiphol Oost, het 'Robbeneiland van de polder'.
Tineke Lintjes, werkzaam bij Stem in de Stad in Haarlem, kende
één van de omgekomen asielzoekers, de Turk Kemal Sahin,
die zij begeleidde en kort voor zijn dood nog gesproken had. Tijdens
haar emotionele toespraak gaf ze hem een gezicht.
Dat was precieswaar veel bezoekers gisteravond op af waren gekomen,
zoals de Hoofddorpse M.Scholte: "Aanvankelijk ging het om elf anonieme
slachtoffers. Als vluchteling zaten ze opgesloten in een cel, terwijl
ze niets hebben misdaan. Ik ben vanavond gekomen om ze te herdenken.
Deze herdenking draagt ertoe bij dat ik ze één voor
één leer kennen. Deze brand is een zwarte bladzijde uit
de geschiedenis van Haarlemmermeer. Dit mag nooit meer gebeuren."
Intussen heeft de Stichting Prime, die zich inzet voor asielzoekers,
zeven foto's van de dode Kemal Sahin op internet gepubliceerd. Zijn
lichaam is op de beelden zwaar gehavend. Het ministerie van justitie
noemt de actie 'uiterst smakeloos'.
In de Dominicuskerk in Amsterdam had gisteren een landelijke
bijeenkomst plaats. De herdenking in Hoofddorp kreeg later op de avond
een vervolg bij het detentiecentrum zelf, waar een nachtwake werd
gehouden tot acht uur vanmorgen
Terug naar in de media
|
HAARLEMS DAGBLAD 26 oktober 2006
Haarlemmer Kemal Sahin kwam vandaag een jaar geleden om bij cellenbrand
'Hij geloofde niet dat hij werd vastgezet'
DOOR DIEUWERKE ANTOONS
HAARLEM- Er is weinig veranderd sinds de Schipholbrand. Nog steeds
worden uitgeprocedeerde asielzoekers vastgezet in een poging te
retourneren naar hun land van herkomst. "De schrik zit er in, mensen
zijn angstig", vertelt Tineke Lintjens van Stem in de Stad, het
diaconaal aanloopcentrum van de oecumenische kerken. De stichting biedt
asielzoekers een helpende hand.
Lintjens maakt de tragedie rond de Schipholbrand van dichtbij mee.
Eén van de cliënten van haar stichting, de Haarlemse
asielzoeker Kemal Sahin, kwam om in die brand, vandaag precies een jaar
geleden.
Toen Kemal bij de gemeente een stempel haalde werd hij naar het
cellencomplex bij Schiphol gebracht. "We zeiden tegen hem, ga nu niet
stempelen, ze pakken je op en sturen je terug," verzucht Lintjens. Maar
Sahin ging toch. Zonder die stempel zou de overheid zijn dossier
sluiten met de melding dat hij met onbekende bestemming was vertrokken.
Dat wilde Sahin ten koste van alles vermijden, ondanks dat zijn
advocaat en Lintjens hem vertelden dit niet te doen. "Kemal kon gewoon
niet geloven dat de overheid hem zou vastzetten en terug zou sturen",
zegt Lintjens. "Ik hoor het hem nog zeggen: 'Maar dit is een
democratie." Sahin wilde zich aan de regels houden en moest dit bekopen
met een paar nachten cel en uiteindelijk de dood. "Het is zo wrang,"
constateert Lintjens.
Nog steeds moeten asielzoekers om de maand, of zelfs om de week, zich
melden bij de gemeente voor een stempel. De dood van Sahin heeft een
grote impact gehad op de andere clienten van Stem in de Stad. Ze zijn
bang dat ook zij worden opgepakt. "Zijn kamergenoot heeft vreselijke
nachtmerries gehad. Hij was zo bang dat hem hetzelfde zou overkomen."
Sahin kwam elke dag een paar maal bij Stem in de Stad Haarlem. "Soms
wel vier keer op een dag. We werden wel eens gek van hem." Hij was een
verwarde man, maar ook geliefd. Andere cliënten van de instelling
noemden hem 'papa'. Als Koerd moest Sahin uit Turkije vluchten. Hij
maakte vele omzwervingen en kwam uiteindelijk in Nederland terecht.
"Door die ervaringen was hij er psychisch slecht aan toe."
Omdat Sahin op een dag niet langskwam, vreesde Lintjens het ergste. "Ik
maakte me meteen zorgen. Toen hij een dag later belde dat hij vast zat
en medicijnen nodig had, zei ik hem dat ik het donderdag zou komen
brengen. De nacht ervoor brak die verschrikkelijke brand uit en hoefde
ik niet meer te komen." Ze toont een foto van een paar plastic zakken.
"Daar zaten zijn kIeren en medicijnen in. Het is alles wat er nog is
achtergebleven."
Na zijn dood was het Lintjens die naar Turkije ging om Sahins
begrafenis bij te wonen. "De overheid heeft gezorgd dat zijn lichaam in
Turkije kwam. Ik reisde samen met twee neven van Kemal, mee. Het was
midden in de nacht en zijn familie stond ons op te wachten op het
vliegveld. Het was heel emotionee!"
"Ik probeerde zijn familie uit te leggen wat er was gebeurd, maar het
was lastig. Waarom is hun broer en oom vastgezet als hij niks heeft
misdaan? Ze wilden niet geloven dat zoiets in Nededand kon gebeuren."
Lintjens is blij dat ze bij de begrafenis is geweest. "Het was heel
puur, heel mooi en ik kon het gebeuren voor mezelf afsluiten."
Het spijt de stichting dat de overheid nog steeds zo omgaat met
asielzoekers. "Ik heb dat ook uitgelegd aan Sahins familie. De overheid
heeft fouten gemaakt en daar krijg je niemand mee terug."
Terug naar in de media |
|