logosidsFoto Stem in de Stad
Een gastvrije plek in het hart van Haarlem
DE HAARLEMMER 22 DECEMBER 2011
Uit de anonimiteit
Waardig afscheid nu ook voor dak- en thuislozen
HAARLEM • Een koude maar mooie ochtend In Haarlem. De zon schijnt bleekjes op de graven. Een groep van rond de zestig mensen heeft zich verzameld in de aula van de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan. De belangstelling van de pers Is groot en vertegenwoordigers van Het Leger des Heils, Stem In de Stad, d. diaconie van de Protestantse Wijkgemeente, de Brijderstichting, Monuta, de begraafplaats en enkele uitvaartcentra hebben zich verzameld om de opening van het nieuwe grafveld en de onthulling van het monument bij te wonen.
door Onno van Middelkoop
Jurjen Beumer van Stem in de Stad bijt het spits af en heet allen welkom. Om daarna straatpastor Joris Obdam het woord te geven. “Ik ben zo verheugd dat we straks iedereen een waardige begrafenis kunnen geven. Zo direct wordt een aparte plek geopend voor gestorvenen die hun eigen begrafenis niet (meer) kunnen betalen. Ook die mensen verdienen een waardig afscheid, in plaats van zomaar onder de groene zoden te worden geschoven, zonder moment van herdenken en zonder identiteit.”
Meestal betreft het dak- en thuislozen en verslaafde mensen die hun band met familie en vrienden zijn kwijtgeraakt. Jeroen van Stein van Het Leger Des Heils is erg blij “dat mensen niet meer anoniem hoeven te worden ‘gedumpt’. dat ze nu met waardigheid en hun identiteit kunnen worden begraven. Samen met Jurjen Beumer onthulde hij het sobere, glanzende zwarte monument waar de tekst ‘Licht dat niet dooft, Liefde die blijft van Huub Oosterhuis in staat gegraveerd. Daarna wordt het windlicht ontstoken en leggen alle aanwezigen een witte roos op het monument.
Beumer draagt een Keltisch pelgrimsgedicht voor: ‘Moge de weg open staan om je te ontmoeten. Moge de wind altijd in je rug staan. Moge de zon schijnen. warm op je gezicht. Moge de regen vallen, zacht op je velden. En tot we elkaar weer ontmoeten; Moge God je  houden in de palm van zijn hand.’ Op het veld is ruimte voor zestig graven. Straatpastor Joris Obdam is erg opgetogen over het nieuwe grafveld. “Ik ben zo blij dat we dat niet meer hoeven mee te maken, om met een paar vrijwilligers en medewerkers kil en stil bij een graf te hoeven staan waar geen naam op staat. Het verschil wordt nu dat er stil kan worden gestaan tijdens de avondwake, de viering en de ceremonie vooraf aan de begrafenis. Nu is ook het anonieme van het begraven verleden tijd. In het verleden was het dus niet mogelijk om mensen te terug te vinden. Dat kan straks wel.”
Veelal betrof het mensen die problemen hadden met de familie én mensen die geen geld hebben. Jeroen van Stein: “Die werden dan door de gemeente begraven en op z’n Hollands gezegd gedumpt. Uit de wagen werd de kist meteen het graf in gezet zonder enige vorm van herdenking. Schrikbarend gewoon.
Nu kan het eindelijk in Haarlem dat mensen op een menswaardige manier begraven worden, dat is het allerbelangrijkste.” Opvallend is de afwezigheid van de doelgroep zelf. Obdam: “Ze leven al dagelijks vaak op het randje van de dood. Het is voor die mensen dan ook heel confronterend om naar deze plek toe te gaan waar je in de toekomst zal komen te liggen. Maar ik verwacht dat ze wel stiekem gaan kijken als ze er meer berichten over horen en zien hoe mooi het eigenlijk is.
Deze speciale herdenkingsplek is een initiatief van Stem in de Stad (straatpastoraat), begrafenisonderneming Monuta, de Gemeente Haarlem, de Diaconie van de Protestantse Wijkgemeente Centrum, het Leger des Heils, Brijder-Verslavingszorg en Uitvaartcentrum Haarlem. Anita van Bokhorst van Nirvana gedenktekens sponsort het nieuwe monument. Anoniem de grond in behoort in Haarlem vanaf nu tot het verleden.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 20 DECEMBER 2011
Laatste rustplaats voor zwervers en daklozen op Algemene Begraafplaats
'Moge de zon schijnen, warm op je gezicht'
OOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Een zuil van glanzend zwart graniet markeert de plek op de Algemene Begraafplaats. Hier zullen de naamlozen in Haarlem voortaan hun naam ook na hun dood dragen. Een laatste rustplaats op stand.
Met de onthulling van de zuil is maandagmorgen de plek in gebruik genomen bedoeld voor Haarlemmers die hun eigen begrafenis niet kunnen betalen.
Tot dusver belandden zulke mensen - veelal zwervers, daklozen en verslaafden - in een anoniem graf.
,,Vaak was er slechts tien minuten om het stoffelijk overschot te laten afdalen”, zegt Joris Obdam, straatpastor bij Stem in de Stad en mede-initiatiefnemer. “En dan verdween weer één van onze ‘jongens’ en ‘meisjes’ onder de zoden.”
Dankzij onverwacht brede hulp van begrafenisonderneming Monuta, de gemeente Haarlem, de Diaconie van de protestantse Wijkgemeente Centrum, Leger des Heils, Brijder
Verslavingszorg, uitvaartcentrum Haarlem en Stem in de Stad is deze vorm van medemenselijkheid van de grond gekomen.
Robuust
‘Licht dat niet dooft, liefde die blijft’, een dichtregel van Huub Oosterhuis, markeert het monument op het grafveld, niet ver van de Kleverlaan.
Het oogt robuust. ,,India black”, zegt Anita van Bokhorst, eigenaar van Nirvana Gedenktekens. Zij sponsort het monument
dat maandagmorgen is onthuld. Het wordt gesierd met een teken zoals dat onder hobo’s, Amerikaanse zwervers, in zwang is. Een pijl, als teken van vertrek. Duurzaam”, oordeelt Fons Snel, werknemer op de begraafplaats, over de kracht die van het monument uitgaat.
De aanwezigen die maandagmorgen de ingebruikneming bijwonen, wordt gevraagd een roos neer te leggen bij het nieuwe gedenkteken. Ter nagedachtenis aan generaties die hier in Haarlem naamloos begraven werden. Predikant Jurjen Beumer, directeur van Stem in d Stad, komt met een gebed, van Iers-Keltische origine:
‘Moge de weg openstaan om je te ontroeren/
Moge de wind altijd in je rug staan/
Moge de zon schijnen, warm op je gezicht!
Moge de regen vallen, zacht op je velden!
En totdat we elkaar weer ontmoeten:,
Moge God je houden in de palm van zijn hand.’
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 14 DECEMBER 2011
Armen in Haarlem niet langer naamloos in graf
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Op de Algemene Begraafplaats aan de Kleverlaan wordt maandagochtend een aparte plek geopend voor gestorvenen die hun eigen begrafenis niet kunnen betalen. Vaak zal het dak- en thuisloze mensen betreffen die hun band met familie en vrienden zijn kwijtgeraakt.
De bedoeling is dat Haarlemmers, die bekend zijn bij Brijder Verslavingszorg, de Sociale Dienst of bij het interkerkelijke centrum Stem in de Stad, niet langer anoniem in een graf worden begraven. Straatpastor Joris Obdam (32) uit Haarlem: ,,Ik ben daar vaak bij geweest. Het is meestal een kale en kille bedoening, rond een uur of negen in de ochtend. Naamloos in de dood. Als je het bruut wil zeggen: Zand erover, dichtgegooid, klaar.”
De mensen van de Algemene Begraafplaats doen volgens Stem in de Stad hun best om met zoveel mogelijk respect een teraardebestelling af te handelen. Obdam: ,,Bij Nico Wissen en Fons Snel van de begraafplaats leefden ook al ideeën om geen genoegen te nemen met de bestaande praktijk, want het blijft een goedkoop geheel. Het crue - en dat is de reden waarom we verandering wilden - is dat de tijd om afscheid te nemen, zo beperkt is.”
Midden op de begraafplaats komt een zuiltje met een tekst van Huub Oosterhuis: ‘Licht dat niet dooft, liefde die blijft.’ Pastor Obdam: ,,Daarboven komt een pijl, zoals die in de wereld van de hobo’s, de zwervers, wordt gebruikt. Een pijl omhoog. Teken voor vertrek.”
Er is plek voor zestig graven. Daarnaast krijgt iedereen die daar begraven wordt een eigen grafteken met naam en geboorte- en overlijdensdatum. Pastor Obdam: ,,Dat is een gift van Anita van Bokhorst van Nervana Gedenktekens in Haarlem.”
Deze speciale herdenkingsplek is een initiatief van Stem in de Stad (straatpastoraat), begrafenisonderneming Monuta, de Gemeente Haarlem, de Diaconie van de Protestantse Wijkgemeente Centrum, Leger des Heils, Brijder Verslavingszorg en Uitvaartcentrum Haarlem.
Terug naar in de media
Project van samenwerkende kerken in Haarlem zoekt met spoed 15 buddy's
Leren omgaan met geld - nooit te laat
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - ,,Voorbeeld? Vrouw komt uit Turkije, trouwt met Turkse Nederlander, krijgt kind en man gaat er met de Noorderzon vandoor. Het goede mens is moederziel alleen - zelfs scheiden van die vent om z’n naam kwijt te raken, is een probleem”.
Je hoeft echt geen ‘big spender’ te zijn om in grote financiële problemen te komen, wil Ellen Schildwacht (66) maar zeggen. Sinds enkele weken geeft ze leiding aan het gloednieuwe ‘Maatjesproject’, dat met steun van drie kerkelijke groeperingen Haarlemmers opvangt, die stuklopen op een muur van financiële verplichtingen.
Het Maatjesproject dat Stem in de Stad, De Diaconie en stichting Geloven in de Stad in Haarlem in het leven hebben geroepen, heeft de morele steun van de stad Haarlem en is - op een startsubsidie van de rijksoverheid na - zelfbedruipend. Het
enige dat ontbreekt zijn vrijwilligers. Om precies te zijn: buddy’s. Vrijwilligers die mensen in geldelijke nood op weg kunnen helpen. Voor 1 januari 2012 moeten er vijftien zijn, anders gaat het Maatjesproject niet echt van start.
Het Maatjesproject vangt mensen op voor wie de officiële schuldhulpverlening (zie kader hieronder) geen soelaas heeft kunnen bieden. ,,Bovendien komt een aantal mensen niet in het officiële traject terecht, omdat de Sociale Dienst heel harde voorwaarden stelt”, legt coördinator Ellen Schildwacht van het Maatjesproject uit. ,,Er zitten mensen bij die psychisch gezien niet zeifredzaam zijn. Ze zijn niet in staat om voor zichzelf te zorgen, maar ze zijn te goed om te worden opgenomen.
Een tweede groep die tussen wal en schip komt zijn de mensen die slecht kunnen lezen en niet in staat zijn formulieren in te vullen.”
Humanitas helpt in de praktijk die gevallen op weg - daar wordt de hele aanvraag compleet gemaakt, zodat de Sociale Dienst aan de slag kan. Maar dan is het maar de vraag of de mensen met een grote schuld niet bezwijken onder de strenge regels die hen worden opgelegd.
In veel grote steden in Nederland functioneren al ‘Maatjesprojecten’, waarbij gewone Nederlanders anderen helpen met hun huishoudboekje, of simpelweg met het vinden van hun weg door ambtelijke instanties. Dat doen ze na een krachtige, intense training. De eerste effecten zijn hoopgevend: nog eens vier op de tien Nederlanders die hun schulden willen regelen, komt er langs deze weg uit.
,,Die Turks-Nederlandse mevrouw uit mijn voorbeeld heeft begeleiding van de allereerste buddy die we al hebben weten aan te trekken. Mede daardoor is haar situatie nu in beeld bij de Sociale Dienst en lijkt ze op de goede weg - alleen al omdat ze het idee heeft dat ze er niet meer alleen voor staat”, legt Ellen Schildwacht uit. ,,En dan nog. Met leven op 95 procent van bijstandsniveau mag je geen gebruik maken van de Voedselbank.”

Schuidhuipverlening zwaar traject

HAARLEM - Zeven op de tien Nederlanders die in de schuldhulpverlening terecht komen, vallen uit de boot die hen in financiële veiligheid had moet brengen. Ook in de regio Haarlem. Het traject is ‘loeizwaar’ voor de getroffenen.
Als de schulden je boven het hoofd groeien, kom je uiteindelijk bij de afdeling Schuldhulpverlening van de Sociale Dienst. Voor alle mensen die in dat zogeheten ‘minnelijke traject’ van de Sociale Dienst komen, geldt dat hun 'aflossingscapaciteit’ wordt vastgesteld. Ellen Schildwacht, coördinator van het nieuwe Maatjesproject: ,,Als dat op 100 euro per maand wordt geschat, dan moet hij of zij 3600 euro in drie jaar aflossen. Stel diegene heeft een schuld van 25.000 euro. Op het moment dat de aflossing goed loopt, schrijft de Sociale Dienst alle schuldeisers aan en begint aan een regeling, waarbij zij ieder tien procent krijgen tegen finale kwijting.”
Als niet alle schuldeisers aan zo’n ‘minnelijke’ regeling meewerken, komt er een verklaring voor de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Dan komt de zaak bij de rechter en belandt de persoon in kwestie bij een bewindvoerder in een nog strenger wettelijk traject. Schildwacht: ,,Sjoemelen wordt niet getolereerd. Bovendien wordt geëist dat het gezinsinkomen wordt verhoogd; in een traditioneel huwelijk moet ook de vrouw werk vinden om zoveel mogelijk aflossingscapaciteit binnen te halen. Een auto moet worden verkocht. Rashonden, muziekinstrumenten, de ketting van oma - alles moet te gelde worden gemaakt. Als je bij de rechtbank terecht komt, maakt je bewindvoerder zelfs alle persoonlijke post open. Maar na drie jaar sappelen - je hebt vijftig euro per maand voor eten en kleren - heb je een schone lei.”

Gezocht: buddy’s
Het Maatjesproject van de gezamenlijke kerken en diaconie in Haarlem zoekt buddy’s (m/v) die stadsgenoten willen helpen uit de financiële ellende te geraken. Het gaat om vrijwilligerswerk, waarvoor je een korte en intensieve training krijgt. Met de klus is wekelijks ongeveer vier uur gemoeid. Info: Ellen Schildwacht, tel. 023-5342891.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 27 SEPTEMBER 2011
Liefdewerk Vincentius Carré bijna klaar
HAARLEM - Op de bouw van een bovenwoning en een metamorfose van een middeleeuwse kelder tot stiltecentrum na, is de bouw van het Vincentius Carré vrijwel afgerond. In aanwezigheid van bouwvakkers, tientallen vrijwilligers, bestuursleden en functionarissen van gemeente en kerkelijke gezindten werden de belangrijkste panden van Stem in de Stad, Haarlem Effect en wijkcentrum Binnensteeds gistermiddag feestelijk geopend. De officiële opening zal over een maand worden verricht door prinses Máxima. "Dit is een plek waar liefdewerk werd, is en zal worden verricht”, zei Niny van Oerle, oud-CDA-kamerlid en betrokken bij diaconaal werk in Haarlem. Ze nam het eerste exemplaar van ‘Liefdewerk in het hart van Haarlem’, een geschiedenis van diaconaal werk op deze plek, in ontvangst.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 15 SEPTEMBER 2011
Stem in de Stad trekt aandacht Máxima
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Prinses Máxima opent op 25 oktober het nieuwe gebouw van Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt in Haarlem. Het interkerkelijk centrum komt op voor mensen in nood die niet goed (meer) mee kunnen komen in de samenleving.
Het gerenoveerde pand in het Centrum van Haarlem is onderdeel van het Vincentius Carré. Het biedt onderdak aan diverse afdelingen van Stem in de Stad. Er is een aanloopcentrum waar iedereen welkom is voor een ontmoeting of een kop koffie. Daarnaast is er een medische post van de GGD en een straatpastor. Ook asielzoekers en vluchtelingen kunnen bij Stem in de Stad terecht voor steun en opvang.
Directeur Jurjen Beumer is blij met de belangstelling van prinses Máxima voor mensen die de hoek zitten ‘waar de klappen vallen’. Beumer: "Ze heeft te kennen gegeven juist hen die dag te willen ontmoeten.”
Mensen die te maken hebben met sociale uitsluiting en armoede kunnen op spreekuren in het huis terecht voor aandacht en praktische hulp. De afdeling religie, cultuur en spiritualiteit van Stem in de Stad houdt zich bezig met het organiseren van vieringen, cursussen en lezingen en verzorgt de contacten met andere religies in Haarlem. Tot slot biedt het pand ruimte aan een sociaal restaurant. De activiteiten worden mogelijk gemaakt door 175 vrijwilligers en negen beroepskrachten.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 6 SEPTEMBER 2011
Vincentius terug in hartje stad
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Vincentius keert terug aan de Nieuwe Groenmarkt, al is ‘t niet als naamgever van een eetvoorziening voor daklozen, verslaafden en eenzamen. Het zorgcomplex, dat onderdak biedt aan Stem in de Stad, Stichting Haarlem Effect en huisvesting voor gehandicapten, zal maandag 26 september na een ingrijpende renovatie de deuren openen als Vincentius Carré.
De panden aan de Nieuwe Groenmarkt en aan de parallel daarachter gelegen Zoetestraat hebben eeuwenlang onderdak geboden aan charitatieve en sociale voorzieningen in Haarlem.
Door ruimhartige financiële steun van Stichting Sint Jacobs Godshuis kunnen die functies de hier niet alleen blijven, maar verder worden uitgebreid. het neveneffect van de renovatie is dat onder leiding van oud-stadsarchitect Joop Slangen een conglomeraat van soms oude pandjes is gered van de sloophamer.
De werkzaamheden van wat in de volksmond wel de ‘Sociale Boulevard’ wordt genoemd, werden zeven jaar geleden begroot op 3,1 miljoen euro. Uiteindelijk hebben Stichting Vincentius van Paulo Haarlem en het Sint Jacobs Godshuis 3,8 miljoen euro moeten investeren. De inrichting van de panden die door Stem in de Stad worden gehuurd, beloopt nog eens vier ton. Daarnaast droegen sponsors als Ikea en Sikkens Verven veel in natura bij.
Het Vincentius Carré zal opnieuw onderdak bieden aan een overigens gloednieuw sociaal restaurant. Als Eethuis Stem in de Stad zal het driemaal per week maaltijden bieden aan mensen die weinig te eten hebben. Het ligt in de bedoeling dat restaurant later ook voor bredere doelgroepen open te stellen.


 ‘Liefdewerk in het hart van Haarlem’
De heropening van het Vincentius Carré op maandag 26 september is voor Uitgeverij SpaarenHout reden om de geschiedenis van charitatief en social werk in de Haarlemse binnenstad te boekstaven In de serie Haarlemse Miniaturen (deel 81) komt eind deze maand de bundel ‘Liefdewerk in het hart van Haarlem’ uit. Vijf auteurs - Jurjen Beumer (directeur Stem in de Stad), Ans van Keulen (verantwoordelijk voor diaconaal werk bij Stem in de Stad), Krijn Kramer (voorzitter van de Stichting Vincentius van Paulo Haarlem), Herman Moné (voorzitter van stichting Sint Jacobs Godshuis), architectuurhistoricus Mariette Polman en architect Joop Slangen beschrijven ieder vanuit hun functie en betrokkenheid bij het Vincentius Carré hoe er aan de Nieuwe Groenmarkt actief gewerkt wordt aan het oppakken van nieuwe maatschappelijke problemen en wat daar allemaal bij komt kijken.

Ruimer jasje voor hulp aan de onderkant
DOOR JOHN OOMKES
"Stem in de Stad is de afgelopen jaren erg gegroeid. In ons oude pand, net ten noorden van de Groenmarktkerk, waar duizenden mensen de weg naar het Aanloopcentrum weten te vinden, knapten we uit ons jasje.”
Jurjen Beumer, directeur van het Oecumenisch diaconaal centrum dat zich sinds 1996 richt op de zwakken, behoeftigen en eenzamen in de Haarlemse samenleving, is een tevreden mens. Vanaf 26 september heeft Stem in de alle ruimte ter beschikking voor haar ‘eigentijdse werken van barmhartigheid’ die maar denkbaar is.
"Wij ontvangen hier mensen uit Haarlem die ‘t om wat voor reden dan ook niet zo voor de wind gaat. Dat varieert van dakloze verslaafden tot mensen die het geestelijk even niet zien zitten tot asielzoekers. Het Aanloopcentrum - één van de oudste in zijn soort in Nederland - is daarvoor het ventiel. "Je moet ons situeren tussen de instellingen voor maatschappelijke zorg en de onderkant van de samenleving”, zegt Beumer.
In de volksmond heet zoiets ‘het afvalputje’. De predikant van de Protestantse Gemeente in Haarlem knikt: "Ik weet ‘t, maar ik houd niet zo van die term. Wij zijn er voor om mensen die overal buiten vallen terug te krijgen in de ‘normale’, reguliere voorzieningen.”
,,Het gaat om mensen in de Haarlemse samenleving die om wat voor reden dan ook gemarginaliseerd zijn geraakt. Denk niet dat het alleen maar om armen of behoeftigen gaat - we maken hier alles mee.”
Op de nieuwe, sterk verbeterde en grotere locatie binnen hetzelfde huizenblok tussen Nieuwe Groenmarkt en Zoetestraat krijgt Stem in de Stad steun van de GGD, die er een Medische Post vestigt. Daar kunnen mensen die geen contact meer hebben met een huisarts terecht voor onderzoek of medische hulp. Voorlopig is die steun nog beperkt tot de dinsdag- en vrijdagmiddag, maar Beumer denkt ook aan een tandartspost. "Niet als blijvend alternatief, maar om mensen terug te brengen naar de normale zorg.”
Stem in de Stad draait op bijna 200 vrijwilligers en negen stafkrachten in vaste dienst. Er zijn in de regel zo’n 800 à 900 gasten die intensief worden begeleid. Beumer: "De behoefte aan diaconale en sociale zorg in deze stad is vele malen groter. En die neemt toe, omdat de bezuinigingen meer mensen in problemen zullen brengen.”
Opdrachtgever voor de renovatie van het Vincentius Carré is Krijn Kramer, voorzitter van de gelijknamige stichting. "Wij hebben de oecumenische weg gezocht, dus samenwerking met Stem in de Stad en de kerken, toen Nederland twintig jaar geleden in sociaal opzicht ‘af’ was. De meeste gebouwen hier waren al in eigendom, maar het ontbrak ons aan geld om hier te investeren, zodat dit centrum we zo’n 25 jaar mee zou kunnen. Gelukkig hebben we toen steun gevonden en borg gekregen bij het Jacobs Godshuis en vooral in de persoon van Herman Moné, oud hoofd financiën van de gerneemte Haarlem. Zonder hen was dit project niet gelukt. Nu moeten we verder ons eigen broek ophouden. Dat kan zonder hoge huren te vragen.”

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 6 JUNI 2011
Eten bij Stem in de Stad
Nieuwe kok zorgt voor thuislozen
DOOR WESSEL DE HEUS
HAARLEM - De dak- en thuislozen die drie keer peer week een gratis maaltijd krijgen bij Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt, hoeven niet te vrezen voor hun kost. Een chef met het hart op de goede plek bereidt voor hen tegenwoordig de maaltijden.
De kok, met een restaurant in het centrum, wil liever niet publiekelijk in verband gebracht worden met Stem in de Stad maar kookt met plezier voor de organisatie. ,,Ik werd door hen benaderd en wil best voor hen koken tot ze een vaste nieuwe kok hebben. Het is een uitdaging om voor zo’n ander publiek te koken. Het moet smaakvol zijn, voedzaam zijn en mag niet te veel kosten”, aldus de tijdelijke chef, die anoniem wil blijven.
Elke maandag, woensdag en vrijdag kunnen minderbedeelden hier eten. Vandaag staat rijst met kip op het menu en de belangstelling is groot. De rij begint al op straat. Een man van middelbare leeftijd steekt een sigaretje aan, zijn ongewassen lokken komen bijna in de vlam van de aansteker, maar hij lijkt het niet te zien.
Voor hem staat een oude kleine man, hij heeft een kort uitgedroogd leren jack aan en zijn vlassige grijze haar zit in een staartje. Ze lopen stapvoets naar binnen. In de zaal is het warm en druk, aan zes grote tafels zitten mensen te eten. ,,De meeste mensen die je hier ziet kunnen niet of nauwelijks voor zichzelf zorgen”, zegt Ans van Keulen, adjunct-directeur van Stem in de Stad. ,,Vaak zijn ze verslaafd. Maar hier komen ook ouderen die financieel in de put zitten.”
Hans (65) is niet verslaafd maar heeft vanwege geldproblemen wel een paar jaar in zijn auto gewoond. ,,Ik ben twee jaar geleden dakloos geworden. Ik heb er toen voor gekozen om in mijn auto te slapen. Als je verder helemaal niets hebt, is het heel prettig dat je hier warm kunt eten.”
Aan tafel blijft een enkeling hangen en maakt een praatje met zijn buurman. Anderen zijn direct na de maaltijd alweer vertrokken, hun bord is leeg, mes en vork liggen op tafel. Ze zijn de straat weer op.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 11 FEBRUARI 2011
Wachtend op verblijfsvergunning van verhuizing naar verhuizing
Familie Zangoyan leeft tussen hoop en vrees
DOOR JACQUELINE SCHADEE
HAARLEM -Vorige week vertrokken ze als aller-, allerlaatste bewoners uit de
sloopflats aan de Hannie Schaftstraat: vader en moeder Zangoyan en hun vier kinderen. De familie woont nu in Overveen tot ze naar een andere tijdelijke woning in Haarlem-Oost kunnen. Het wordt hun vijfde verhuizing in zeven jaar.

De Zangoyans vluchtten bijna tien jaar geleden uit Armenië en wachten sinds 2004 in Haarlem op een verblijfsvergunning.
Op de brede oprijlaan in de lommerrijke Mauricialaan staan drie fietsen. Ze zijn van Gayana (16), Jourik (t) en Khazal (iz), de oudste kinderen van de familie Zangoyan. Binnen ziet het er minder alledaags uit. Midden in de achterkamer staat een tweepersoonsbed, langs de muren staan de verhuisdozen nog ingepakt. ,,We moeten toch zo weer weg”, zucht Gayana, en schudt haar donkere krullen. ,,Ik vind het heel vervelend om steeds te verhuizen. Elke keer moet ik weer mijn spullen pakken. Voor kinderen uit mijn klas is het normaal om in een huis te wonen en te weten dat je er mag blijven. Voor ons is dat het paradijs.”
De Zangoyans zijn Jezidi’s, een bevolkingsgroep die noch christen, noch moslim is en in veel landen van de voormalige Sovjet-Unie onderdrukt en bedreigd wordt. De familie leidde in Armenië een bestaan als herders. ,,Het is daar gevaarlijk voor ons. De politie is niet te vertrouwen, dat is heel anders dan hier. We zouden er ook nooit meer kunnen wennen”, zegt Gayana. In afwachting van de zoveelste rechterlijke uitspraak verblijft de familie in de ene na de andere tijdelijke woning in Haarlem, geholpen door de stichting Stem in de Stad.
Vader en moeder Zangoyan mogen niet werken, en ook een taalcursus volgen is verboden. Tijdens het gesprek zitten de ouders er stilletjes bij, Gayana voert het woord en vertaalt. Henk Timmerman, vrijwillig medewerker van Stem in de Stad, begeleidt de familie al een aantal jaren. ,,Het is een hecht gezin en ze proberen zo’n normaal mogelijk leven te leiden. Gelukkig doen de kinderen het hartstikke goed op school. De jongste twee dochters gaan naar de Hannie Schaftschool, broer Jourik zit op het Sterrencollege, Gayana naar de Paulusmavo. Via het jeugdcultuurfonds kunnen de meiden muziekles volgen en zit Jourik op voetbal. Zo kunnen ze zoveel mogelijk ‘gewoon’ kind zijn.” Op school is Gayana de enige leerling die wacht op een verblijfsvergunning. ,,Maar iedereen weet ervan. Ik heb er vaak genoeg in de klassen over verteld. Iedereen leeft erg mee. Als we weer op een uitspraak wachten, bellen leraren me thuis om te vragen hoe het gaat en zo.” Volgens Timmerman trekt de onzekerheid over de toekomst een zware wissel op het gezin. ,,Zeker in de tijd dat er weer een beslissing aan zit te komen en er gesprekken zijn met de advocaat, loopt de spanning hoog op. Dat merkt de school ook. En met het nieuwe kabinet ziet het er niet gunstig uit voor de familie. We kunnen niet anders dan afwachten en de ouders afleiding bieden. Zolang de procedure loopt, zijn wij er voor ze.” Gayana is dankbaar voor de hulp van de stichting. ,,Ik zou niet weten wat we moesten zonder hen”, zegt ze. ,,Ze geven geld voor eten, ze helpen ons met school en als we naar de dokter moeten. Zonder Stem in de Stad zouden we in de goot leven.”
Mocht de verblijfsvergunning er uiteindelijk komen, dan wil Gayana verder leren. ,,Ik wil advocaat worden, zodat ik mensen kan helpen die in een situatie als die van ons zitten. Ik kan ze geruststellen en ervoor zorgen dat het goed komt. En als het niet lukt om advocaat te worden? Dan word ik mode-ontwerpst
er.”
Terug naar in de media
HAARLEMS WEEKBLAD 12 JANUARI 2011
Jannie en Bert getrouwd op 11-1-2011
Met vuurwerk een nieuwe start
WLLEM BRAND
HAARLEM - Met vuurwerk wordt het huwelijk tussen Jannie en Bert ingeluid! Een cadeautje van twee “bemoeizorgers” van de Brijder Stichting op verzoek van Bert. Na de huwelijksvoltrekking bij de Publieksservice wordt het bruidspaar onthaald op een met veel taart en muziek zeer drukbezochte receptie bij Stem in de Stad.
Vrijbuiter Bert, geboren en getogen in een woonwagenkamp, is een bekend gezicht in de stad. Altijd in voor een geintje, maar met een borreltje teveel op ook wel eens te druk voor zijn omgeving.
Dat hij ooit nog een keer zou trouwen, had hij zelf nooit durven denken. Een paar jaar terug nog, riep hij vlak voordat hij bij het aanloopcentrum een gratis maaltijd zou gaan verorberen tegen een voorbijganger: ,,lk heb niks meer, geen vrouw, geen huis, geen geld.” Nu moet je niet alles wat Bert zegt voor zoete koek aannemen, maar een kern van waarheid zat er zeker in. Jarenlang leefde Bert het leven op het randje. Hij zwierf op straat, deed veel wat God verboden had maar altijd was er die lach die het ijs brak en waar ook Jannie voor viel. De twee ontmoeten elkaar in het aanloopcentrum, Bert hielp Jannie aan een slaapplek en langzaam maar zeker groeide er iets.
Op 28 september 2010. de dag van het huwelijk van de vrienden Bertus en Mannie, besloten Bert Smit (52) en Jannie de Jong (47) ook de stap te maken. Nadat de ambtenaar bij de Publieksservice het huwelijk met een ferme hamerslag had beklonken, roept Bert: ‘Ik was al bang, zijn we net getrouwd, krijgen we een klap met de hamer’. Bij Stem in de Stad zegent Jurjen Beumer het huwelijk in. Er zijn mooie woorden van Hans Mathijsen van de Brijder Stichting. ‘Ik zie het huwelijk als symbool voor een nieuwe start.’ Bruid Jannie bedankt iedereen voor de liefdevolle opvang en daarna is het de hoogste tijd de bruidstaart aan te snijden. Natuurlijk heeft Ajax-fan Bert het laatste woord. ‘Nou mensen, aanvallen!’

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 18 NOVEMBER 2010
Tineke Lintjens neemt na bijna tien jaar afscheid van de opvang illegale asielzoekers
Vreemdelingen die verdwaald zijn zeker
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - ,,Migratie is van alle tijden’ zegt Tineke Lintjens. ,,Je gaat geen mensen uitzetten die geen paspoort hebben - dat is grondwettelijk niet eens mogelijk.”
De vlam van solidariteit brandt in haar nog volop, ook al geeft Lintjens na bijna tien jaar de brui aan haar energievretende werkzaamheden bij Stem in de Stad, het aanloopcentrum van de Haarlemse kerken in de binnenstad.
Gedurende het achter ons liggende decennium was ze steun en toeverlaat van enige honderden asielzoekers, al dan niet illegaal. Vreemdelingen die verdwaald zijn zeker, kunnen alleen rond december nog op brede sympathie rekenen in dit land, dat van zichzelf in toenemende mate beweert ‘vol’ te zijn. Noem het economische crisis, recessie of simpelweg een almaar drukker wordende samenleving, maar mededogen met medelanders is in Nederland al jaren op z’n retour. We hebben immers genoeg aan onszelf, het gezin, de familie, de kennissen, de collega’s en een vriendenkringetje. Niemand hoort meer wie daar aanklopt, kinderen.
Uitgeprocedeerde asielzoekers worden soms maandenlang in detentiecentra vastgezet, in afwachting van een enkeltje richting hun land van herkomst. De omstandigheden waaronder dat gebeurt zijn vaak beklemmend, zoals in Ter Apel waar de overheid diezelfde asielzoekers vaak maar weer op straat zet omdat je zonder paspoort of laissez passer-document nergens welkom bent.
,,Waar ik bang voor ben?”, zegt de 49-jarige Haarlemse, ,,Dat de tweedeling zich doorzet die in Nederland aan de gang is en die achter de vreemdelingenangst zit. Neem mijn kinderen. Ze zijn gekleurd, omdat hun vader uit Zimbabwe komt. Ze worden nu voor het eerst uitgescholden op straat. Ik weet wist wel dat dat gebeurt, maar als het je eigen kinderen betreft, dan denk je: wat is hier aan de hand?”
,,Mijn jongste, acht jaar, krijgt te horen: ‘Je bent de kleur van poep, vieze negerin.’ Maar ze is een echte Haarlemse, ze is hier geboren en getogen. Dat raakt me evenveel als dat mijn cliënten worden neergezet als illegale criminelen. Mogelijk worden mijn kinderen uitgescholden door leeftijdgenootjes die dat van huis uit meekrijgen. Dan kom ik terug bij de basis: de opvoeding, de scholen. Kinderen zijn onze toekomst; kinderen moeten het gaan doen. Dus laat het tegengeluid horen.”
,,Asielzoekers zijn per definitie geen criminelen”, vindt Lintjens, ,,Het zijn mensen die geen verblijfsvergunning hebben en vaak geen kant op kunnen. Voor de meeste mensen staat een illegaal gelijk aan een crimineel. Waarom? Omdat wij ze opsluiten, omdat ze geen papieren hebben. Dat onrecht drijft mij, Dat motiveert me om altijd maar door te gaan en de samenleving te vertellen: jongens, dit deugt niet. Criminelen sluiten we tijdelijk op. Illegale asielzoekers komen nooit vrij en traumatiseer je voor het leven.”
‘voor zchzelf heeftt ze nu na  veel overpeinzingen een streep  getrokken. De overweging was: wil Tineke Lintjens nog een andere kant van het leven leren kennen, dan moet ze nu weg  gaan en haar coördinerende taken bij Stem in de Stad overdragen Bovendien speelt een rol: dit werk sloopt je. Het  is ook nooit af. Lintjens: Je doet alles. We werken met veel vrijwilligers bij Stem in de Stad en die werken ook heel hard. We hebben een noodopvang voor asielzoekers uit de grond moeten stampen, de Schipholbrand. Dat heeft er fors ingehakt. Maar ik heb er enorm veel voor teruggekregen. Ik hen verrijkt door dit werk.”
Ze kan nog emotioneel worden door het lot dat één van haar cliënten, de Haarlemse asielzoeker van Koerdisch-Turkse komaf, Kemal Sahin, toen bij de Schipholbrand trof. Hij was één van de elf mensen die het leven verloor. Met een familielid van Kemal moest Tineke diens verbrande lijf identificeren; een paar dagen later vloog ze het stoffelijk overschot terug naar Kemals familie, vlakbij Izmir. ,,Ik kon daar niet uitleggen dat Kemal onvrijer bij ons was, dan in Turkije waar hij zijn politieke overtuiging niet kon uiten. Kemal was door onze ongastvrijheid gaan behoren tot de onderklasse van de Haarlemse samenleving. Die groep mensen komt bij Stem in de Stad dagelijks aanlopen.”
Lintjens waarschuwt voor het gebrek aan mededogen in onze tijd. ,,We oordelen te hard: kijk, zeggen we dan, ‘dat’ loopt maar op straat, heeft geen werk, is psychisch gestoord, het is een asielzoeker, een illegaal. Maar het zijn op de eerste plaats mensen. Ik heb in dit werk geleerd: sluit niemand uit.”
Natuurlijk: niet iedere asielzoeker is aardig en wij worden ook bedonderd bij Stem in de Stad. Wij trekken in ons werk ook een grens: tot hier en niet verder. Maar je kijkt wel anders naar mensen omdat dit werk moet worden gedaan

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 28 JUNI 2010
Besluit Haarlemse gemeenteraad verbaast Stem in de Stad

Uitgeprocedeerden?
‘t Gaat om 7, 8 mensen

DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Stem in de Stad, de interkerkelijke Organisatie die de afgelopen vijftien jaar een toevluchtsoord was voor kansloze asielzoekers, reageert verbaasd op het besluit dat een meerderheid van de Haarlemse gemeenteraad donderdag nam: de stad wil in principe de noodopvang aan uitgeprocedeerden continueren.
Stem in de Stad, dat de afgelopen jaren de opvang van asielzoekers uit naam van de gemeente voor zijn rekening nam, was de noodopvang aan het afbouwen. Dat is het gevolg van de pardonregeling van 2009, als gevolg waarvan ruim 26.000 asielzoekers een (tijdelijke) verblijfsvergunning kregen.
,,Aan het ombouwen”, verbetert Jurjen Beumer, directeur van Stem in de Stad. ,,We zitten midden in een proces waarin de afdeling asielzoekers wordt omgetoverd in wat we het ‘Wereldhuis’ noemen. De restgezinnen die nog bij ons verblijven gaan we zodanig faciliteren dat ze met onze hulp voor zichzelf kunnen zorgen.”
Bij de pardonregeling van 2009 werd afgesproken dat de gemeenten zich zouden terugtrekken uit de zorg voor asielzoekers die buiten de regeling vielen, en dat het rijk deze opvang juist voor zijn rekening zou nemen. Volgens de Haarlemse gemeenteraad blijkt het rijk niets te doen, waardoor uitgeprocedeerden, zoals gezinnen met kinderen, op straat terecht kunnen komen.
Beumer is blij met het gebaar. ,,Er zullen altijd vreemdelingen in ons midden verblijven, maar wij hebben geen cijfers over uitgeprocedeerden die in Haarlem op straat belanden. Wij zorgen nog voor ‘restgezinnen in totaal zeven, acht mensen. We zullen met de gemeente gaan overleggen over wat ons te wachten staat. In elk geval zal dit besluit ook behelzen dat fondsen weer tot beschikking kunnen worden gesteld - anders stelt het niks voor. Dat biedt in elk geval perspectieven voor de mensen die nu nog een uitzichtsloos bestaan leiden.”
In de hoogtijdagen van de toestroom van asielzoekers naar Nederland - eind jaren negentig - had Stem in de Stad zo’n vijftien tot twintig tijdelijke woningen, verspreid over de hele stad, tot haar beschikking. Beumer:
,,Haarlem is sinds die tijd heel goed bezig geweest met de problematiek. Niet alleen qua onderdak, ook bij het integreren van de mensen met een verblijfsvergunning. En bij het vinden van werk voor hen.”

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 26 JUNI 2010
Stad bereid asielzoekers op te vangen
DOOR RICHARD STEKELENBURG
HAARLEM - Haarlem is bereid uitgeprocedeerde asielzoekers weer tijdelijk op te vangen. Een meerderheid van de gemeenteraad dringt op deze opvang aan, nu de rijksoverheid de afspraken rondom uitgeprocedeerde asielzoekers niet lijkt na te komen.
Gemeenten in Nederland zouden, als uitvloeisel van de zogeheten Pardonregeling, stoppen met de opvang. Die taak zou worden overgenomen door het Rijk. SP en Actiepartij constateren echter dat daar in de praktijk niets van terecht komt, met als gevolg dat mensen op straat komen te staan. Met steun van PvdA, GroenLinks, CDA en Ouderenpartij dragen zij B en W op de opvang dan maar weer zelf ter hand te nemen.
Burgemeester Schneiders toonde zich geen voorstander. Hij wil zich liever houden aan bestaande afspraken. Dat was ook de reden voor VVD en D66 om het voorstel niet te steunen. De VVD ziet liever dat Haarlem bij het Rijk aandringt op het alsnog nakomen van de afspraken.

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 25 JUNI 2010
Voor asielzoekers en vluchtelingen Stem in de Stad

Broodbankactie brengt duizenden euro's op voor schrijnende situaties

DOOR NUEL GIELES
HAARLEM - De opbrengst van de jaarlijkse Broodbankactie van de Grote of Sint Bavokerk in aanloop naar Kerstmis is vorig jaar uitgekomen op 5.237,23 euro. Tijdens drie zaterdagen werden twaalfhonderd zogeheten diakenbroodjes verkocht, gebakken en beschikbaar gesteld door bakkerij Van Vessem & Le Patichou.
Simone Gaasbeek, voorzitter van de diaconie Centrum overhandigde woensdag een cheque ter waarde van het bedrag aan jurj en Beumer en Tineke Lintjens van Stem in de Stad, coördinator van de afdeling Asielzoekers van het oecumenisch diaconaal Centrum in de binnenstad aan de Nieuwe Groenmarkt. Ieder jaar staat de Broodbankactie gedurende de advent in het teken van een van de zeven Werken van Barmhartigheid uit het Matteüs-evangelie. In 2009 was dat ‘Ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen’.
Tineke Lintjens: ,,De rol van de afdeling asielzoekers van Stem in de Stad is veranderd sinds een groot aantal van hen door het generaal pardon als gewone burgers door het leven gaan. Er is nog een restgroep van vluchtelingen en afgewezen asielzoekers. Het gaat onder meer om mensen uit Armenië, Azerbeidzjan en Ethiopië. We werken aan de totstandkoming van een ‘Wereidhuis’, een veilige ontmoetingsplek voor en door deze groep, waar ze samen praten en problemen oplossen, computer- en taallessen volgen en activiteiten organiseren.”
,,Dit geld kunnen we goed gebruiken in de vorm van leefgeld, bijzondere schoolkosten, een onvoorziene fietsreparatie of medische behandeling.”
Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de Broodbankactie 2010 in volle gang, dit jaar in het teken van ‘de dorstigen laven: Ik had dorst en gij hebt mij te drinken gegeven’. Diaken Sietse Bouma daarover: ,,Als diaconieën in het centrum hebben we een band met onze partnergemeente van African Divine Church in Kenia. Daar is dringend behoefte aan schoon water. Met de actie willen we ons inzetten voor één of meer waterpompen, met daaraan gekoppeld een verantwoord exploitatieplan en een onderhoudsbudget. We hebben hier contact met de afdeling ‘Technologies’ van het PWN, het Provinciaal Waterleidingbedrijf Bedrijf Noord-Holland. Dat heeft toegezegd de benodigde expertise en technische steun ter plaatse te willen verzorgen. Het belooft weer een mooi project te worden als maar genoeg mensen onze diakenbroden blijven kopen.”
De afgelopen editie van de actie, die werd omlijst met een expositie en een optreden door leden van het Ampzinggenootschap, bakte Van Vessem anderhalf keer zoveel actiebroden als de jaren daarvoor. ,,Dat kan niet heel veel meer worden”, aldus de enthousiaste directeur Jos Huijbregts. En lachend: ,,Of de diaconie moet komen helpen met kneden, natuurlijk.”

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD  26  JANUARI 2010
Nieuwe plek aan de Rijksstraatweg
Vincent's Eethuis gaat verhuizen
DOOR FINN VAN LEEUWEN
HAARLEM - Vincent’s Eethuis aan de Nieuwe Groenmarkt gaat verhuizen. Reden daarvoor is de aanstaande verbouwing van het complex. Deze week is de laatste mogelijkheid om te eten in het historische pand van de Vincentius vereniging.

In april gaat de verbouwing beginnen. De ruimte van het restaurant krijgt een andere functie ten behoeve van diaconaal centrum Stem in de Stad.
De populaire eetgelegenheid is vanaf aanstaande maandag 1 februari geopend aan de Rijksstraatweg 80, op de plek waar tot voorheen Grieks restaurant Ikaros zat.
Pachter van het sociaal restaurant is Bert Jacobs. In 2007 heropende hij het eethuis. Hij creëerde een sfeer die zeer goed beviel bij zijn gasten. ,,Ik hoop dat alle vaste eters willen meeverhuizen naar de Rijksstraatweg. Misschien dat we op de nieuwe locatie ook nieuwe gezichten kunnen verwelkomen.”
Bezoekers kunnen gebruik maken van buslijnen 3 en 5 die praktisch voor de deur op de Rijksstraatweg een halte hebben.
Jacobs is bovendien in gesprek met vervoerder Connexxion om andere bussen een korte stop te laten maken bij het restaurant.
,,Zo kunnen mensen uit bijvoorbeeld Schalkwijk ook met het openbaar vervoer komen zonder over te stappen.” Ook denkt Jacobs erover een busje te laten rijden van de Nieuwe Groenmarkt naar de Rijksstraatweg, speciaal voor de overwegend bejaarde vaste gasten.
Het alom bekende concept van Vincent’s Eethuis heeft ook in het nieuwe pand de prioriteit. ,,Voor weinig geld relatief veel en lekker eten”, legt Jacobs uit. ,,Op maandag serveren we stamppot, dinsdag een kipgerecht, woensdag buitenlands, donderdag ‘puur’ Hollands en vrijdag is visdag.”
Voor een bedrag van zes euro kan iedereen twee keer opscheppen. Die formule is drie jaar na de herstart nog altijd succesvol. Dagelijks komen ongeveer 120 mensen langs om een warm maal te eten. Aan de Rijksstraatweg is het eethuis ook op zaterdag open. Vlees- en kaasfondue, steengrillen, salade en friet staan dan op het menu, voor een tientje per persoon.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD  16  JANUARI 2010
Tekst uitgesproken op de nieuwjaarsreceptie van het Haarlems Beraad van Religies
Door MOUSSA AYNAN
Het is hoog tijd om de koffers uit te pakken
Na de ontzuiling ontstonden er nieuwe zuilen in Nederland:
van onze nieuwkomers, die we vergeten waren bij die hele ontzuiling te betrekken. Het is tijd dat nu ook deze zuilen verdwijnen. Het is tijd om de koffers uit te pakken en werkelijk deel uit te gaan maken van één Nederland, stelt Moussa Aynan, raadslid voor de PvdA.

Nederland ligt op een breukvlak, op de grens tussen noord en zuid. De grote rivieren zijn eeuwenlang de scheidslijn geweest die zelfs de Romeinen niet blijvend hebben kunnen beslechten. Slechts een paar kilometer van onze grens vandaan bevindt zich Wallonië, dat qua taal en religie volledig gelatiniseerd is, wij niet.
Onder de rivieren spreken ze met een zachte G. Hier hebben we een harde klank en zijn calvinistisch van inslag. Carnaval vieren doen we niet, zelfs katholieken zijn het hier verleerd.
Ook wat betreft het weer zitten we op een breukviak. We kunnen warme winters hebben, maar als het een beetje meezit schaatsen we dit jaar een Elfstedentocht.
Kortom Nederland is van oudsher een multicultureel, multireligieus en zelfs multinationaal land, want laten we de Friezen niet vergeten. Niets nieuws onder de zon dus. Maar is dat wel zo? Zijn wij altijd zo ‘multi’ geweest, en hoe gingen die verschillende gemeenschappen toen met elkaar om? We hoeven amper een eeuw
terug om uit te komen bij de verzuiling. Je werd geboren in een zuil, en daar bleef je hele leven in zitten, zelfs tot na de dood, want je werd in je eigen zuil begraven. Weet u het nog:
twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen! Omgang met elkaar was niet de regel, en trouwen met deed je al helemaal niet buiten eigen kring. Er was sprake van meerdere gemeenschappen, die langs elkaar en zelden met elkaar leefden. We mogen dus eigenlijk spreken van meerdere Nederlanden. In die zin is Nederland om meer dan één reden het Koninkrijk der Nederlanden.
Daarna kwam de periode van ontzuiling, mensen mochten opeens van alles doen met elkaar, ook trouwen. Het werd zelfs aangemoedigd. Eindelijk werden we dat langverwachte ene Nederland.

Weggestopt
Ondertussen veranderde Nederland. De nieuwkomers kwamen ons land binnen en die werden keurig in fabrieken en later in flats weggestopt. Wij waren met onze eigen ontzuiling bezig en daar konden we geen nieuwkomers bij gebruiken.
Toen de ontzuiling ergens in de jaren negentig compleet was, kwamen we erachter dat we die mensen in die flats vergeten waren te betrekken bij onze ontzuiling. We kwamen er tot onze schrik achter dat zij inmiddels hun eigen zuil hadden gecreeerd. Een Marokkaan haalt zijn vlees bij de Marokkaanse slager, stuurt zijn kinderen zaterdag of zondag naar de Koranschool en trouwt binnen de eigen gemeenschap. Die duivel tussen dat kussen is weer terug. Wat voor de Marokkaanse gemeenschap geldt, geldt ook voor de Turkse gemeenschap.
In 2007 zijn twee Haarlemse moskeen met racistische leuzen beklad en waren de ramen ingegooid. Een Turkse moskee en een Marokkaanse. Kort daarop werd er een protestmars tegen deze laffe daden georganiseerd. We kregen een paar honderd mensen op de been. De Marokkaanse en Turkse gemeenschap liet verstek gaan.
Iets later kwamen Turkse militairen bij een actie tegen de Koerden om het leven. De Grote Markt stroomde toen vol met eerste, tweede en derde generatie Turkse Haarlemmers om hun ongenoegen uit te spreken over wat er dáár gebeurd was.
Januari vorig jaar werd een demonstratie tegen de aanval van Israël op Gaza in Amsterdam georganiseerd. Eerste, tweede, en derde-generatie Marokkaanse Nederlanders lieten ovèrduidelijk van zich horen.
Dat heeft bij mij de wenkbrauwen doen fronsen. Als onze eigen moskeen hier worden beklad zijn we niet de straat op te krijgen. Maar als er iets in Turkije of Palestina gebeurt moeten we opeens in bedwang worden gehouden.

Commitment
Zijn we meer betrokken bij zaken die zich 4000 kilometer verderop afspelen dan bij dingen die hierbij ons om de hoek gebeuren? Waar ligt ons cornmitment eigenlijk?
Ik heb me ook verbaasd over onze verbazing over het referendum in Zwitserland over minaretten. Hier om de hoek, in de Zoetestraat heeft de moskee al jaren geleden eenzelfde ervaring opgedaan. Ook hier zijn we niet happig op minaretten. Maar het is aan de overheid om onomwonden voor de multireligieuze samenleving te kiezen, gelijke monniken, gelijke imams, gelijke rabbi’s: gelijke kappen. Iedereen moet op de rechtsstaat kunnen vertrouwen. Datzelfde commitment verwacht ik ook van onze nieuwe zuil. Het moet duidelijk zijn dat men voor deze samenleving kiest, dat het commitment hier ligt en niet 4000 kilometer verderop. Ik wil een beroemd geworden uitspraak van Ahmed Aboutaleb aanhalen. Hij zei:
‘Als het je hier niet bevalt, dan moet je je koffers maar pakken.’ Ik zeg, het wordt tijd dat we onze koffers eens definitief uitpakken. Hier ligt ons land, hier ligt onze toekomst, en hier moet ons commitment liggen.
‘Al die religies in die ene samenleving: dat moet toch goed gaan?’ Was de vraag van Stem in de Stad. Mijn antwoord daarop is: ja, natuurlijk!
Maar we moeten ook het lef hebben om bij elkaar op bezoek te gaan, het lef hebben om elkaar vragen te stellen als we dat nodig vinden. Alleen als we elkaar met onze vragen, met onze onwetendheid en met onze vooroordelen durven te confronteren, alleen dan bestaat er een kans dat we er samen uitkomen, en dat niet de extrernen er met ons vandoor gaan.
Praat, discussieer, werk, woon en trouw met elkaar! Alleen dan kan er sprake zijn van religies in die éne samenleving.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 15 SEPTEMBER 2009
Speelt ideologie rol in crisis?

Bos, Van Geel en Kant naar Haarlem
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Stem in de Stad heeft het weer voor elkaar: landelijke politieke kopstukken als Wouter Bos (PvdA, 21 september), Pieter van Geel (CDA, 6 oktober) en Agnes Kant (SP, iz oktober) komen naar Haarlem. Directeur Jurjen Beumer: ,,Niet om aan de waan van de dag mee te doen en stemmen te winnen, maar om te vertellen wat er van de ideologie van hun partij overblijft in tijden van crisis.”
Met het beeld van:mogelijk zeer zware bzuinigingen in de nabije toekomst enerzijds en anderzijds met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur, een uiterst actueel thema.
Beumer: ,,Als oecumenisch toevluchtsoord voor de onderkant van de samenleving vind ik dat we voor de zwakkeren moeten opkomen. Ik wil graag weten van de grote roergangers hoe zij straks denken te bezuinigen. Ook al zijn de partijen ideologisch allemaal een beetje verbleekt, het zijn stuk voor stuk politici die de principes van hun partij in dit licht goed moeten kunnen overbrengen.”
Stem in de Stad heeft de opzet van de sessies - eerst lezing, dan debat met de zaal - goed overlegd met de fractieassistenten van Bos, Van Geel en Kant. Beumer: ,,Dan moet je eerst door het mogelijke misverstand heen dat dit verkiezingsavonden zijn. ‘Kan ‘t uit het hoofd bij jullie?’ Nou, nee. Het is de bedoeling dat principe en praktijk met elkaar in verband worden gebracht.”
Om dat debat met de zaal op gang te helpen zorgt Beumer elke keer voor twee gastopponenten. In het geval van Bos komen topkrachten namens de regionale ING en de Voedselbank vragen op de-PvdA’er-afvuren. Bij Van Geel en Kant zijn dat weer andere katalysatoren.
Tijdens een andere gesprekkenserie, in voorjaar 2010, zet Stem in de Stad in samenwerking met VU-Podium een boom op over nieuwe politieke ontwikkelingen in de samenleving. Beumer: ,,Het woord populisme zal ik niet laten vallen, maar we zijn benieuwd naar de wortels van massaal maatschappelijk ongenoegen.”
Ook Femke Halsema, fractieleidster GroenLinks, in november, maakt haar opwachting bij Stem in de Stad aan de Groenmarkt. Thema ligt na aan haar hart: vluchtelingenwerk.

Terug naar in de media
STRAATJOURNAAL JUNI 2009
Straatpastor Joris Obdam (30) wil mensen in nood helpen, maar ook van hen leren
"Ze hoeven niks van me, bij mij geen verplichtingen"
Hij houdt niet van hokjesdenken. Maakte daarom zijn studie niet af, vertrok 5 jaar geleden naar Kenia en kwam een paar maanden geleden - hoewel kind van niet-kerkelijke ouders - Rooms-Katholiek terug. Nu woont Joris Obdam (30) in een anti-kraakpand en begeeft hij zich dagelijks tussen de allerzwaksten van de samenleving. In maart werd hij benoemd tot straatpastor in Haarlem.Vier dagen per week is hij te vinden aan de Nieuwe Groenmarkt, bij oecumenisch diaconaal centrum Stem in de Stad, waar hij in dienst is. Hij zou op het eerste gezicht zo in de doelgroep kunnen passen met zijn pet, zijn wollen trui en bruinverbrande huid op deze lentedag. Drie keer in de week maakt hij zijn ronde door de stad, loopt langs de plekken waar dak- en rhuislozen zich ophouden: de dagopvang van het Leger des Heils, hofjes, het Frederikspark en het Kenaupark. "Soms zit ik een uur naast iemand op een bankje en kletsen we wat."Zo kort na zijn aanstelling is hij vooral bezig zich zichtbaar te maken voor mensen de mensen die zelf niet makkelijk hun weg vinden naar de instellingen, en hun vertrouwen te winnen. "Ik luister naar ze, praat met ze. Ik ben er voor ze als ze me nodig hebben, maar ze hoeven niks van me, bij mij geen verplichtingen. Ik erken ze aoals ze zijn. Ook belangrijk: ik benader ze als mezelf, als Joris. Ben zo echt mogelijk. Daardoor word ik relatief makkelijk geaccepteerd."
Zijn ouders waren ontwikkelingswerkers. Voor hij geboren werd vertrok het gezin, Obdam heeft twee oudere broers en een oudere zus, naar Tanzania. "Mijn vader werkte daar in de visindustrie. Daarna verhuisden ze naar het zuiden van Brazilië, waar zijn vader een baan kreeg in de voedingstechnologie. Daar ben ik geboren." Anderhalf jaar na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Nederland om in Wapenveld, een dorp op de Veluwe te gaan wonen. Zijn vader hield zich bezig met salmonellabestrijding in een bedrijf waar kippen geslacht en verwerkt werden.
Obdam groeide op in een huis waar zebravellen aan de muur hingen en Afrikaanse beeldjes in de vensterbank stonden. "Het huis zat vol verhalen." Op zijn achttiende maakte hij zijn eerste grote reis toen hij zijn zus bezocht, die ook als ontwikkelingswerker in Tanzania woonde. "De drang om te reizen hebben we van huis uit meegekregen."
In datzelfde jaar ging Obdam op kamers wonen in Deventer. Hij begon aan een studie Culturele en Maatschappelijke Vorming in Zeolle. "in het begin dee ik braaf mee, maar hoe langer ik studeerde, des te minder ik de studie zag zitten. Ik had er bijvoorbeeld moeite mee dat er bij clienten altijd naar problemen werd gekeken, daar moest je bovenop zitten. Dat hokjesdenken stond me tegen. Ik sloeg steeds meer collges over en na drie jaar ging ik helemaal niet meer."Hij keerde terug naar Wapenveld om rustig te overdenken wat hij met zijn leven wilde. Hij kreeg een baan bij een meubelzaak, werd woningstoffeerder. "Maar na vier jaar had ik het daar wel gezien. Het begon te kriebelen." Al lange tijd wilde hij graag naar het buitenland. "Ik wilde vrijwilligerswerk doen, het liefst in Afrika maar ik wist niet hoe. Bij de meeste organisaties ben je een vermogen kwijt als je vrijwilligerswerk wilt doen. Je moet niet alleen je kosten betalen, maar vaak ook nog veel geld toeleggen om alleen al vrijwilliger te mogen zijn." Toen kwam hij in contact met Jongerenen Missie, een religieuze organisatie die jongeren de mogelijkheid biedt vrijwilligerswerk te doen in een ander land. "Bij hen hoefde ik niet meer te betalen dan reiskosten, huur en onderhoud." Een project in Kenia sprak hem aan. "Een groot project met verschillende programma's, met gehandicapten en straatkinderen, microkrediet en hiv/aids-preventie. Het kwam me goed uit dat het dichtbij Tanzania was, waar mijn zus nog woonde. Mocht ik het niks vinden, dan kon ik zo naar haar toe. Het is toch een grote stap om naar een ander land te gaan, en erg kostbaar. Dus ik had me goed ingedekt.”

Hij verhuisde naar Kenia en kwam terecht bij een mensenrechtenproject. Hield zich bezig met voorlichting over seksueel misbruik van kinderen en volwassenen. “Het is een groot probleem in Kenia, en er is veel onwetendheid over wat te doen bij bijvoorbeeld verkrachting. De meeste vrouwen weten niet dat ze na een verkrachting aidsrernrners kunnen en moeten nemen, en dat het belangrijk is om bewijsmateriaal te verzamelen. Mensen moeten zelfs leren dat misbruik op zich not done is.” Zelf kwam Obdam niet als hulpverlener met de lokale bevolking in contact. “Dat zou weinig zin hebben, door de cultuur- en taalverschillen. De onderwerpen bevinden zich in een taboesfeer en een blanke man kan die niet doorbreken. Ik hield me bezig met de training van lokale vrijwilligers, die op hun beurt de mensen voorlichten.”
Na een jaar werd hem een contract aangeboden en kwam hij in dienst van de ontwikkelingsorganisatie CMC Mensen met een Missie. In Kenia werd Obdam geconfronteerd met het geloof. “Dat werd in die omgeving veel sterker beleefd dan wij hier in Nederland gewend zijn. De meeste projecten hebben een missionaire achtergrond. Hoewel. mijn ouders katholiek zijn opgevoed, deden ze er zelf niets meer mee. Maar zij hebben ons altijd verteld dat we vrij waren verder te kijken. Ik was altijd al bezig geweest met zingeving en voordat ik naar Kenia vertrok, ontdekte ik dat geloof in god waardevol voor me was. Maar ik was een beetje boos op religies. Vond dat al die regeltjes en wetten mensen verdeelden. Religie is voor mij heel lang een struikelblok geweest. In Kenia kwam ik op een andere manier met de kerk in aanraking dan ik gewend was. De kerk was opgebouwd rondom een groep kwetsbare mensen. Met protestantse, katholieke en rnoslimbroeders- en zusters werd vanuit de passie voor het geloof heel veel goeds gedaan. Tastbare dingen. Toen ik zag dat het ook anders kon begon bij mij het ijs te breken.” Er bleven twijfels. “Ik dacht: als ik me bij een kerk aansluit, kan ik dan zelf open blijven staan voor anderen? Kan ik bruggen bouwen?” Hij sprak met een priester, die zijn twijfels wegnam en begon aan een cursus theologie. Tijdens zijn derde jaar in Afrika nam Obdarn de beslissing. “Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en mij laten dopen in de rooms-katholieke kerk.”

Na drie jaar liep zijn contract met CMC af en vond hij het tijd om Afrika vaarwel te zeggen. Hij was inmiddels dertig en hij wilde theologie studeren. “Het was wennen om weer terug te zijn, het is hier ‘s avonds nog zo lang licht! Sommige dingen zijn nog steeds hetzelfde, zo loop ik nog elke ochtend hard, net als in Kenia.
Het is goed om weer in de buurt van mijn familie te zijn. Ik heb heel wat in te halen, het oudste kind van mijn broer werd geboren net voordat ik wegging. Die is nu al vijf jaar. Maar er zijn ook dingen waar ik moeite mee heb. Ik moest bijvoorbeeld weer erg wennen aan de beleving van tijd. In Afrika nemen mensen de tijd voor elkaar. Zelfs een simpele begroeting duurt al gauw twee minuten. Hier stoppen mensen vaak zelfs niet om elkaar te begroeten.
“ik kreeg een baantje bij de belastingdienst. Elke dag inklokken, leren dat regels regels zijn.” Gelukkig was deze baan van korte duur. Toen hij hoorde over de functie van straat-pastor wist hij: dat wil ik worden. Hij solliciteerde. “Dichtbij de mensen in nood zijn, een kwetsbare groep mensen helpen. En dat binnen een gelovige setting: precies de plek waar ik terecht wilde komen. Er is hier ruimte om buiten de in kaders gevatte denkwijze van het maatschappelijk werk te werken.
ik voel me goed hier, op deze plek waar spiritualiteit iets gewoons is. Ik leer van de mensen op straat, ze zijn sterk. Ze hebben een eigen karakter en staan anders in het leven dan de meesten, maar ze hebben een heel sterk sociaal wereldbeeld. Laatst viel iemands fiets in het water. Een van de jongens sprong er zo achteraan! Dat is een spontane handeling waarover ik zelf eerst wel even zou hebben nagedacht.
 “Het voelt goed dat de mensen op straat me volledig lijken te accepteren en erkennen als pastor. In september begin ik met de studie theologie. Als ik die over een paar jaar heb afgerond, hoop ik dichter bij de mensen te staan. Misschien kan ik wat kleine bijeenkomsten opzetten rond Kerstmis en Pasen, om samen met de mensen die ik heb ontmoet het leven te vieren.”
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 10 APRIL 2009
Ontwikkelingswerker ingevlogen uit Nyahururu in Kenia
Joris, Haarlems eigen straatpastor
DOOR KEES VAN DER LINDEN
HAARLEM - Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hadden er al een, Haarlem nu ook. Een straatpastor. Betaald door de kerken die samenwerken in Stem in de Stad gaat Joris Obdam (30) Op zoek naar mensen die niet uit zichzelf naar de hulpverlening komen. Zijn voornaamste bezigheid: ‘luisteren,.
Nog maar kort geleden leefde Joris onder de snikhete Keniaanse zon als ontwikkelingswerker. Na vier jaar liep juist zijn contract af, toen hij hoorde dat Stem in de Stad in Haarlem een straatpastor zocht.
De overstap leek hem niet eens zo groot. In het plaatsje Nyahururu werkte hij ook bij een kerkelijke hulpverleningsinstantie, een soort Stem in het Dorp zeg maar.
Hij hielp er campagnes opzetten tegen huiselijk geweld en seksueel misbruik. ,,Werken met kwetsbare mensen.”
Zijn nieuwe baan zit hem als gegoten. ,,Het is niet allemaal even mooi wat er gebeurt op straat, maar het is wel de werkelijkheid. Het is heel erg echt.” En wat is dan onecht? Joris: "Onecht? Dat is materialisme, de rat race van alsmaar groter, mooier en beter.”
Derde wereld
De jaren in Afrika hebben hem veranderd. De belangstelling voor cle Derde Wereld had hij al, die kreeg hij van zijn ouders mee. ,,lk ben geboren in Brazilië, waar mijn vader ontwikkelingswerk deed. Mijn zusje heeft jarenlang in Tanzania gewerkt.”
Nieuw is het geloof, dat hij niet van huis uit meekreeg, ook al woonde hij een groot deel van zijn jeugd. in een orthodox-protestants dorp op de Veluwe. ,,Jk heb me in Afrika laten dopen, ik ben katholiek geworden.” Hij is er aan gewend dat Nederlanders de wenkbrauwen fronsen als nou juist hij vertelt over zijn bekering tot de kerk van Rome. Heeft het medische tijdschrift The Lancet Benedictus XVI niet bekritiseerd om zijn uitspraken, gedaan in Afrika, over condooms en de verspreiding van aids? Joris: "Als de paus iets zegt, betekent dat nog niet, dat het aan de basis ook zo wordt uitgevoerd."
Nee, deze kerkleider heeft duidelijk geen rol gespeeld in zijn keuze. Wel Joris' gevoeligheid voor symboliek was bepalend, legt hij uit. En: "In Afrika is de rooms-katholieke kerk de kerk van de armen, van het gewone leven. De kerk is er opgebouwd rond de naasten en de medemens in nood.”
De terugkeer naar Nederland heeft als belangrijk voordeel dat hij een deeltijdstudie kan oppikken. ,,Ik heb gekozen voor theologie aan de Fontys Hogeschool.”
De behoefte om te studeren heeft hem zelf nog het meest verbaasd. ,,Na mijn middelbare school volgde ik een Opleiding voor culturele maatschappelijke vorming, maar daar ben ik gestopt. ik kon er niet  mee uit de voeten. Er werd me teveel in hokjes gedacht en ik vond het allemaal erg droog.” Zonder opleiding kon hij er  wel komen, dacht hij. Ik  kan het allemaal wel in de praktijk leren, ik wilde self made zijn Twee jaar lang werkte hij als woningstoffeerder voordat hij, inderdaad zonder opleiding naar Afrika vertrok.
Nu zit hij toch weer achter de boeken. ,,Je kunt niet alles zef bedenken”, beseft hij nu.
Nacht en ontij
Vijfentwintîg uur per week gaat hij de straat op, niet alleen tijdens kantooruren, maar zo nodig ook bij nacht en ontij. Op zoek naar onthechten, vereenzaamden, zwervers, daklozen en verstotenen.
,,Een van de belangrijkste dingen die ik zal doen, is luisteren. Eenzame mensen hebben de behoefte om met iemand te praten, om even een praatje te maken op een bankje. 't Gaat om de ontmoeting.”
Praten over het geloof staat niet voorop. ,,Maar als er zinvingsvragen zijn, kan het daar ook daar over gaan."
Terug naar in de media
WOORD & DIENST 13 maart 2009
Vrijwilligers als een soort familie
'Soms zitten mensen wel vier jaar lang in de tijdelijke noodopvang. Het wachten op de uitkomst van de procedures is zwaar.'
DOOR  HESTER SMITS

Ans van Keulen is adjunct-directeur van Stem in de Stad, een oecumenisch diaconaal centrum in de binnenstad van Haarlem. Tineke Lintjens is daar verantwoordelijk voor de afdeling Kerk en Asielzoekers.

Hoe herbergen jullie de vreemdeling?
Tineke: "De afdeling Kerk en Asielzoekers geeft momenteel negentien mensen onderdak op verschillende plekken in de stad. Tot voor kort was het zo dat de gemeentelijke noodopvang en de noodopvang van Stem in de Stad samenwerkten vanuit onze afdeling. Sinds het 'Generaal pardon' zijn de burgerlijke overheden gevraagd om te stoppen met de opvang van asielzoekers. Volgens de politiek is het nu, dankzij het 'Generaal pardon', allemaal opgelost, maar zo eenvoudig ligt het niet.
Wij hebben de gemeente Haarlem ervan kunnen overtuigen dat er een overgangsmaatregel moest komen, voor bijvoorbeeld de mensen die niet onder het pardon vallen, Vanaf 1 januari 2009
krijgen wij geld voor de afbouw van de opvang van asielzoekers. We gaan door, maar op kleine schaal. Stem in de Stad moet dan in haar eigen gelden voorzien."

Om wie gaat het eigenlijk?
Tineke: "Het zijn asielzoekers die in een procedure zitten of uitzicht daarop hebben. Ook zijn wij een opvang voor asielzoekers met een medische aanvraag en voor mensen die geen zicht hebben op terugkeer."

Hoe tijdelijk is de tijdelijke noodopvang?
Tineke: "Soms zitten mensen er wel vier jaar. We willen niet te veel schuiven met mensen die al zoveel hebben meegemaakt, Ook het lange wachten op de uitkomst van procedures is zwaar,"
Ans: "Gelukkig zijn de vrijwilligers als een soort van familie voor deze mensen. We zien dat echt als een meerwaarde. Je geeft meer dan alleen een bed en een douche. Momenteel zijn er twaalf vrijwilligers bij de dagelijkse gang betrokken. Vijf vrijwilligers geven Nederlandse les, drie houden zich bezig met de sociale problematiek. Leuk om te zien is dat de cliënten, zoals wij ze noemen, vaak weer als vrijwilliger bij Stem in de Stad komen."

Hoe gaat de opvang in zijn werk?
Tineke: "We huren drie flats in sloopflats. Daar wonen vooral gezinnen. Er is ook één permanente plek in de binnenstad voor zes tot acht alleenstaanden. De gezinnen redden zich over het algemeen goed. Er zijn contacten via de kinderen en de schoolgang zorgt voor een dagelijkse structuur. Bij de alleenstaanden is dat veel lastiger, zij zakken meteen in bij slecht nieuws. De sterkere mensen zoeken zelf hun afleiding. Ze krijgen een gedeelte van een abonnement op de sportschool. Of ze gaan naar de bibliotheek Een van hen doet vrijwilligerswerk in een bejaardenhuis.
Dat ze niet mogen werken en studeren is het ergste. Het is alsof hun leven stilstaat. Je moet je realiseren dat de mensen die wij hier hebben, de onderkant van de asielzoekerpopulatie is. Ze missen vaak een netwerk"

Hoe vinden asielzoekers jullie organisatie? Of vinden jullie hen?
Ans: "Soms via andere organisaties of andere cliënten. Ook een keer via het ziekenhuis. Iemand lag in het ziekenhuis envertelde dat hij illegaal was. Toe zei zijn buurman in het bed ernaast dat hij naar Stem in de Stad moest gaan."
Tineke: "Er is ook een groep die wel onderdak heeft maar hier komt voor advies, leefgeld of medische zaken. Mensen zijn onverzekerd, maar worden wel ziek. Gelukkig hebben wij een aantal huisartsen waar deze mensen terechtkunnen. Sommige huisartsen doen het gratis. Als iemand naar het ziekenhuis moet, is dat heel lastig. Ze hebben geen papieren, dus kunnen ze geen ponsplaatje aan laten maken. In zo'n geval worden ze alleen geholpen als ze cash betalen."
 
Waarom werken jullie juist op deze plek?
Tineke: "Ik ben afgestudeerd op het Europees asielbeleid en werkte daarna bij Vluchtelingenwerk. Ik heb reizen gemaakt naar Eritrea, Iran en Ethiopië. Deze plek trok mij omdat bij Vluchtelingenwerk mensen nog een bepaald netwerk en vangnet hebben. Hier kun je iets betekenen voor mensen die buiten alle structuren vallen. In eerste instantie was dat wat me aantrok in Stem in de Stad, niet het feit dat er vanuit een bepaalde spiritualiteit gewerkt wordt. Ik ben katholiek opgevoed maar niet meer kerkelijk. Dat heb ik bij mijn sollicitatie ook gezegd. Nu merk ik dat het mij wel wat heeft gebracht, die spiritualiteit. De bezieling spreekt me aan."
Ans: "Voor mij was die spiritualiteit juist een argument om hier te gaan werken. Ik heb jaren in Afrika gewerkt als lekenmissionaris. Terug in Nederland, met mijn gezin, wilde ik opnieuw iets in het kerkelijk werk doen. Het liefste zoals in Afrika, op het diaconale terrein."

Hebben jullie ook tijd en aandacht voor de bezieling?
Ans: "Voor een teamvergadering gaan we eerst naar de kerk hiernaast voor een moment van bezinning. Binnenkort hebben we een meerdaagse met een deel van het team en vrijwilligers, bij Retraitecentrum De Spil in Giessenburg. Met hen hebben we ook een programma samengesteld. Het doel van deze meerdaagse is: 'Stilstaan bij het werk dat je doet en wat je daarin bezielt'. Sommige vrijwilligers werken hier al vijftien jaar en voelen zich heel betrokken bij de mensen die hier komen. Je maakt onderdeel uit van een gemeenschap die een gezamenlijke droom heeft."

Is dat niet een opdracht van alle kerken in Haarlem?
Ans: "Veel kerken doen mee met geldelijke ondersteuning of vrijwilligers in Stem in de Stad. Wij vinden het
ook belangrijk dat wij ons gedragen weten. Op 16 november 2008, de jaarlijkse diaconale zondag, hielden wij bijvoorbeeld in veel katholieke kerken een praatje over ons werk. Nog een voorbeeld: de diaconie van Bloemendaa llevert een grote bijdrage aan ons werk en is erg betrokken. Laatst zijn we met de Protestantse Gemeente in het centrum in gesprek gegaan over het armoedevraagstuk. Zij zeggen: 'Wij zien ze niet,' wij ontmoeten juist veel mensen die in armoede leven. Dat is een gesprek waard. Dat levert wat op aan beide kanten."
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 20 FEBRUARI 2009
Haarlemse straatpastor moet 'stevig in de schoenen staan'
DOOR KEES VAN DER LINDEN HAARLEM - Haarlem krijgt een straatpastor. Het is niet de bedoeling dat hij of zij gaat evangeliseren onder mensen die in de marges van de maatschappij leven, wel moet er over 'zingeving' worden gepraat.

De straatpastor komt in dienst van het oecumenisch diaconaal centrum Stem in de Stad, dat aan de Nieuwe Groenmarkt een dagopvang heeft voor vereenzaamde Haarlemmers, zwervers en drugsverslaafden.      
Predikant Jurjen Beumer: "De nood is hoog, dat maken we hier dagelijks mee. Maar er is natuurlijk ook nood onder mensen die we hier nooit te zien krijgen. De straatpastor krijgt een bureautje, maar het overgrote deel van zijn tijd zal hij op straat te vinden zijn."
In andere steden worden geestelijk verzorgers in vergelijkbare functies ook wel 'zwerfpastor' of 'drugspastor' genoemd. Zo niet in Haarlem. Beumer: "De straatpastor gaat zich immers niet alleen richten op drugsverslaafden en mensen die op straat leven. Hij zal ook langs gaan bij - bijvoorbeeld - Haarlemmers die totaal vereenzaamd zijn en de deur niet meer uitkomen. Of hij spreekt hangjongeren aan."
De vacature heeft inmiddels in de krant gestaan. Bijna twintig kandidaten hebben zich gemeld, aldus Beumer. "Het moet iemand worden die stevig in zijn schoenen staat en waar ook een goed koppie op zit."
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 4 DECEMBER 2008
Met het nodige spektakel werd de broodbankactie in de Grote of Sint Bavokerk geopend
Psychische patiënt centraal bij Broodbank
DOOR NUEL GIELES
HAARLEM - 'Ik was ziek en jullie hebben mij bezocht' is een van de Zeven werken van Barmhartigheid. In deze adventsperiode is het het thema voor de jaarlijkse Broodbankactie in de Grote of Sint Bavokerk, georganiseerd door de diaconieën van Haarlem Centrum.

De broodbank aan de westzijde van de kerk is het oudse meubel in de kerk, daterend uit 1480. Armen en zieken konden hier in vroeger tijden brood, spek en kleding krijgen van de zogeheten Heilige Geestmeesters. De broden die nu over deze kerkelijke toonbank gaan, worden verkocht voor vier euro per stuk. De zogeheten diakenbroodjes worden beschikbaar gesteld door Van Vessem & Le Patichou.
Afgelopen zaterdag ging de actie met het nodige spektakel van start. Ook komende zaterdagen 6 en 13 december kunnen de smakelijke broden worden aangeschaft.
In samenspraak met Stem in de Stad, Het Dolhuys, de Geestgronden en het Kwartiermakersfestival is dit jaar gekozen voor de zorg voor psychisch zieken, "De opbrengst van de broden wordt besteed aan een nieuwe oplage van het boekje 'Steunpunten in het donker', samengesteld door de dienst geestelijke verzorging van De Geestgronden. De gedichten en gebeden erin kunnen mensen met psychische problemen tot steun zijn", vertelt diaken Ati Blom.
De broodbankactie wordt op verschillende manieren ondersteund. Uit Het Dolhuys is het 'Kasthuys' overgekomen, met in beeld en schrift het verhaal van Barbara: "Op de bodem van mijn bestaan heb ik weer grond onder mijn voeten."
In de omloop om het koor in de kerk is een expositie van Roads' Meesterwerk, de artotheek verbonden aan Het Dolhuys met kunstenaars en medewerkers met achtergronden in de geestelijke gezondheidszorg. Van Marit Duijff hangt er onder meer het schilderij Vrouw. Voor haar is schilderen niet in de eerste plaats therapeutisch. Zij doorliep de Koninklijke Academie in Den Haag. Softe Meerhoff zit in het eerste jaar beeldende kunst van dezelfde opleiding. De broodbankactie is geopend met de onthulling van haar fotoserie over machtsstrijd. die zich op drie lagen afspeelt. "Het gaat om de ervaring van gebrek aan ruimte. Niet alleen fysiek, maar ook in bepaalde systeemstructuren."
Remco Sterk is met een aantal pastels op de tentoonstelling vertegenwoordigd. "Mijn creativiteit wordt soms wat minder door de medicijnen", zegt hij, Toch exposeerde hij afgelopen Kunstlijn met andere kunstenaars aan de Schotersingel.
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 26 NOVEMBER 2008
Kwart eeuw bidden voor vrede in stad
DOOR JEANNINE VERHAGEN HAARLEM - Iedere eerste maandag van de maand als de sirenes in de stad loeien, komt een groep van zo'n veertig mensen bijeen in de Haarlemse Groenmarktkerk om te bidden voor vrede in stad en wereld.
Dit oecumenische vredesgebed bestaat 25 jaar, aanleiding voor een feestelijke viering op 1 december. Waarom bidden mensen jarenlang voor vrede, terwijl oorlogen en onrecht nog steeds bestaan? "De kracht van het collectieve gebed is bijzonder", zegt organisator Lien Kenselaar.
Het vredesgebed ontstond in de tijd van de Koude Oorlog, de bewapeningswedloop en de grote demonstraties tegen kernwapens. "Iedereen voelde zich bedreigd", zegt Kenselaar. Greet Scholte, toenmalig lid van de Groenmarktkerk,  besloot iedere maand een vredesgebed te organiseren. In die tijd kwamen daar 65 mensen op af. Alsprotest tegen de sirenes, 'die toch niet konden helpen bij een kernoorlog, luidden de kerkklokken om    twaalf uur.
Sinds 1995 is het gebed onderdeel van het werk van Oecumenisch  Diaconaal Centrum Stem in de Stad, de buren van de Groenmarktkerk.
Inmiddels zijn de thema's voor het vredesgebed aangepast aan deze tijd. "We leven in een rare samenleving", vindt Kenselaar. "Er is veel onvrede en agressie. Het gaat nu om zaken als aandacht hebben voor elkaar, vriendschappen, omzien naar vreemdelingen en hoe ga je met elkaar om."
Het karakter van het gebed is volgens Jurjen Beumer, directeur/predikant van Stem in de Stad, veranderd van maatschappelijk naar spiritueel."Om je staande te houden in deze samenIeving is het belangrijk om je te voeden met spiritualiteit". Dat klinktverhevn, maar,Lien Kenselaar, vindt het gebed juist laagdrempelig en praktisch "Met elkaar staan we stil bij zaken die ertoe doen. Dat is verhelderend voor mensen die leven met de hype van de dag. We zingen veel en spreken uit dat we elkaar vasthouden. Er is een collecte voor goede doelen. Na afloop is er gelegenheid om door te praten over het onderwerp." 
Volgens Kenselaar helpt het gebed zeker. "De kracht van het collectieve gebed is al heel bijzonder. Het helpt je om verder te kunnen."  Kenselaar heeft ervaren dat gebeden worden verhoord. Zoals na de tsunami toen er veel geld binnenkwam voor hulp aan de slachtoffers." Beumer: "Het is een klein verheffend moment in de maand. Daar gaan we gewoon mee door." Jubileumviering is op 1 december om 12.00 uur in de Groenmarktkerk.
Burgemeester Bernt Scheiders van Haarlem houdt dan een toespraak. Thema is 'Het leven vieren!'
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 24 SEPTEMBER 2008
Ochtendsymposium met Paul Scheffer
'Geen ruimte voor moslims?
Er leven hier vele duizenden'

DOOR JOHN OOMKES
AMSTERDAM/HAARLEM - "Natuurlijk zijn er ook mensen die vinden dat de islam hier nooit een plek kan vinden", zegt paul Scheffer. De schrijver van de bestselIer 'Het land van aankomst' (10e druk, oplage 80.000), als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, beent een moment door zijn studeerkamer. "En Nederlanders die van mening zijn dat iedere immigrant beter kan opkrassen."
Scheffers adres is zelf iets om bij stil te staan. Zijn huis ligt op een symbolische plek, halverwege de Nederlandsche Bank en de Albert Cuyp, in een straat die vernoemd is naar de Franse klokkengieters, de gebroeders Hemony. Allochtonen uit onze Gouden Eeuw.
Als Scheffer iets is, behalve schrijver en onderzoeker, dan is hij klokkenluider. Ruim voor 11 september 2001 (Twin Towers), en 6 mei 2002 (moord op Pim Fortuyn) baarde hij op 29 januari 2002 opzien met het artikel 'Het multiculturele drama' in NRC Handelsblad. dat nu in brede kring wordt gezien als het vertrekpunt voor grondige twijfel over de migratie van honderdduizenden moslims naar Nederland.
Sindsdien is de positie van Scheffer als systeemcriticus van de Nederlandse samenleving alleen maar fascinerender geworden. Waar hij aanvankelijk genegeerd werd door de top van zijn eigen PvdA, heeft Scheffer nu grondige kritiek op de houding van Verdonk en vooral Wilders, die niet meer lijken uit te zijn op een vreedzame coexistentie. van de verschillende bevolkingsgroepen.
Nadat Scheffer in oktober 2007 zijn major opus uitbrengt, breken zijn eigen zeven rijke jaren aan. Een praktisch even lange tijd had hij doorgebracht in afzondering om zijn sociologische studie tot een goed einde te brengen, maat nu zijn boek letterlijk en figuurlijk op straat ligt, reist PauI stad en land af om in zaaltjes en zalen het debat met allerhande Nederlanders aan te gaan, ongeacht hun achtergrond, en ongeacht hun mening. In een klein schriftje houdt hij bij wat die confrontaties opleveren aan vondsten over het centrale thema in de Nederlandse samenleving.
Ontglippen
Scheffer (54): "Wat ik constateer is dat er in de honderd zaaltjes die ik intussen in het land heb bezocht heel veel mensen zijn die nadenken over de veranderingen in de Nederlandse samenleving. Zij kunnen zich best een vorm van samenleving voorstellen, die niet elke verandering als een verslechtering zien, maar wel ervaren dat het snel gaat. Ze hebben het gevoel: iets wat ons dierbaar is, ontglipt ons. En: de veranderingen die ons overkomen, daarvan zien we de verbetering in."
"Ik zoek naar manieren waarop we kunnen bewerkstelligen dat de verandering die gaande is, wél tot een verbetering van de Nederlandse samenleving kunnen maken. In de gevestigde partijen is het gevoel van verlies, het inschatten van de verandering in ons land, onderschat. Nieuwkomers worstelen daar ook mee. De afstand die zij soms houden tot de samenleving heeft te maken met hoe ze zijn opgegroeid in een ander land. Zo hebben ze bijvoorbeeld een andere voorstelling hoe het huwelijk eruit moet zien, hoe je je moet gedragen, enzovoort. En dan kom je hier en dan constateer je dat je kinderen in een andere omgeving opgroeien en dat je als ouder de greep op je kinderen kwijt raakt. Ze hebben het gevoel: onze kinderen ontglippen ons."
Kader Abdollah, de Iraanse schrijver die als vluchteling in Nederland werd toegelaten, maakte zich meester van onze taal en diende Scheffer van repliek in het multiculturele debat. Scheffer, instemmend knikkend: "Hij schreef: 'Dit land is ook van ons'. Het zou nog mooier zijn als hij schreef: 'Dit land is ook van mij'. Daar kan ik wat mee. Ik heb alle uitspraken over integratie, participatie en wat dan ook niet nodig, behalve die ene zin: 'Dit land is ook van ons'. Want als het goed is, betekent dat namelijk: 'Wij zijn ook van dit land."
"Ik dacht daarbij: hoeveel autochtone Nederlanders kunnen die zin met instemming uitspreken? Ik denk dat heel veel 'gewone Nederlanders' het gevoel ook zijn gaan missen dat zij ergens bij horen. Dat toegeven, dat herkennen - dat 'dit land is ook van mij' - zou een gedeelde aspiratie kunnen zijn. We moeten in deze samenleving, die zo aan het veranderen is, opnieuw een gevoel ontwikkelen voor dit land en je er verantwoordelijk voor te voelen."
Taboe
Scheffer licht nog een ander taboeonderwerp uit: de migratie vanuit Nederland. "Heel veel autochtonen trekken weg. Dat is opvallend. Omdat te verklaren zou ik willen gaan naar de bronnen van de onzekerheid die je nu in Nederland heel duidelijk ziet. Je moet als onderzoeker niet meteen over de hoofden van de mensen heen roepen: 'De immigratie is een verrijking'. Ik denk: 'De immigratie kan een verrijking worden'. Dat is geen gegeven. Dat is een zoektocht."
Scheffer benoemt de partijen die leven van het conflict tussen autochtonen en allochtonen. De Verdonks en Wildersen die alleen maar signaleren en veroordelen en niet verder lijken te willen komen. "Ik hoor hen niet over de wens om tot stabielere verhoudingen te komen. Ze durven ook niet de confrontatie met hun eigen achterban aan te gaan. De islam heeft hier geen plek? De realiteit is dat er honderdduizenden moslims in Nederland leven en de islam is daarmee een deel van Nederland geworden. Alleen al daardoor verandert ons land. Maar de manier waarop de islam hier gepraktiseerd wordt, zal ook moeten veranderen. We gaan echt geen bladzij uit de Koran scheuren - dat is een barbaarse methode, maar het moet anders om de simpele reden dat het een groot verschil maakt om
een godsdienst te belijden in een land met godsdienstvrijheid dan in een land waar die godsdienst een soort monopolie heeft."
Dat betekent volgens Scheffer dat de islam een verhouding moet vinden tot andere geloven. "En tot mensen zonder geloof - de helft van de Nederlandse bevolking. En tot mensen die afvallig zijn in eigen kring. Je kunt niet als gelovige gemeenschap zeggen: we eisen vrijheid van godsdienst, maar we ontkennen dat recht voor mensen binnen onze eigen gemeenschap. Dat verhaal houd ik ook in moskeeën. Ik verwijt Nederlandse politici dat ze dat doen."
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 23 SEPTEMBER 2008
'De vreemdeling in ons midden'
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Vanaf de Krocht draait een aftands oude autobus dinsdag rond het middaguur de Nieuwe Groenmarkt op. Aan boord enkele tientallen asielzoekers die de komende dagen in heel Nederland aandacht vragen voor de soms dwaze redenen waarom ze buiten de pot bleken te hebben gepiest toen het generaal pardon in december 2006 werd afgekondigd.
Ongeveer 27.000 'pardonners' telt Nederland nadat het kabinet Balkenende IV toen de hand over het hart streek. Nog eens 2500 mensen die gemiddeld al zeven tot tien jaar in Nederland
verbleven, bleken op het moment dat staatssecretaris Nebahat Albayrak de voorwaarden bekend maakte, feitelijk al kansloos te zijn. In Haarlem gaat het om vijf of zes gevallen.
Jawel, ze waren hier aantoonbaar lang genoeg, maar tijdens hun verblijf hadden ze een paar dagen te lang vertoefd op familiebezoek in het buitenland, of bleken ze - na gesteggel tussen Nederland en een ander Europees land - toch een 'Dublinclaimant' te zijn. Condities die hoewei ze achteraf bekend zijn gemaakt, door de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) strak worden gehanteerd.
Een voorbeeld is Ramin uit Iran die negen jaar in Haarlem leeft, uit zwart werk zijn opleiding binnenhuisarchitectuur betaalt, maar zegt dat zijn 'eerlijkheid over zijn asielredenen en verblijfsgeschiedenis' niet met gelijke munt wordt betaald door de overheid.
Bij Stem in de Stad, de interkerkelijke club die zich laat leiden door de Bijbelse richtlijn dat we het ook moeten opnemen voor 'de vreemdeling in ons midden' gebruiken de 'grensgevallen' de lunch. Een tussenstop in een 'etappekoers' dwars door Nederland. Van Amsterdam, via Utrecht, Eindhoven, Maastricht en Rotterdam naar Den Haag, waar donderdag de Tweede Kamer het generaal pardon zal evalueren.
Er waait een gure wind in Nederland inzake asielzoekers. Jurjen Beumer, directeur van Stem in de Stad: "De mensen denken die pardonregeling is er nu en daarmee basta!" En Alice Beldman van het organiserend! ASKV: "Lokaal krijgen we nog wel steun voor deze grensgevallen, maar in Den Haag zijn maar weinig mensen die hun mond tegen Verdonk en Wilders durven opentrekken en begrijpen dat we juist saamhorigheid in de samenleving nodig hebben. Bovendien, wat kost onverdraagzaamheid in de vorm van detentiecentra niet?"

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 29 AUGUSTUS 2008
Afghaanse 'pardonner' Taimur Ramezan dupe van crime passionel
In de wieg gesmoorde wedergeboorte
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - In 2000 kwamen ze, onafhankelijk van elkaar, naar Nederland: Taimur Ramezan (30) uit Kandahar en Naser Amani (24) uit Kaboel. Twee Afghanen, die soms de wanhoop ten prooi, soms overlevend op straat, uiteindelijk deze zomer in Haarlem hoorden dat het generaal pardon ook voor hen gold.

"Ik ervoer dat moment alsof ik opnieuw geboren werd", zegt Naser Amani. "AI het leed was geleden. Alle dagen dat je kaartend op je kamer de verveling verdreef, of bij vreemden een nachtje mocht slapen als je wéér geen dak boven je hoofd had, was ik van plan te vergeten. Taimur dacht er ook zo over."
Dacht. Als gevolg van een crime passionelliet Ramezan in de vroege morgen van zaterdag 16 augustus het leven in hun pension op de hoek van de Gedempte Oude Gracht en de Jacobijnestraat. Over de omstandigheden waaronder Ramezan de dood vond doet de politie,in het belang van het onderzoek, geen andere mededelingen dan kort na het incident. Taimur overleed uiteindelijk in het ziekenhuis.
Aan de hand van verklaringen van vrienden en bekenden is duidelijk dat Taimur - profiterend van zijn nieuwe bewegingsvrijheid - op vakantie was geweest bij in Pakistan verblijvende vrienden en kennissen, én dat hij als een getrouwd man thuiskwam. Naser: "Hij was blij, maar vertelde niet te veel.
Dat doen wij Afghanen liever niet - we zijn opgegroeid in het besef dat je beter niet te veel van elkaar kunt weten. Dat is onze cultuur: Dat kan niet ongestraft. Ja, je naaste familie kan je vertrouwen."
De vrouw, met wie Ramezan in Nederland al geruime tijd een relatie had, reageerde furieus op de mededeling dat haar vriend imiddels was getrouwd, volgens ingewijden. Zij heeft een eerste bekentenis afgelegd. Ze zit, hangende het onderzoek, nog altijd vast.
Naser was die nacht van vrijdag op zaterdag, rond half vijf thuisgekomen. Hij woonde in een kamer op een etage lager, in hetzelfde pand.
"Ik was dronken", zegt hij verlegen. "Dus ik ben direct gaan slapen. De volgende morgen werd ik rond elf uur door de zoon van de eigenaar uit bed gebeld. Die vertelde dat de politie voor de deur stond. Ik gelijk naar beneden, de gordijnen van' Taimurs kamer waren nog dicht. Ik vertelde de politie dat ik hem twee, drie dagen eerder voor het laatst had gesproken."
Pas later op de dag werden de kamerhuurders van de noodlottige afloop op de hoogte gebracht. "Ze zeiden: hij leeft niet meer", zegt Naser. "Toen ik vanuit het trappenhuis later de bloedvegen op zijn kamerdeur zag zitten, had ik het niet meer. Ik kan daar niet meer wonen. Ik ben weggegaan en heb nu tijdelijk onderdak bij Stem in de stad."
Het stoffelijk overschot van Taimur is later opgehaald door een broer die in Zweden woont en overgebracht naar Pakistan. Het is te vroeg om te bepalen of Taimur omgebracht is door moord of doodslag, maar duidelijk is dat zijn gewelddadige dood hard is aangekomen bij de 'pardonners' in de regio Haarlem. Naser zegt het zo: "Als je je in je pols hebt gesneden, dan sluit de wond na een tijdje. Maar als je ziet hoe een vriend bij zijn tweede geboorte het leven verliest, dan heb je de hele tijd pijn in het hart. We gingen ooit weg uit ons land omdat het een probleemland was met overal geweld en we kwamen hier, in een land dat vrede heeft. Wat nu?"
Zowel Naser als Taimur staan bij Stem in de Stad en VluchtelingenWerk te boek als 'keurig' en 'bescheiden'. Stem in de Stad heeft de Afghaanse gemeenschap in Haarlem aangeboden een herdenking voor Taimur Ramezan op te zetten.

In Haarlem leven ongeveer 250 'pardonners'. In de omliggende regio nog eens een honderdtal mensen dat afgelopen jaar te horen heeft gekregen in aanmerking te komen voor een generaal pardon. Volgens mededelingen van Vluchtelingen Werk Nederland en Stem in de Stad zijn zij zelden betrokken bij politieonderzoek.
Terug naar in de media

Opscheppers
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD
Staatssecretaris Nebahat Albayrak stuurt op 'streng maar rechtvaardig' asielbeleid
'Pak illegale draaideurcriminelen aan'
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Illegale veelplegers moeten net zo hard worden aangepakt als andere draaideurcriminelen. Dat zei Nebahat Albayrak, PvdA-secretaris van justitie, gisteravond tijdens een werkbezoek aan Haarlem. Zij wil daarom op korte termijn de zogenaamde ISD-maatregel verruimen. Hiermee kunnen bijvoorbeeld junks die herhaaldelijk inbreken om aan geld te komen voor hun harddrugs twee jaar lang worden opgesloten en verplicht worden behandeld.

Tot voor kort was deze regeling, bedoeld om stelselmatige criminele overlast in de binnensteden in te perken niet opengesteld voor  illegale criminelen. Albayrak vertelde tijdens de avondmaaltijd aan het oecumenische centrum Stem in de Stad te streven naar 'hard maar rechtvaardig' asielbeleid. Later op de avond, tijdens een door meer dan 120 mensen bezocht debat in een benauwd bovenzaaltje van Restaurant Brinkman, herhaalde de bewindsvrouw dat uitgangspunt nadrukkelijk.
"Juist de PvdA moet fraude en misbruik van onze asielwetgeving krachtig bestrijden", stelde Albayrak. "We zijn een klein land en dat betekent dat we restrictief moeten omgaan met het verlenen van asiel, als we onze welvaartstaat niet willen opblazen. Alleen als we streng en correct durven zijn, kunnen we een systeem in stand houden, zodat we echte vluchtelingen kunnen blijven opvangen tot het einde der dagen."
Met dergelijke uitspraken gooide Albayrak, naar eigen zeggen, willens en wetens de knuppel in het hoenderhok. Bij Stem in de Stad gebruikte ze de maaltijd niet alleen met leden van de PvdA-gemeenteraadsfractie, maar ook met medewerkers van het opvangcentrum. Zo vertelde Tineke Litjens, die de opvang van uitgeprocedeerden in Haarlem coördineert, dat het door deze staatssecretaris gerealiseerde generaal pardon van vorig jaar voor 'restproblemen' zorgt: "Wrang te zien hoe mensen gedupeerd zijn door de willekeurige datum die gehanteerd is." Albayrak is echter onverkort trots op haar belangrijkste wapenfeit. "Ik sta soms te knipperen met de ogen. We zijn een jaar verder en hebben 27.500 mensen niet alleen het ambtshalve besluit meegedeeld, maar ze staan met het bijbehorende bewijs van hun verblijfsvergunning in handen en kunnen verder met hun leven. Verder moeten we duidelijk zijn: Elk pardon creëert zijn eigen restgroep. Als je 50.000 mensen toelaat, zegt de 50.001ste: Waarom ik niet?"
In Brinkman kwam een fors deel van de toeloop voor rekening van Axielijst. Buiten aan de gevel werd Albayrak getrakteerd op een spandoek met de stellinh dat heen mens illegaal is. Met die definitie was ze het niet oneens.
Binnen kreeg ze van schaduwraadslid Mara van Limbeek de uitnodiging samen een week door te brengen in een cel van een Nederlands detentiecentrum. Mocht de staatssecretaris dat verzoek inwilligen dan zou Mara PvdA-lid worden. Albayrak counterde: "Die vraag gaat er vanuit dat ik niet weet wat zich daar afspeelt. Ik stel binnenkort de tweede dententieboot buiten gebruik en kom met maatregelen om kinderen zo min mogelijk in vreemdelingenbewaring onder te brengen."

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD woensdag 13 februari 2008
Bouwhistoricus Marriëtte Polman zakt eerst door tafel en veegt vervolgens historisch gruis bijeen
Laat-middeleeuwse kelder restant vergeten nonnenklooster
DOOR JOHN OOMKES

HAARLEM - De chaos in de kelder is aanzienlijk. Onderdelen van ouwebromfietsen en bouwafval verlenen het tongewelf de aanblik van een vuilnishoop. Graffiti versterkt de troosteloze aanblik. Valt er op deze mestvaalt iets van waarde te ontdekken?
Volgens de Haarlemse bouwhistoricus Marriëtte Polman wèl. Zij meent dat de kelder achter Café Het Melkwoud één van de weinige overblijfselen is van het laatmiddeleeuwse nonnenklooster van Sinte Katrijn, oftewel Sinte Catharina. Dat moet zich op deze locatie van Zoetestraat en Nieuwe Groenmarkt hebben bevonden tussen 1446 tot de opheffing ervan in 1581.
De eigenaar van de panden, Stichting Vincentius in samenwerking met Sint Jacobs Godhuis, is van plan de kelder om te toveren in een sociëteitsruimte die zich bijvoorbeeld goed laat gebruiken voor recepties en kleine ontvangsten. Tot recent was het karakteristieke tongewelf onder meer in gebruik als kaarsenmakerij.
Polman deed haar ontdekking toen ze in opdracht van scheidend stadsarchitect Joop Slangen een bouw-en cultuurhistorische verkenning deed voor dit binnenstedelijke gebied. Haar conclusie wordt ondersteund door restauratiearchitect Cees Doornenbal van Bureau Rappange (betrokken bij de renovatie van Tuschinski, Scheepvaartmuseum en Hotel Des Indes). Verder toont Polman na raadpleging van geschreven bronnen, zoals de geschiedenisboeken van Ampzing en Schrevelius, aan dat er aanvullende aanwijzingen zijn voor haar hypothese.
Aan de zuidzijde van de binnenplaats van St. Vincentius moet je twee vuilcontainers opzij schuiven om bij een verweerd groen luik te komen. Een negentiende-eeuwse bakstenen trap voert de half ondergronds gelegen en bijna drie meter hoge kelder in. Polman: "De eerste keer dat we hier binnenkwamen troffen we een oude tafel aan. Omdat we de pleistering van dichtbij wilden bekijken, klommen we er bovenop. Prompt zakten we er doorheen - onder het gruis kwamen weer buiten."
Bij nader onderzoek kwamen allerlei bouwtechnische details tevoorschijn, zoals een laatmiddeleeuwse stookplaats met een bijhoreride piramidevormige schacht van het rookkanaal en twee halfronde, ondiepe nissen waar kaarsen voor de verlichting hebben gezorgd.
Bij terugkeer inde ongeveer vier bij vijfeneenhalve meter grote kelder veegt Polman met behulp van een, in de ruimte rondzwervende boender een deel van een vloerelement schoon: er liggen rood/groen geschakeerde estrikken - kleine vierkante, van glazuurvoorziene tegels die zestiende-eeuws zijn en die in het patroon van een schaakbord zijn gelegd.
"Ik denk dat hier brood is gebakken voor het klooster", zegt Marriëtte Polman. "De schoorsteenboezem en het formaat van het rookkanaal kunnen daar op wijzen. Tot 1822 werd de huidige Zoetestraat namelijk de Soetemelk en Wittebroedssteeg genoemd - een mogelijke aanwijzing dat daar melk en brood werden verdeeld vanuit het klooster."
Haarlem had tot de beeldenstorm zestien of zeventien kloosters binnen de stadswallen, ook wel vesten genoemd. Die waren in hoge mate selfsupporting. Polman: "Er bestaat een kopergravure van Hendrik Spilman uit 1764 van het klooster van Sinte Katrijn, dat is gebaseerd op de kaart die Thomas Thomaszoon in 1582 van Haarlem maakte zo ongeveer op het moment dat de kloosters allemaal eigendom werden van de stad. Daarop zie je dat de vroegere binnenhof ruimte moet hebben geboden aan fruitbomen. Nadat St. Vincentius zich in de negentiende eeuw hier vestigde, is die binnenhof steeds verder volgebouwd. Maar het grondplan van het gebied, inclusief de locatie van de huidige Paterskerk voeren nog steeds terug op deze voorgeschiedenis." Volgens Polman is de aandacht voor de laat-middeleeuwse historie in Haarlem ondergesneeuwd, omdat de stad pas in de zeventiende eeuw zijn werkelijke stadsplan kreeg en tot welvaart kwam. "Er moet veel meer zijn dan naamsverwijzingen naar markten en hoven of restanten van gebouwen en kloosters. Wat zou het niet geweldig zijn om in deze stad een groots onderzoek naar oude kelders op te zetten! Er moet nog meer dan genoeg zijn."
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD zaterdag 9 februari 2008
Vincentius en Sint Jacobs Godhuis steken drie miljoen in renovatie

Fikse injectie 'sociale straat'

DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Stichting Vincentius en Sint Jacobs Godhuis steken drie miljoen euro in de renovatie van wat wel de 'sociale straat' in Haarlem wordt genoemd. Dat complex tussen de Nieuwe Groenmarkt en de Zoetestraat wordt grondig opgeschoond.
Het in ruimtenood verkerende oecumenisch centrum Stem in de Stad verhuist als gevolg van deze aanpak en krijgt veel meer faciliteiten. Daarnaast maken ingrijpende verbouwingen mogelijk dat de keuken van Vincent's eethuis multifunctioneel wordt ingezet.
Met de investering komt definitief een einde aan speculaties rond de toekomst van de 'sociale straat'. De geruchten rond de betaalbaarheid van sociale voorzieningen op deze A-locatie doken eind 2006 de kop op toen de gaarkeuken van Vincent's na 151 jaar trouwe dienst dreigde te worden gesloten.
"Hoe het mogelijk is, weet je vaak niet", zegt Jurjen Beumer, directeur van Stem in de Stad, "Maar sinds die tijd komt het regelmatig voor dat makelaars of projectontwikkelaars opbellen of langs hun neus informeren of er niet een deel van het complex op de vrije markt zal worden aangeboden."
"Je moet er toch niet aan denken dat de historische plek - hier stond in de late middeleeuwen het Cathrijneklooster - niet meer ten goede zou komen voor werken van barmhartigheid", voegt Krijn Kramer, voorzitter van stichting Vincentius toe.
Ook wijkcentrum Binnensteeds, werkvoorzieningschap Roads en een noodopvang voor asielzoekers kunnen dankzij het complex hun activiteiten hier in de binnenstad ontplooien.
Inmiddels is de crisis rond Vincent's al begin vorig jaar het hoofd geboden doordat kok Bert Jacobs het restaurant pachtte -sindsdien is de toeloop aan eters bijna verdubbeld tot 130 per dag. Daarnaast slaagden Stichting Vincentius, Sint Jacobs Godhuis en Stem in de Stad er de afgelopen maanden in hun afspraken tot verregaande samenwerking ook werkelijk uit te werken tot een 'bedrijfsplan', waarna op basis van de waarde van de panden banken bereid zijn te investeren in de renovatie.
Een ander deel van de financiering wordt opgebracht door de verhuur van zeven particuliere appartementen, die grondig worden verbouwd. Verder profiteert de combinatie van de bouw van twee zogeheten Focus-woningen aan de Zoetestraat. Daar zullen invalide gebruikers - mede door een gegarandeerde 24uurs zorgvoorziening - op zichzelf kunnen wonen in speciaal geprepareerde appartementen.
Het Voorlopig Ontwerp is vervaardigd door Slangen Hulsker Architecten. Voormalig stads architect Slangen pleegt twee voorname ingrepen om de wirwar van aanbouwtjes op te schonen en de bereikbaarheid van de verschillende gebruikers te verbeteren.
Net ten noorden van het huidige Vincent's komt een doorgaande verbindingsgang van de Nieuwe Groenmarkt naar de nu nog rommelige binnenplaats. Die wordt op zijn beurt vergroot ten behoeve van de verbetering van de infrastructuur.
 
Achter de huizenrijen zijn de grootste veranderingen voor-zien. Hier wordt binnen het huidige volume de noodzakelijke ruimte gevonden voor de appartementen en kantoren. Slangen voorziet realisatie in 2010. 

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD woensdag 30 januari 2008
Twee huisgenoten in Haarlem verdeeld door generaal pardon
Willekeur van de slagboom

DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Natuurlijk moet de Nederlandse overheid de streep ergens trekken. Zeker bij zo'n beladen regeling als het generaal pardon. Wie, zoals de Koerdisch-Iraakse politieman Sardar Saleh (31) vóór 1 april 2001 hier een aanvraag voor asiel de deur heeft uitgedaan, komt voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Zijn Haarlemse huisgenoot Karim Merzakhil (26), een Tadjiekse Afghaan, was in 2001 drie maanden te laat. De een maakt zich op voor een nieuw leven. De ander leeft vertwijfeld met de dag.
Uiteraard kun je roepen dat Karim en Sardar gelukzoekers zijn. Dat ze de economische vooruitzichten in Nederland maar al te graag verruild hebben boven hun leven in de Afghaanse provincie Parvan of de Noord-Iraakse stad Arbil. Maar de feiten leren anders.
De politieman Sardar bewaakte wapeninspecteurs van de Verenigde Naties, die ver voor de val van Saddam Hussein in de gaten hielden of de dictator snode plannen koesterde. Sindsdien is hij zijn leven niet meer zeker. Sardar: "Er lopen nog veel aanhangers van Saddam rond, maar er zijn ook anderen die niet graag zien dat je voor buitenlanders werkt:"
Karim werd net als veel andere adolescente Afghanen door de taliban in de gevangenis gegooid, omdat hij op zijn achttiende nog geen baard droeg. Karim: "ik heb gewoon niet zoveel baardgroei, maar met die uitleg namen ze geen genoegen. Toen ik daarna vluchtte, kwam ik terecht bij de Noordelijke Alliantie, die wilde dat ik meehielp met de strijd tegen de taliban. Maar ik ben in de oorlog gegroeid, maar ik schiet niet op andere mensen, ook niet op hen die me in de cel gooiden."

'Noodhuis'
Stilte. Dan is er koffie. Vervolgens een glas water. Daarna serveert Sardar een bescheiden maar uitstekende lunch op een nog bescheidener bovenkamertje in het 'noodhuis' van de Haarlemse stichting Stem in de Stad. Als uitgeprocedeerde asielzoeker ben je al blij met een dak boven je hoofd, maar met het weinige wat je wel bezit bereid je elke gast een warm welkom. Zo hoort dat hier. Socializen, bij mensen op bezoek gaan, een praatje maken breekt de dag.
"Voor mij is elk jaar, elke dag hetzelfde", somt Karim op. "Mag niet werken, mag niet naar school gaan, mag geen rijbewijs halen, mag niet met vakantie gaan. Naar de dokter gaan is een probleem. Zelfs als ik daar voor de balie sta met een brief van Stem in de Stad in je hand, zodat je kunt aantonen dat de rekening voor je wordt betaald, loop je het risico raar te worden behandeld.

Door de grond
"Meer dan eens meegemaakt dat een leerling verpleegster dan zo'n brief hardop voorleest. Misschien is zo iemand nieuw of een stagiaire en weet ze het niet. Staan er heel veel mensen achter je in de rij en zij roept: "Ooh! Deze man is illegaal!" Ze ziet die brief dan niet voor een bewijs om te betalen. Dan kun je wel door de grond willen zakken. Ik schaam me dan dood. Kijken al die mensen naar jou. Ik ben eigenlijk niet eens illegaal. Zo'n situatie is hartstikke moeilijk."

Mensenhandelaren
Karim en Sardar hebben ongeveer heze1fde meegemaakt voordat ze respectievelijk een en anderhalf jaar terug in Haarlem belandden. Via mensenhandelaren waren ze in Nederland terechtgekomen. Omdat ze niet direct bij de grens werden geweigerd en hun verhalen in elk geval in het begin niet werden weggelachen, volgde een lange mars door de ambtelijke instanties. Sardar verkaste met het sluiten van telkens andere opvangcentra mee, dwars door het land heen en belandde aanvankelijk in een Huis van Bewaring.
Via het regionale bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties in Brussel werd vastgesteld dat Sardars documenten niet vervalst waren en hij voor de VN had gewerkt. Dat betekende dat hij uit de gevangenis werd ontslagen, naar het dichtstbijzijnde NS-station werd gebracht en zonder geld aan zijn lot werd overgelaten: "Ziet u maar dat u binnen een dag het land uit bent."
Via via kwam Sardar in Haarlem bij Stem in de Stad terecht. Daar kreeg hij een bed, 35 euro leefgeld per week en hij is succesvol voorgedragen voor het generaal pardon, dat door de komst van het vierde kabinet Balkenende inmiddels een feit geworden is.
Om de tijd te doden en iets terug te doen voor Sten in de Stad is hij als vrijwilliger aan de slag gegaan. Hij doet de inkopen, geeft daklozen te eten en daarnaast traint hij vier elftallen bij amateurvoetbalclub Geel Wit aan de van Oosten de Bruijnstraat in Haarlem. "Drie smurfenteams, van die allerjongste kids dus en een F'jes-team. Ik vind het fantastisch om te doen", zegt hij wijzend op een mooie Ajax-poster die boven zijn bed prijkt. "Voetbal is mijn nr.1-hobby."
Toch was dat een schijnrealiteit in afwachting van de ware. "Op 15 januari 2008 viel hier de brief door de bus", zegt Sardar. Daar stond in dat ik hier mag blijven. Tegen iedereen zeg ik nu: 15 januari is mijn Nederlandse verjaardag! Mijn tweede geboortedag! Het wachten is nu op het pasje."
"Daarmee kan ik naar school, werk zoeken, me inschrijven en vragen om een huurwoning."
"Wat ik daarna ga doen? Werken, mensen helpen. Nee, ik word niet meer een politieman. Dan moet ik hier misschien wel zeven jaar studeren, goed Nederlands schrijven en spreken en Engels, en ik ben al 31. Dat is een beetje moeilijk. Nee werken in een verpleeghuis of in een bejaardenhuis. En natuurlijk als vrijwilliger voor Stem in Stad om ze terug te betalen voor alles wat zij voor mij hebben gedaan."

Junks
Hoe anders is het toekomstbeeld voor iemand die niet weet waar hij aan toe is. Karim heeft al eens eerder meegemaakt hoe het is om in een opvangcentrum te worden opgehaald en in een cel te belanden. "Ik weet dat ik niet in aanmerking kom voor het generaal pardon. Ik ben twee, drie, vier maanden misschien te laat aangekomen in Nederland. Maar ik woon hier nu bijna zeven jaar, heb nooit iets gestolen, terwijl ik maandenlang zonder een dak boven mijn hoofd heb moeten leven. Zelfs een tijd tussen de junks in het Vondelpark."
Hij doet hun quasi joviale, niets aan de hand- taaltje na: "Hé man! Hoe gaat 't? Te gek, man! Goed joh! Altijd laten zien dat je 'blij' bent, want anders ben je zwak, weet je. Ik zou zo graag verder willen leren. Ik heb Nederlands geleerd op straat, ik zou het echt goed willen spreken en dan gaan werken."
Karim droomt wel eens van een pasje. "Dan moet ik op nul beginnen. Ik spreek nu Nederlands, maar niet zoals het echt hoort. Dus dat is niet genoeg. Ik wil naar school gaan, een opleiding doen en mensen blij maken. Maar zeven, acht of tien jaar wachten, dat is niet normaal. Daar word je gek van. Als ik niet kan slapen, loop ik over straat om rustig te worden. Dat kan hier. In Afghanistan niet. Daar maken ze je dood. Nog steeds is het daar niet veilig. Ook niet nu twintig landen daar soldaten heen sturen."
Sardar en Karim zijn moslim. Sardar praktiseert het geloof niet meer, Karim wel. Hij zegt: "Ik ben mijn geloof niet verloren. Als ik bid, krijg ik rust."
Sardar knikt. Hij betoogt alsof wij Nederlanders het vergeten zijn: "Weet je: Nederland is vrij. Hier kun je christen of jood worden, of homo. Hier mag je Koerd zijn. Hier is alles vrij, vrouwen zijn vrij. Mensen zijn vrij. Ik vind± dat is heel goed.

Terug naar in de media

HAARLEMS DAGBLAD Maandag 3 december 2007
In 'elkaars huis kijken' tijdens kerken- en moskeeëntocht
Kerkbankjes verruilen voor zacht tapijt
DOOR ELANIE RODERMOND
Het was geen samenkomst van álle Haarlemmers. Zaterdag liepen er zo'n veertig mensen mee met een wandeltocht langs Haarlemse kerken en moskeeën.
Organisator 'Stem in de Stad' was tevreden. "Je moet ergens beginnen."

Het onderlinge begrip versterken tussen groepen moslims, christenen en andersoortige Haarlemmers. Oecumenisch Diaconaal Centrum Stem in de Stad heeft zich een duidelijk doel gesteld bij het houden van de tocht langs vier verschillende Godshuizen. De angst voor 'het vreemde' opzij zetten en de dialoog aangaan, dat is
het belangrijkste, Volgens medewerker Henk Kroon kan je je pas inleven in een ander geloof, als je je in dat geloof hebt verdiept. ,,In je eigen huis is alles vertrouwd en vanzelfsprekend. Daarom is het belangrijk om in elkaars huis te gaan kijken."
Al bij de start van de tocht, in de Groenmarktkerk aan de Nieuwe Groenmarkt wordt duidelijk dat de beoogde mix van geloof en cultuur in elk geval tijdens de wandelingen achterwege zal blijven. Slechts drie moslims melden zich voor de tocht, onder wie de imam van de Turkse Selimiye-moskee en zijn tolk.
Na een korte introductie over het waarom van de kerken- en moskeeëntocht, worden er allerlei vragen over de Groenmarktkerk gesteld. Het staat alle deelnemers vrij om in de Godshuizen te informeren naar de inrichtin'g van het gebouw, de betekenis van het interieur en de gang van zaken tijdens het gebed. Leren over andermans geloof en cultuur, dat is immers het doel van de dag.
Al snel geven de Haarlemmers blijk van flinke meningsverschillen. Zo roept de een dat de vrijheid van geloof in Nederland nog steeds niet volledig is, de ander vindt dit onzin.
Tijdens de wandeling naar de Selimiye-moskee in de Koningsteinstraat worden de gesprekken en discussies voortgezet. Volgens de Haarlemse Lenie Rabenberg-Bolijn heeft de tocht absoluut effect. "Ik vind dat we ons meer in elkaar moeten verdiepen. De media schetsen over het algemeen een negatief beeld over de multiculturele samenleving en integratie. Het is goed dat we ons nu zelf een beeld van een ander geloof kunnen vormen!"
Andere wereld
Niet veel later lijken de deelnemers in een heel andere wereld te zijn beland. Geen zicht op imposante beelden, maar op schilderijen met Arabische teksten. Geen kerkbankjes om op te zitten, maar zacht tapijt. Geen schoenen aan, enkel nog sokken. En, geen priester, maar een imam. De Haarlemmers kijken, al dan niet in kleermakerszit, geboeid om zich heen.
Imam Demirer wordt bijgestaan door zijn tolk, Recep. Deze laatste legt uit dat de imam de taal aan het leren is. Vooralsnog kan hij alleen nog maar Nederlands verstaan. Daarom vertaalt Recep de uitleg van de iman over zijn kleding, de inrichting van de moskee en de rituelen. Daarnaast vertelt hij over de brede functie van het gebedshuis. "Mensen komen hier niet alleen om te bidden. Er zijn klaslokalen en er is een plek waar je samen kan komen. De Selimiye-moskee wordt daarom ook wel als cultureel centrum gezien." Op de vraag waarom er relatief weinig moslims met de tocht meelopen, vertelt hij dat er in zijn moskee niet veel bezoekers komen die aangeven geïnteresseerd te zijn in het christendom. Ook zouden moskeegangers pas laat van de tocht hebben gehoord. Onderlinge discussies blijven hierop wederom niet uit. 'Hoe kunnen we ooit goed met elkaar samenleven als ervanuit de Turkse gemeenschap zo weinig belangstelling is voor een ander geloof?' en 'wordt het niet eens tijd dat het gebed in' het Nederlands wordt voorgegaan?'
In de kerken en moskeeën wordt veelvuldig gesproken over tolerantie en respect. Hoewel iedereen het erover eens
lijkt te zijn dat die factoren onmisbaar zijn in een multiculturele samenleving, laat een enkeling zien dat het er nog wel
eens aan wil ontbreken. Zo stapt iemand in de moskee nog net even met de schoenen op het tapijt, terwijl er een duidelijke scheiding is tussen steen en vloerkleed. Een andere deelneemster raakt geërgerd als ze haar schoenen weer moet uitdoen om over het tapijt na.ar de wc's te lopen en sneert een medewerker van de moskee toe dat ze 'het dan wel ophoudt'. En 0 ja, 'ze moeten in de gebedsruimte gewoon een keer normale kerkbankjes neerzetten'.
Toch tonen de meeste Haarlemmers vooral interesse voor de gebedshuizen en de geloven die daarbij horen. Ook in de Grote Kerk op de Grote Markt en in de Marokkaanse Arrahman-moskee in de Zoetestraat wordt de ene na de andere vraag afgevoord. Dick Kooiman van Stem in de Stad is tevreden. "Ik denk dat de tocht zin heeft en ons iets over elkaar leert. Want daar is het ons om te doen.

Terug naar in de media
HAARLEMS WEEKBLAD 25 juli 2007
'Stem in de Stad timmert aan de weg'
HAARLEM - Oecumenisch Diaconaal Centrum Stem in de Stad heeft Onlangs het jaarverslag over 2006 gepresenteerd. In het verslag wordt beschreven welke activiteiten het centrum het afgelopen jaar georganiseerd heeft. "Het is een succesvol jaar geweest.", zegt adjunct-directeur Ans van Keulen, maandagmiddag in het Aanloopcentrum van Stem in de Stad aan de Nieuwe Groenmarkt. Ondertussen stroomt het centnIm langzaam maar zeker vol...

In het Aanloopcentrum kan een ieder die dat wil terecht voor een kop koffie of thee, een goed gesprek of om andere mensen te ontmoeten. "Aandacht, dat is waar het de meeste mensen die hier komen om gaat.", zegt Ans. "Het is een groep die meestal wel een dak boven het hoofd heeft, maar geen kans ziet om ervaringen, vreugde en verdriet te delen met anderen, vaak eenzaam is en het niet al te makkelijk heeft.
Wel een huis, maar geen thuis, daar komt het een beetje. op neer. Wij proberen met het Aanloopcentrum te voorzien in die behoefte en om mensen met elkaar in contact te brengen. Ze kunnen een praatje houden met elkaar ofmet één van de vele vrijwilligers die onze organisatie rijk is. Daarnaast hebben we ook een bemiddelende rol tussen deze groep mensen en bijvoorbeeld hulpverlenende instanties en de gemeente. Waar veel instaties het opgeven, gaan wij verder."
In totaal werken 7 betaalde krachten en ongeveer 150 vrijwilligers voor Stem in de Stad, waarvan zo'n 45 bij het Aanloopcentrum. Stem in de Stad kent zes afdelingen, Kerk en Asielzoekers, Eetvoorziening, Diaconaal Werk, Multireligieus Haarlem, Religie, Cultuur en Spiritualiteit en het Aanloopcentrum dat in 2006 maar liefst 22.400 keer werd bezocht. Een groep van ongeveer 350 wordt het hele jaar door ontvangen. Die aantallen zijn de afgelopen jaren ongeveer gelijk gebleven. Ans licht toe:
"Er zijn eerder mensen bijgekomen dan dat de groep kleiner is geworden. Het is een signaal dat veel mensen in onze maatschappij, en ook in Haarlem, nog steeds moeite hebben om aansluiting te vinden." Ans beseft dat een stichting als Stem in de Stad bestaat, juist omdat er mensen zijn die het moeilijk hebben. Toch heeft ze een ander ideaalbeeld: "Het mooiste zou natuurlijk zijn dat er ooit een moment komt waarop
wij ons zelf opheffen. Dat betekent namelijk dat de maatschappij in staat is om zelf te zorgen voor mensen die buiten de boot vallen." Gelet op het aantal mensen dat inmiddels het Aanloopcentrum is binnengekomen, ziet het er naar uit dat Stem in de Stad voorlopig nog meer dan genoeg werk heeft. De huidige accomodatie lijkt zelfs al wat te klein.
Ans:"Het plan is dat we in 2009 verhuizen naar een ruimte verderop in de straat. Daar kunnen we een grotere ontmoetingsplek en meer kantoorruimte realiseren. Dat is nodig ook, want we barsten bijna uit onze voegen!"
Tot slot geeft Ans aan dat Stem in de Stad altijd op zoek is naar nieuwe vrijwilligers: "Het maakt niet uit of je klusjesman bent, koffie kunt inschenken, brieven kan schrijven of andere kwaliteiten hebt. Als je je wil inzetten om je medemens een handje te helpen, ben je bij ons van harte welkom. Uiteindelijk zijn we allemaal even goede mensen, alleen heeft de één net even wat meer problemen dan de ander.", aldus een bevlogen Ans van Keulen, adjunct-directeur van Stem in de Stad.
 
Meer weten?
Het Aanloopcentrum van Stem in de Stad bevindt zich aan de Nieuwe Groenmarkt 10 en is elke dag van de week geopend, inclusief de weekeinden.
De openingstijden zijn: zaterdag t/m maandag 14.00-16.00 uur en dinsdag t/m vrijdag 1100-13.00 en 14.00-16.00 uur. Meer informatie is te vinden op: www.stemindestad.nl of telefonisch via 023-5342891

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD maandag 23 juli 2007
Eerste vijf definitieve verblijsvergunningen afgegeven

Pardonmolen draait voluit

Door Richard Stekelenburg
HAARLEM - Dankzij de nieuwe pardonregeling hebben inmiddels vijf in Haarlem verblijvende voormalige asielzoekers hun definitieve verblijfsvergunning kunnen ophalen. Geschat wordt dat in Haarlem 250 mensen in aanmerking komen voor het pardon. Inmiddels zijn er 130 bij de gemeente bekend.

Nu de pardonregeling eenfeit is,gaat het om de praktische uitvoering. In Haarlem houden zich daar, behalve de gemeente, drie samenwerkende hulporganisaties mee bezig, te weten: het diaconaal centrum Stem in de Stad, Stichting Vluchtelingenwerk en Stichting't Klokhuis.
"Het begint nu eindelijkte lopen", zegt Barbara Jenner van Stem in de Stad. Haar organisatie is op dit moment vooral bezig hulp te bieden aan de groep die dringend financiële ondersteuning nodig heeft. "Een groot deel van de 130 mensen die We hier in Haarlem kennen,kan zich redelijk redden - dan gaat het bijvoorbeeld om mensen die 'een Nederlandse partner hebben. Voor een aantal mensen is de nood echter heel hoog en die staan er alleen voor."
Onlangs stelde de gemeente Haarlem 60.000 euro ter beschikking om de eerste nood van een groep van ongeveer twintig mensen te lenigen.     '
De samenwerkende hulporganisaties hebben vorige week een lijst met 130 namen aangeleverd aan de gemeente. Die lijst is inmiddels ter beoordeling doorgestuurd naar de IND. "Een goed deel van die namen was natuurlijk al bekend bij de IND", zegt Jenner. "De molèn draait nu."
Bij de organisaties komen nu vooral heel veel vragen binnen van de betrokkenen. Jellner:  "Mensen zijn goed op de hoogte, maar willen het iefst nog veel meer weten. Je ziet de opluchÜng dat er nu eindelijk wat gebeurt."
Niet op álle vragen kan al antwoord worden gegeven. Direct na het zomerreces zal de gemeente met een beleidsnotitie komen waarin de praktische uitwerking van de pardonregeling verder vorm krijgt. Die zal onder meer gaan over de huisvesting. Volgens de afspraken tussen het ministerie van justitie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) moeten de voormalige asielzoekers vóór 1 januari 2010 een eigen woonruimte hebben, In Haarlem zijn daarvoor haar sChatting 150 woningen nodig.
Degenen die vóór 1 april 2001 in Nederland asiel hebben aangevraagd en geheel 2006 in Nederland hebben verbleven, kunnen aanspraak maken op de pardonregeling. Mocht er bij de IND in individuele gevallel twijfel bestaan, kan iemand bij de gemeente Haarlem een burgemeestersverklaring hierover aanvragen.
In de discussie die inmiddels is losgebarsten over de namen van asielzoekers die niet in aanmerking zullen komen voor de pardonregeling, schaart burgemeester Bernt Schneiders zich achter het standpunt van de VNG. Die is van mening dat het aanleveren van deze namen geen taak is van gemeenten. Staatssecretaris Al-bayrak van justitie meent dat zij dit volgens de gemaakte uitspraken wel van de gemeenten kan eisen.

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD 25 MEI 2007
Rozita krijgt haar amandeloperatie
Kennemer Gasthuis: 'Maar wel tegen betaling'
DOOR KEES VAN DER LINDEN
HAARLEM - De 5-jarige Rozita Hashemi wordt tóch geopereerd aan  haar neusamandelen. Dat zijn haar ouders gisteren met het Kennemer Gasthuis overeengekomen.Zij zijn een betalingsver Plichting aangegaan van vijf euro per maand voor de kosten van zo'n 1200 euro.
De Afghaanse Ouders, uitgeprocedeerde asielzoekers uit Haarlem; hadden een kort geding. aangespannen tegen het ziekenhuîs. Zij waren verontwaardigd dat een KNO-arts een operatie nodig vond, maar dat de ziekenhuisdirectie. ingreep tegenhield, omdat de ouders onverzekerd. zijn en niet kunnen betalen.
Om uit de impasse te komen, had het ziekenhuis een afbetalingsregeling van vijf euro per maand voorgesteld, maar de ouders wezen die af.
Hun advocaat: Toch waren beide partijen na afloop opgetogen. Het ziekenhuis natuurlijk, omdat het stand heeft kunnen houden, dat voor zorg moet worden betaald . "Als je een ziekenhuis dwingt gratis te opereren, wie betaalt dan straks zijn premie nog?", legde de advocaat uit.
De tegenpartij was blij met de betalingsregeling, die in feite symbolisch is. Keren de ouders terug naar Afghanistan, zal niemand hen er nog aan houden. Hun advocaat: "Opbouwwerkers kunnen hun werk daar al niet doen, laat staan een deurwaarder."
De reden dat Rozita in tegenstelling tot haar ouders niet is uitgeprocedeerd, hangt mogelijk samen met haar slechte gezondheid, aldus de advocaat. Als ze na de operatie van haar benauwdheid af is, wordt ook zij waarschijnlijk uitgewezen.
"Zij moeten zien te leven van 70 euro per Week, die zij krijgen van de kerk Dat is al niet te doen."
Tijdens het kort geding bleek al gauw, dat de ouders het geding moeilijk. konden winnen. Hun advocaten Fischer en Klaas zaten namelijk met de mond vol tanden, toen advocaat De Vries van het Kennemer Gasthuis vraagtekens zette bij de draagkracht van het gezin Hashemi. "In tegenstelling tot de ouders, is het meisje niet uitgeprocedeerd. Zij krijgt dan toch een toelage én heeft recht op vergoeding van medisch noodzakelijke kosten?"
Toen de advocaten niet konden uitleggen hoe de precieze status van het kind is, mopperde zowel de tegenpartij als de rechter, dat de raadslieden 'hun huiswerk' niet hadden gedaan. Op aandringen van de rechter stemden de ouders daarna alsnog in met een betalingsregeling.
 
Zaak Rozita 'proefproces'
Tijdens' het kort geding keek de interkerkelijke Haarlemse hulpinstelling Stem in de Stad gespannen mee over de schouders van de ouders. Want volgens predikant Beumer staat Rozita niet op zich. Hij had graag gezien dat het Kennemer Gasthuis ook onverzekerden gaat behandelen, hetgeen het ziekenhuis weigert, behalve als er sprake is van acute nood. Beumer: "Er zijn in de stad veel zieken die niet naar de dokter gaan, omdat ze onverzekerd zijn. Ik heb al vaak geprobeerd met het ziekenhuis hierover te praten, maar er gebeurde niets." Tot vreugde van Beumer kondigde het ziekenhuis tijdens de zitting plotseling aan met hem in gesprek te willen.

HAARLEMS DAGBLAD 23 MEI 2007
KG weigert amadelen van 'illegale' Rozita te knippen
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - De vijfjarige Rozita Hashemi uit Haarlem is dit voorjaar door haar huisarts verwezen naar het Kennemer Gasthuis: haar amandelen moeten eruit. De kno-specialist deelt die diagnose, boekt de operatiekamer, maar dan steekt de raad van bestuur van het KG een spaak in het wiel. Rozita is onverzekerd.

In een proefproces probeert de artsenorganisatie 'Dokters van de Wereld' morgen gedaan te krijgen dat het Haarlemse ziekenhuis onverzekerde patiënten voortaan wel behandeld. Voor de Haarlemse rechtbank wordt de kwestie toegespitst op één geval, dat van dit Afghaanse vluchtelingetje. Dokters van de Wereld zegt in Haarlem zeker acht van dergelijke zaken te kennen.
Bij acute zorg helpt het ziekenhuis, maar verder weigert het KG stelselmatig mensen zonder verzekering te behandelen, schrijft ziekenhuisdirecteur Harry Luik. "U vraagt ons in wezen ook voor het verlenen van zorg te betalen, en dat is voor het Kennemer Gasthuis en voor veel ziekenhuizen een brug te ver."
Dokters van de Wereld eist van het KG dat Rozita's amandelen snel worden geknipt, want het meisje heeft elke dag ademhalingsmoeilijkheden en slaapt slecht. Woordvoerder Gert Beckers: "Natuurlijk heeft directeur Luik gelijk als hij schrijft dat de overheid eindverantwoordelijk is. Dat betekent echter nooit dat één instelling een individuele patiënt zorg weigert. Stel je voor dat het jouw kind is.".
Luik vindt dat de tegenpartij de zaak op de spits drijft: "Het gaat hen om de jurisprudent!e, maar wij hebben absoluut niet geweigerd hulp te bieden. Maar a priori moet het principe van betaling voorop staan."
Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD maandag 26 maart 2007
Haarlemmers naar Harlem om te geven en te ontvangen
DOOR J0HN OOMKES
HAARLEM. Een groep jonge Haarlemmers maakt midden oktober een verkennende trip naar de New-Yorkse wijk Harlem. De reis markeert het begin van een kerkelijke stedenband die wordt gesmeed tussen het interketkerlijke centrum Stem in de Stad in de Spaarnestad en The Riverside Church in New York.
Volgens Jurjen Beumer, pastor-directeur van Stem in de Stad, ligt het in de bedoeling vooral van elkaars ervaringen te leren. Het Haarlemse centrum beweegt zich nadrukkelijk op sociaal terrein met een inloopcentrum en opvang van daklozen en uitgeprocedeerde asielzoekers. In het New-Yorkse stadsdeel Harlem zorgt de kerk voor een belangrijk deel voor de samenbindende factoren in de binnenstad: van armenzorg tot samenlevingsopbouw.
Beumer heeft jongeren geworven bij de kerken die in Haarlem aangesloten zijn bij zijn oecumenisch centrum. Hij vindt het van het allergrootste belang dat de eerste transatlantische banden worden aangehaald via jongvolwassenen. Voor hen is het zowel een verkenningstocht naar de ander en daardoor naar zichzelf. De voorbereiding van de reis is al enkele weken in volle gang.
Ook al ken je Amerika van Hollywoodfilms en computergames, er gaat niets boven een echte confrontatie met de overkant van de Grote Plas. Harlem is niet meer de probleemwijk van twintig, dertig jaar geleden, waar je je als Europeaan slechts onder begeleiding een avondje in het Apollotheater kon wagen, maar de kennismaking zal er niet minder heftig om zijn. En ook al rukt het bestanddeel blanken in Harlem op, je bent er altijd in de minderheid met een bleke huid.
"Ik heb zelf ook een broer die donker is. Dat komt omdat hij uit Suriname afkomstig is" zegt de 19-jarige Madeleine Gouwens uit Heemstede. "Ik ben geadopteerd, hij ook. Tja het is soms wel anders. Hij is brutaler, maar ik kan er wel tegenop. Ik zeg gewoon: Doe 'ns even normaaI. Dat doet ie dan ook en dan is 't leuk. Mijn moeder leert van mij hoe dat moet. Dus rondlopen in en zwarte wijk - daar heb ik niks van."
"Als ik terugkom uit New York wil ik in een dienst in de Doopsgezinde Gemeente waarvan ik lid ben, iets vertellen over mijn belevenissen", zegt Klaas van der Galiën. Deze 41-jarige Haarlemmer werkt als schoonmaker bij een restaurant in de Frankestraat en is als jeugdleider actief. "Kijken of we geld kunnen sturen naar mensen die het daar nodig hebben. Gewoon, kleine giften voor kleine problemen. Ik heb eerder gemerkt dat dat kan werken. Op een vorige trip naar Belfast bijvoorbeeld.
Amerika is geen nieuwe. ervaring voor Klaas, maar New York wèl en Harlem beslist.
"Een week in die stad vind ik voor mezelf te kort. Ik ben ook een groot sportfan. Dus ik hoop er extra dagen aan vast te koppelen en onder meer te gaan kijken in Yankee Stadium en Madison Square Gardens!'
De meeste impact zal uitgaan van een bezoek aan Ground Zero, verwacht Klaas.
"Mijn moeder is jarig op 11-09. Dus is er een gekke link met die dag in 2001."

Terug naar in de media
Haarlem op zondag 25 maart 2007
Penning van verdienste voor Hanny Korstjens
HAARLEM - Hanny Korstjens ontving afgelopen vrijdag de penning van verdienste van de stad Haarlem. Zij werd onderscheiden vanwege haar bijzondere en langdurige verdiensten voor het diaconaal¬maatschappelijk werk in Haarlem. Volgens de gemeente onderscheidt Korstjens zich door haar uitstekende organisatorische kwaliteiten, gecombineerd met een onvoorwaardelijke compassie met de medemens. Zij is permanent. dus ook 'buiten kantooruren', beschikbaar voor mensen in de stad die het minder voor de wind gaat.
De penning werd uitgereikt tijdens het congres 'De weg naar barmhartigheid en gerechtigheid', dat vanwege haar afscheid als adjunct-directeur van het Oecumenisch Diaconaal Centrum Stem in de Stad georganiseerd was. Korstjens is sinds 1988 actief in het diaconaal-maatschappelijk werk in Haarlem. Sinds 2000 was ze adjunct-directeur van Stem in de Stad. Reeds vanaf begin jaren tachtig was ze als vrijwilliger betrokken bij het. Aanloopcentrum, een dagelijkse plek van ontmoeting voor talloze mensen. In 2002 initieerde Korstjens voor Stem in de Stad de Eetvoorziening voor onder andere dakloze mensen zonder geld. Aan de organisatie rond deze voorziening deed zij, vervolgens ook zelf actief mee.

HAARLEMS DAGBLAD zaterdag 24 maart 2007
Hanny Kostjens bij afscheid onderscheiden
Door JOHN OOMKES
HAARLEM - In een  afgeladen Nieuwe Kerk nam een lichtelijk ontdane adjunct-directeur van Stem in de Stad, Hanny Korstjens,
gisterenmiddag de penning van verdienste van de stad Haarlem in ontvangst uit handen van wethouder Jan Nieuwenburg.
Dat gebeurde aan het slot van het door meer dan 350 deelnemers bezochte en daarmee volgetekende congres 'De Weg naar Barmhartigheid en Gerechtigheid'. Het evenement was Hanny Korstjens aangeboden in verband met haar afscheid als adjunct-directeur van de interkerkelijke organisatie.
Hanny Korstjens ontvangt de penning van verdienste vanwege haar bijzondere en langdurige verdiensten voor het diaconaal-maatschappleijk werk in Haarlem. Zj heeft zich volgens het stadsbetuur onderscheiden door haar uitstekende organisatorische kwaliteiten, gecombineerd met een onvoorwaardelijke compassie mer de medemens. Zij is permanent, dus óók buiten 'kantooruren', beschikbaar geweest voor mensen in de stad die het minder voor de wind gaat.
Hanny Korstjens is sinds 1988 actief  in het diaconaaI-maatschappelijk werk in Haarlem, eerst als vrijwilliger en vanaf 1991 als betaalde kracht. Zij hielp er honderden mensen op weg en zette er een succesvoIle eetvoorziening op touw.

Terug naar in de media
HAARLEMS DAGBLAD dinsdag 13 februari 2007
Vertegenwoordigers wereldgodsdiensten vinden elkaar in platform annex advieslichaam

Raad van Religies voor Haarlem
DOOR JOHN OOMKES
HAARLEM - Haarlemse representanten van de zes wereldgodsdiensten hebben elkaar gevonden in de Raad van Religies Haarlem (RvRH). De samenwerking krijgt niet alleen gestalte in een platform en een permanente uitwisseling van ideeen. Ze moet ook uitmonden in een multireligieuze adviesraad voor de overheid. Met de oprichting van de Raad van Religies in Haarlem (RvRH) wordt het op de beurt van het plaatselijk bestuur makkelijker voeling te houden met de verschillende gelovigen in de Spaarnestad. Dat is geen overbodige luxe, vertelt initiatiefnemer Jurjen Beumer (59), directeur van Stem in de Stad, een oecumenisch binnenstadspastoraat, dat al vaker een brug heeft geslagen tussen de verschillende gezindten.
Een Raad van Religies roept nadrukkelijk het gevoel van eenheid en verbroedering op. Na de moord op Theo van Gogh door Mohammed B. in 2004 was die tussen Haarlemmers van diverse origine juist ver te zoeken en bleek hoe broos de samenhang in de stad is. Toenmalig burgemeester Jaap Pop moest bij wijze van spreken de halve stad door om de mensen bij elkaar te houden.
Shmuel Spiero (38), rabbijn van de joodse gemeente in Haarlem, begrijpt de vanzelfsprekende aarzeling bij niet-gelovigen om brood in de RvRH te zien: "In het begin dacht ik ook: "Wat moet ik hiermee aan? Maar je kunt bij elkaar rechtstreeks doordringen in de kern van het geloof van de ander. Op die manier kun je leren van elkaar en begrijpen hoe weinig we eigenlijk van elkaar verschillen. Met de raad kunnen we als een eenheid naar buiten treden, vooral naar de lokale overheid toe. Laten zien dat we veel dingen samen kunnen doen en dat we ook wat kunnen betekenen voor de gewone Haarlemmers die je op straat tegenkomt en die niet zo belevend in hun geloof staan."
"Ik ben het hartstikke eens met Shmuel", zegt maatschappelijk werker Dilek Cakir-Üyük (45), "Je kan laten zien dat je met andere geloven kan leven, elkaar kunt respecteren zoals je bent. Het gaat mij vooral om het wederzijds begrip - elkaar ruimte en tijd gunnen. In de regeringsverklaring staat niet voor niets 'samen leven'. Dat geldt voor mij persoonlijk ook - ik kies ook niet
voor één specifieke moskee. Ik zet me overal in waar ze me willen hebben,"
Ook Aart Mak (53), secretaris van de RvRH en dominee van de Radiogemeente Bloemendaal, beweert dat: een dergelijk nieuw platform hard nodig is: "God verhoede dat we er in Nederland pas in verscheurende conflicten achterkomen dat we elkaar in al onze religieuze bevlogenheid helemaal niet kennen."
Behalve Aart Mak (namens het christendom), Shmuel Spiero (namens het jodendom) en Dilek Cakir-Üyük (namens de Turkse islam) zitten Suresh Soedhwa (namens het hindoeïsme), Fen. Heupers (namens het boeddhisme), Avi Ovadia (namens het jodendom), Toos Knijff (namens het christendom), Abdel Dokhene (namens de Marokkaanse islam), Janina Kooy (Baha'i) en Ernest Spronck (namens niet-gebondenen) in de RvRH.
Terug naar in de media

HAARLEMS DAGBLAD ZATERDAG 6 JANUARI 2007
Doorstart met kok Bert Jacobs
Toch weer eten bij Vincents
DOOR PIET ARP
HAARLEM - Nooit was het drukker in de eetzaal dan op de laatste dag dat Vincent's, het gaarkeukenrestaurant van de Vincentiusvereniging half november nog geopend was. Dagenlang al lopen de oude, trouwe klanten inmiddels langs bij het eethuis om te horen wanneer ze er terecht kunnen. Dinsdag 16 januari heropent burgemeester Schneiders Vincents aan de Nieuwe Groenmarkt.

Waar vind je dat nog: een maaltijd voor € 5,25, of een kindermenu voor € 4. Bert Jacobs, de nieuwe pachter van de gaarkeuken Vincents denkt voor deze prijs een volledige en gezonde, gevarieerde warme maaltijd te kunnen voorschotelen. Desgewenst vegetarisch. Deze kok weet waarover hij het heeft, hij werkte eerder al eens enige tijd in de keuken van deze 150 jaar oude warme maaltijdbereider voor mensen met een krappe portemonnee.
Het najaar begon slecht voor de Haarlemmers die gewend waren geregeld te eten bij Vincent's. De Vereniging Vincentius, al honderdvijftig jaar de exploitant van deze bijzondere, Haarlemse gaarkeuken, moest er maandelijks veel te veel geld op toeleggen. Een reorganisatie en restyling leverden niet de verbetering op waarop was gehoopt, zodat het bestuur besloot het eigen vermogen aan andere zaken te besteden. Om toch weer duurzaam, maar anders, de helpende hand te bieden. Het doek viel voor Vincentius, waar de laatste maaltijd in november werd uitgeserveerd.
De vaste eters - sommigen zitten al veertig jaar elke avond aan dezelfde tafel hun maaltijd weg te werken in de gezelligheid van een groter gezelschap - kwamen in opstand. En organiseerden een doorstart. Bert Jacobs, die al langer belangstelling had Vincents te pachten kreeg steun van financieel deskundigen en ondernemers als Hans van Amelsvoort, Rob Mesman en Willem van den Broek. Zij zullen ook de kwaliteit bewaken.
Vlak voor de kerst was de kogel door de kerk: Vincents mag een doorstart maken. 
Inmiddels werken enkele willigers elke dag om het restaurantinterieur een nieuwe uitstraling te geven. Een timmerman werkt aan een knusse hoek. Die was er vroeger ook, maar verdween pij een verbouwing. Wat ook terugkeert zijn twee lange tafels, waar mensen die graag in gezelschap eten bijeen kunnen zitten. Ook de kleinere tafels blijven.
"Wat ik leuk zou vinden is als de vaste klanten bij de heropening in plaats van bloemen iets persoonlijks van thuis meenemen voor aan de muur," dagdroomt Jacobs. "Sommigen zien dit al tientallen jaren als hun huiskamer, maar er is eigenlijk niets persoonlijks van hen bij. Dat kan dan veranderen."
De ruimte moet duidelijk nog wat sfeervol worden aangekleed; daar is een week de tijd voor
Jacobs heeft uitgerekend dat hij met 50 cent minder per maaltijd dan voorheen toch een volwaardige maaltijd kan aanbieden. Dat heeft alles te maken met slim inkopen. Voor € 5,25 eet je er goed, en mag je nog eens laten opscheppen door de in Vincents bekende opschepper Willem. Zoon Burak zal in de bediening bijspringen. Het blijft een voordelige eetkamer. 
En wil je iets extra's, dan kan dat tegen bijbetaling. En wat een groot voordeel is, je kunt direct aan de maaltijd beginnen tussen half vijf en half acht. Een snelle eter kan binnen tien minuten weer buiten staan.

Terug naar in de media
DE HAARLEMMER 14 DECEMBER 2006
'Dit doe ik...': diaconaal predikant
"Onze missie is dicht bij de mensen te zijn"
DOOR TINEKE DIJKSTRA
HAARLEM - "De mensen die hier komen, zijn om wat voor reden dan ook iets meer naar de marge van de samenleving geschoven. Ze zijn niet zielig. Ze bezitten ontzettend veel power om zich niet aan de duisternis te verliezen. Wij helpen hen in het proces om de lichte kant van het leven opnieuw te gaan zien. Wat dat betreft sluit onze filosofie goed aan op de adventstijd waar we nu in zitten, de aanlooptijd naar het feest van het licht", zegt Jurjen Beumer, directeur van Oecumenisch Diaconaal Centrum Stem in de Stad.

Twintig jaar geleden richtte diaconaal predikant Jurjen Beumer Stem in de Stad op.
"Wij zijn een centrum van de oecumenische kerken in Haarlem. De protestantse gemeente, de katholieke kerk, de doopsgezinde, Lutherse en de remonstrantse kerk. Allemaal doen ze mee in deze organisatie. Het kenmerk van diaconie is, dat het praktisch is. Hoe concreter hoe beter. Onze missie is om dicht bij de mensen te zijn en dan vooral bij mensen, die het minder voor de wind gaat. Wij bekijken wat er aan de hand is en hoe je daar op een bepaalde manier op in kunt spelen vooral door persoonlijk contact. Uit de ontmoeting met mensen, die op wat voor gebied dan ook in nood zijn, ontstaat werk. Ons werk heeft zich almaar uitgebreid. We hebben nu zeven afdelingen met zeven vaste medewerkers, die elk op hun terrein veel werk verzetten. Behalve op hen draait onze organisatie ook op de vele, onmisbare vrijwilligers", vertelt Jurjen.
De kern waar alles zich afspeelt, is Het Aanloopcentrum. "Op deze ontmoetingspIek, die zeven dagen per week geopend is, lopen wekelijks honderd mensen het gebouw in en uit. Voor een kopje koffie, een praatje, of voor een persoonlijk gesprek. Hier heeft zich in de loop der jaren een ware gemeenschap gevormd."
Stem in de Stad ondersteunt ook asielzoekers en vluchtelingen in nood. "Als verblijfplaats is er een noodopvang waar asielzoekers tijdelijk kunnen wonen. Er wordt ook gebruik gemaakt van kamers en woonruimte, die mensen tijdelijk ter beschikking gesteld hebben. Dit werk is moeilijk en zwaar, vooral in de laatste fase, waarin beslissingen gaan vallen, proberen we hen met z'n allen zoveel mogeljk te helpen

Mediator
Jurjen: "De afdeling Diaconaal Werk zet zich in om mensen terug in de voorzieningen te krijgen. Er is in steden een groot aanbod op het gebied van welzijnswerk en maatschappelijk werk, waardoor sommigen door de bomen het bos niet meer zien. WIj kunnen dan als mediator tussen verschillende instellingen optreden. Een drugsgebruiker kan bij ons natuurlijk een kop koffie krijgen, maar als hij niet meer bij de Brijder Stichting is, moet hij daar toch echt wel weer naar toe." De afdeling Eetvoorziening is vooral voor mensen, die verslaafd of dakloos zijn. "Drie keer in de week worden hier gratis maaltijden verstrekt aan mensen, die buiten hun schuld geen geld hebben om te eten", zegt Jurjen. "Diaconie is praktisch kerkenwerk Het is maatschappelijk actief zijn in de stad. Deze inzet vereist ook reflectie en bezinning, viering en verdieping. De afdeling Religie, Cultuur en Spiritualiteit organiseert stadsvieringen in de Groenmarktkerk, maar ook in ons gebouw stadslezingen, die zich toespitsen op zingeving en religie. Daar komen heel veel mensen op af. Onze core business is omgaan met mensen die aan de onderkant van de samenleving vertoeven, maar als wij een brug kunnen slaan naar de sterken in de samerileving, de culturele kant, dan doen wij dat."

Voldoening
Het werk als diaconaal predikant bij Stemin de Stad geeft Jurjen veel voldoening. "Ontmoetingen met mensen, die op wat voor fronten dan ook met de rug tegen de muur staan, roepen échte levensvragen op. Wij ervaren, dat gesprekken hierover helend kunnen zijn. Je krijgt er dus ook veel terug, wan het is goed te zien, dat mensen die een crisis doormaken toch weer kracht krijgen om vanuit het duister naar het licht te kijken. Die hoop is voor iedereen, die wil zien", is de overtuiging van Jurjen.
 
Terug naar in de media
HAARLEMSDAGBLAD 16 NOVEMBER 2006
DOOR PIET ARP
Tegenstanders van sluiting hebben twee weken om reddingsplan boven tafel te krijgen
Vincent's niet alleen voordelige hap

Het nieuws kwam keihard aan: Na 151 jaar sluit Vincent's eind deze maand de gaarkeuken aan de Nieuwe Groenmarkt in Haarlem. Per werkdag moet vijfhonderd euro worden toegelegd op deze charitatieve maaltijdzorg voor ouderen, alleenstaanden, eenzamen, gehaasten en mensen met een kleine portemonnee.

Om nu te zeggen dat de allerarmsten hier elke dag voor €5,75 hun warme prak betrekken, nee. Vincent's vervult nog steeds een belangrijke sociale functie in het leven van tientallen trouwe bezoekers, maar het geld van de tekorten zou voor projecten elders in de stad een betere bestemming krijgen, vindt het bestuur van de Vincentiusvereniging.
Aan een van de ronde tafels in de restaurantruimte aan de Nieuwe Groenmarkt groept dinsdagavond een kluitje vaste klanten samen dat niet zonder Vincent's verder wi1. Er moet toch een uitweg uit de grote financiële nood te vinden zijn. Zo leeg is het toch niet in de wat rokerige eetzaal? Ideeën flitsen heen en weer over tafel. Misschien wil een ondernemer met een sociaal hart wel het dagelijkse financiële risico lopen. Wellicht wil de gemeente bijspringen, al was het maar om de aanloopkosten van een bperkte doorstart te kunnen betalen. Wie weet is er een weldoener à la TomTom-oprichter die een heel klein stukje van zijn vermogen wil inzetten om 'de ontmoeting' in Vincent's overeind te houden. Want dat is tegenwoordig de voornaamste taak van het eethuis, dat ooit als spijskokerij en gaarkeuken Voor de allerarmsten begon
Schenk: "Rijk en arm zit hier door elkaar, rangen en standen zijn er niet. Iedereen kan hier met elkaar praten. Je kunt alleen aan een tafeltje gaan zitten, maar wil je aanspraak, dan sluit je je aan bij een groepje eters. Ik kom hier niet af en toe omdat ik zelf niet zou koken- ik heb een gezin - maar de ontmoetingsfunctie die je hier aantreft spreekt me heel erg aan. Het is hier echt geen daklozenbende."
Anderen zitten helemaal niet zo te wachten op diepgravende gesprekken met andere hongerigen, terwijl ze toch opleven in het geroezemoes van de avondmaaltijd. En dat maal is altijd stevig en direct klaar. Er is keus uit verschillende groenten, de aardappels naar wens gekookt of gefrituurd, er zijn verschillende soorten vlees. Met wat extra bijbetalen is er ook een voor- en een nagerecht.
Richt je je alleen op het eten, dan is Vincent's dat bezoek al waard. Als bij de bedrijfskantine schuif je met je bord langs de balie, laat dat vullen met wat je wilt en je rekent af. Dinsdag waren de aardappels met andijvie en twee  ballen gehakt niet te versmaden.
Helaas loopt bijna elke Haarlemmer voorbij aan dit goedkope eetadres. Op de Nieuwe Groenmarkt zie je niets van Vincent's, geen uithangbord laat zien dat je hier heel voordelig kunt eten. Allen de kenners stappen doelgericht de uitnodigend openstaande deur naast het buurtcentrum Binnensteeds binnen.
De mannen en vrouw aan de tafel weten precies waarom. Ondanks de bijzonder laagdrempelige voorziening die de eetgelegenheid wil zijn is de drempel eigenlijk torenhoog. Dat obstakel heeft weinig met het prijskaartje te maken. "Eten bij Vincent's, dat is eten tussen de kneuzen, zwervers en mensen met psychische problemen, denkt men. "Gemeenteambtenaar Hans van Amelsvoort weet dat dàt niet waar is. En W. van den Broek: "Geen niet-Haarlemmer heeft er ooit van gehoord, en de Haarlemmer die er van weet, moet er naar zoeken." En loopt rond met het vooroordeel, dat Vincent's een kneuzenvoorziening is, terwijl geen Haarlemmer zich graag tot de kneuzen rekent. 
Aan de tafel naast de toekomstplannenmakers zit Krijn Kramer, voorzitter van de Vincentiusvereniging Haarlem, de eigenaar van de spijskokerij en huidig eethuis Vincent's. Als hij zijn eten op heeft schuift hij aan. Eigenlijk is de oude doelgroep voor het eethuis verdwenen, vermalen tussen de groeiende welvaart en schrijnende armoede. De armsten kunnen zich een warm maal bij Vincent's niet permitteren. Kramer: "Als je afhankelijk bent van de Voedselbank heb je niet meer dan 20, 30 euro per week om je gezin te voeden. Dan is dit veel te duur."
Studenten, enkele tientallen jaren geleden een van de grootste bezoekersgroepen, eten of op hun kamer een stoommaaltijd, of ze eten wat bij de Hogeschool. Voor alleenstaanden zijn eetcafés niet veel duurder dan Vincent's; en ouderen hebben tegenwoordig hun heel voordelige open eettafels. in de verzorgingshuizen in de buurt; Wie wil er dan nog naar de gaarkeuken aan de Groenmarkt?
Alleen degenen die om een praatje verlegen zitten.Daarvan zijn er genoeg, denkt de vaste kern. "Ik eet of hier, of thuis. Ik heb als ik hierheen ga helmaal geen behoefte aan een eetcafé of een restaurant. Hier kom ik voor de gezelligheid. Je maakt eens een praatje. En heb je haast, dan ben je al snel weer weg." Ideaal dus ook voor de ondernemers in de binnenstad, van wie er heel wat bij Vincent's binnenstappen, verzekert ondernemer RobMesman. Het is gewoon handig om tussen het werk door hier even in een paar minuten tijd voor weinig geld wat te eten. En dat geldt ook voor gemeentembtenaren als Han van Amelsvoort, die er meteen aan toevoegt: "maar het is voor Vincentius natuurlijk niet de bedoeling om als kantine voor het stadhuis te functioneren."Desalnietemin schuift Van Amelsvoort geregeld aan in de rij voor de opschepbalie. Vanwege het gemêleerde gezelschap dat hier dagelijks binnenstapt.
En nu is het zaak in twee weken tijd eenreddingsplan te bedenken, door te rekenen en langs het bestuur van de Vincentiusvereniging te laveren Het gesprek dat dinsdagavond, met Kramer op gang kwam kan zowel weinig- als veelbelovend zijn. De laatste maaltijd wordt 30 november opgeschept, dat staat voor het bestuur vast, stelt Kramer. "Er moet vijfhonderd euro per dag bij. Dat is heel veel geld, voor een voorziening die niet meer helemaal beantwoordt aan het sociale doel er altijd achter stak." Een tekort van enige tienduizenden euro's op jaarbasis zou nog te verantwoorden zijn als daarmee "de ontmoeting" is veilig te stellen. Maar nu gaat dat geld met veelvoud daarvan de deur uit De prijzen verder verhogen "Nee, nu al is Vincent's duurder dan de maaltijd in het verzorgingshuis."
Het warme eten is toch nog altijd vooral bedoeld voor mensen met maar weinig geld. Dat mensen van allerlei slag elkaar hier ontmoeten is echter wel enig verlies waard. In augustus echter zag het bestuur dat de laatste aanpassingen om Vincent's betaalbaar te houden niet aansloegen. Het aantal bezoekers, ooit zeshonderd per dag is nu nog maar een tiende daarvan. Dat kost te veel. "Maak dan eens wat reclame, timmer aan de weg, laat zien waar Vincent's voor staat". De ideeën rollen over tafel voor het voeren van een klinkende campagne om het eten weer dagelijks op honderden borden te  laten dampen. Kramer: "Nee, we hebben al tweemaal een reddingspoging ondernomen. Als bestuurders moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen om op tijd te stoppen. Hoezeer het ons ook aan het hart gaat dat daarmee een traditie van anderhalve eeuw verdwijnt. We kunnen niet nu al ons kapitaal verbruiken, terwijl we niet weten wat de sociale noden over een kwart eeuw zijn. Dan is men ons misschien dankbaar dat we op tijd zijn gestopt."
Maar, laat Kramer doorschemeren, "als er iemand is met een half miljoen euro om het tekort van vijf jaar af te dekken, dan valt te praten over een doorstart." Een half miljoen. Waar haal je dat nu weer in een paar dagen vandaan? 0 ja, en dan mag de exploitatie niet commercieel zijn en ze moet blijven voldoen aan de statuten. Vincent's, dat valt onder de 'werken van barmhartigheid'. Het sociale mag niet uit het oog worden verloren.
 Kramer moet weer weg. Hij laat het gezelschap in vrees en met een klein beetje hoop achter. Over een doorstart valt nog
steeds te praten. Dat is alvast iets. Nu alleen zorgen dat de continuïteit voor vijf jaar is gewaarborgd. "Ik heb al contact gehad met enkele gemeenteraadsfracties", zegt Van Amelsvoort. "Misschien dat vanuit die hoek hulp te verwachten is." Een boomlange man, Bert Jacobs, die even eerder met Kramer had zitten eten, staat even stil bij de tafel. "Ik wil dit graag pachten," zegt de man. Hij is hier geen onbekende. Jaren kookte hij voor Vincent's; "Als ik hier aan de slag kan ga ik weer zelf koken, de prijs kan zelfs nog wat omlaag, want op de inkoop valt heel veel te besparen. En ik kan wat verdienen voor de Vincentiusvereniging, ik weet veel oude klanten mee terug te halen." Zelf heeft hij echter niet veel vertrouwen in de haalbaarheid van de doorstart. "Ik heb dit een paar jaar geleden al voorgesteld, en begin dit jaar. En nu weer, maar het bestuur reageert er niet op." Hij vertrekt, terwijl hij verzekert: "ik kan als het moet 1 december beginnen." 
De eters aan de tafel zien hierin een lichtpunt. Er moet, spreken ze even later af, maar eens uitvoeriger met Jacobs worden gepraat. Zijn bedrijfsplan bekijken, garantstellingen zien binnen te slepen. "Als Jacobs het risico wil lopen, wie zijn wij dan om dat tegen te houden?" vraagt Van den Broek zich af. "Als de pacht voor de ruimte gering is en hij inderdaad op kosten kan besparen en meer eters weet binnen te halen zou er een kans van slagen kunnen zijn." Een belangrijk struikelblok is echter nog steeds, dat de nieuwe opzet van Vincent's moet blijven passen in het sociale kader waarin het ooit is gestart. Voor mensen met weinig geld of aanspraak, een werk van barmhartigheid. Daarmee staat of valt de doorstart.
Ietsje hoopvoller gestemd brengen de eters hun vuile vaa.t terug. Na het galgenmaal van 30 november komt er misschien toch een vervolg.

Barmhartigheid

De Vincentiusvereniging begon in 1855 als spijskokerij, een gaarkeuken waar de armsten een warm maal konden ophalen om thuis te eten. Vooral na de Tweede Wereldoorlog was Vincentius aan de Nieuwe Groenmarkt uiterst populair bij jongeren, alleenstaanden en ouderen. Voor heel weinig geld zorgde uitbater Samson voor een goed maal. Aan de lange, rechte tafels had je altijd goed gezelschap aan de honderden medebezoekers. Om de kosten te drukken werd de eigen kok alweer jaren geleden afgeschaft, en nu zorgt een cateraar voor de maaltijden, die in de moderne keuken alleen nog maar opgewarmd hoeven worden. Het eethuis Vincent's is landelijk de laatste gaarkeuken die nog onder verantwoordelijkheid van de Vincentiusvereniging wordt gerund. Eten en kleden; dat zijn de werken van barmhartigheid waar de (r.k.) Vincentiusvereniging zich altijd op heeft gericht. In de Zoetestraat is een magazijn voor tweedehandskleding, die wordt uitgereikt aan asielzoekers en anderen in grote nood. DeVincentiusvereniging verleent het buurtcentrum Binnensteeds onderdak, evenals de stichting Stem in de Stad, van de gezamenlijke kerken in Haarlem. Daar komen dagelijks vele tientallen mensen naar de ontmoetingsruimte, die zelfs wat te klein begint te worden.
Overwogen wordt Stem in de Stad overdag extra, ruimte te bieden in het restaurant.

Appartementen

De Vincentiusvereniging is in Haarlem eigenaar van een gebouwencomplex aan de Nieuwe Groenmarkt en Zoetestraat. Daar vinden Stem in de Stad, Binnensteeds en Vincent's onderdak. In plaats van 500 euro per dag verliezen op de maaltijdvoorziening van Vincent's is het misschien beter, aldus bestuurslid H. Moné, het geld aan de echt allerarmsten in de stad te besteden. De twee caravans die de vereniging voor vakantiedoeleinden voor arme gezinnen bezit zijn oud en worden binnenkort afgestoten. "In plaats daarvan willen we voortaan standaard vakantiehuisjes huren voor een vakantie aan zee voor eenoudergezinnen." De Voedselbank krijgt steun van de vereniging, de opvang bij Stem in de Stad eveneens. Driemaal per week is hier een eetvoorziening voor mensen die echt helemaal geen eten hebben. Daar blijft Vincentius ook in de toekomst voor koken, met vrijwilligers, aldus Moné. Vrijwilligers zouden ook een nieuw Vincent's kunnen runnen. "Ineen aantal steden zijn 'van harte' restaurants ontstaan, waar een tot twee avonden per week voor € 2,50 gegeten wordt, de maaltijden zijn samengesteld door vrijwilligers. We onderzoeken of dit ook iets is voor Haarlem!'
Daarnaast gaat de vereniging het vastgoed dat het in beheer heeft ontwikkelen. De verdiepingen boven Vincent's, Binnensteeds en Stem in de Stad zouden kunnen worden verbouwd tot appartementen en verhuurd. Misschien in combinatie met wat nieuwbouw. Er worden nu drie ontwerpen uitgewerkt die eind dit jaar gepresenteerd worden. De appartementen worden niet zomaar aan iedereen verhuurd, aldus Moné. "We denken meer in de richting van een focusproject, dus voor begeleid wonen." Zo blijft de vereniging actief op het terrein van de werken van barmhartigheid, terwijl de investeringen zich op de lange duur grotendeels terugverdienen.

Terug naar in de media

HAARLEMS DAGBLAD ZATERDAG 28 OKTOBER 2006
Armoedeprobleem bij de wortel aanpakken
'Voedselbank is toch niet wat we willen?'
DOOR ILSE THOONSEN
HAARLEM - De Voedselbank moet verdwijnen. Het kan niet zo zijn dat Haarlemmers wennen aan het bestaan en deze voedselverstrekking aan armen als vanzelfsprekend beschouwen.
Dat vinden Anneke Abma van Stem in de Stad en Clazina Zwanenberg van het Platform Minima Organisaties.' Zij willen dat het armoedeprobleem bij de wortel wordt aangepakt.
De Haarlemse Voedselbank draait àI bijna anderhalf jaar. Wekelijks verdelen vrijwilligers kratten vol voedingsmiddelen aan mensen die van minder dan een minimuminkomen moeten leven. Zo'n 175 huishoudens doen elke week een beroep op de Voedselbank.In dat opzicht is de bank een succes te nemen, ook al is het een succes met een nadrukkelijke keerzijde. Toch zien Anneke Abma, bestuurslid van de Voedselbank én diaconaal werker bij het diaconaal, centrum Stem in de Stad en coördinator Clazina Zwanenberg van Platform Minima Organisaties liever dat de Voeselbank ophoudt te bestaan.
"Het is heel dubbel", benadrukkken beiden. "We zijn blij dat je met de Voedselbank iets kan doen voor mensen die het nodig hebben. Tegelijkertijd is het een schande dat er zoiets bestaat en zit het in de sfeer vàn bedelen." Abma, die als diaconaal werker aanvragen voor pakketten beoordeelt, heeft een 'raar gevoel' bij de voedselverstrekking. De inzamelacties die de Voedselbank afgelopen periode hield bij supermarkten, versterken het dubbele gevoel nog eens, legt ze uit. "Eigenlijk heeft de bank twee doelen: het bestrijden van armoede en het tegengaan van verspilling door het verdelen van levensmiddelen die anders worden doorgedraaid. Door voedsel rechtstreeks van de supermarkt te betrekken door klanten te vragen of ze een bijdrage willen leveren aan pakketten, zoals bij die acties, verlaten we het tweede pad."
Maar het belangrijkste vinden beiden dat een Voedselbank geen oplossing is voor het echte probleem. Dat is volgens hen de hoogte van uitkeringen in Nederland. "Je moet het probleem bij de wortel aanpakken", aldus Zwanenberg. "We willen dat de Voedselbank eigenlijk niet bestaat. We willen dat het armoedeprobleem op een andere manier wordt opgelost."
"Het is eigenlijk niet normaal dat we voedsel uitdelen. We moeten er niet aan wennen dat er een Voedselbank is", vindt Abma. "Want dan wordt er straks gezegd dat uitkeringen laag kunnen blijven omdat er toch een Voedselbank bestaat. Dat is nu al bijna het geval aangezien we al zo'n anderhalf jaar draaien. Ik vind het mensonterend en een ondermijning van dewaardigheid van mensen."
Abma en Zwanenberg menen dat vooral de landelijke overheid het zich moet aantrekken dat voedselbanken als paddenstoelen uit de grond schieten. "Daar wordt de hoogte van de uitkeringen bepaald. De kosten voor levensonderhoud zijn gigantisch gestegen. Ziektekosten zijn toegenomen, de huurtoeslag is afgenomen", schetst Zwanenberg. Abma: "Elk tientje telt als je weinig te besteden hebt. De overheid verzuimt de uitkeringen aan dat soort ontwikkelingen aan te passen."
Toch moet ook de gemeente Haarlem zich aantrekken dat er inwoners zijn die uit nood bij de Voedselbank aankloppen, stellen de twee. "De vraag is hoe Haarlem omgaat met bijvoorbeeld de extra bijstand", aldus Zwanenberg. "Er is onder andere door het Sociaal Cultureel Planbureau vastgesteld dat er jaarlijks heel veel geld uit extra potjes voor bijvoorbeeld schoolbijdragen ofbijzondere bijstand ongebruikt blijven. Om ervoor in aanmerking te komen, moet je soms door een woud aan formulieren worstelen. De gemeente kan die voorzieningen makkelijker toegankelijk maken."
Direct de stekker uit de Voedselbank trekken is ook geen oplossing, snappen Abma en Zwanenberg. Ze bereiden nu een werkconferentie voor waar de Voedselbank, het Platform Minima Organisaties én de gemeente de koppen bij elkaar moeten steken om na te denken over de vraag wat wél de toekomst van de Voedselbank is. "We willen dat de gemeente een visie vormt en dat we bondgenoten in armoedebestrijding worden. Want dit voedsel verstrekken willen we toch niet met zijn allen jaren blijven doen? Het is in feite vijftig jaar terug gaan in de tijd."

Terug naar in de media

HAARLEMS DAGBLAD 27 oktober 2006
Ingetogen woede bij wake in Hoofddorp
DOOR RENÉ VAN TRIGT
HOOFDDORP - "Het asielbeleid is koel en hardvochtig geworden. De afschrikwerking staat voorop, en niet de bescherming van vluchtelingen."
Tineke Lintjes verwoordde gisteravond het gevoel van veel van de honderdvijftig aanwezigen die waren afgekomen op 'de wake bij het raadhuis van Hoofddorp. Al snel werd duidelijk dat niet alleen de elf doden werden herdacht, die gisteren een jaar geleden zijn omgekomen tijdens de fatale Schiphol brand.
Ook het maatschappijkritisch koor Morrend Volk greep de legenheid aan om met ingetogen woede de strijd aan te binden met het huidige Nederlandse asielbeleid.:Haarlemmeer is een mooie plek om te wonen zo bracht het koor zingend ten gehore: Het is een ondernemende plaats, een magneet voor bedrijven, een bron van werkgelegenheid. Maar met één rotte plek, een smet en die heet het detentiecentrum Schiphol Oost, het 'Robbeneiland van de polder'.
Tineke Lintjes, werkzaam bij Stem in de Stad in Haarlem, kende één van de omgekomen asielzoekers, de Turk Kemal Sahin, die zij begeleidde en kort voor zijn dood nog gesproken had. Tijdens haar emotionele toespraak gaf ze hem een gezicht.
Dat was precieswaar veel bezoekers gisteravond op af waren gekomen, zoals de Hoofddorpse M.Scholte: "Aanvankelijk ging het om elf anonieme slachtoffers. Als vluchteling zaten ze opgesloten in een cel, terwijl ze niets hebben misdaan. Ik ben vanavond gekomen om ze te herdenken. Deze herdenking draagt ertoe bij dat ik ze één voor één leer kennen. Deze brand is een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Haarlemmermeer. Dit mag nooit meer gebeuren."
Intussen heeft de Stichting Prime, die zich inzet voor asielzoekers, zeven foto's van de dode Kemal Sahin op internet gepubliceerd. Zijn lichaam is op de beelden zwaar gehavend. Het ministerie van justitie noemt de actie 'uiterst smakeloos'.
In de Dominicuskerk in Amsterdam had gisteren een landelijke bijeenkomst plaats. De herdenking in Hoofddorp kreeg later op de avond een vervolg bij het detentiecentrum zelf, waar een nachtwake werd gehouden tot acht uur vanmorgen

Terug naar in de media

HAARLEMS DAGBLAD 26 oktober 2006
Haarlemmer Kemal Sahin kwam vandaag een jaar geleden om bij cellenbrand
'Hij geloofde niet dat hij werd vastgezet'
DOOR DIEUWERKE ANTOONS
HAARLEM- Er is weinig veranderd sinds de Schipholbrand. Nog steeds worden uitgeprocedeerde asielzoekers vastgezet in een poging te retourneren naar hun land van herkomst. "De schrik zit er in, mensen zijn angstig", vertelt Tineke Lintjens van Stem in de Stad, het diaconaal aanloopcentrum van de oecumenische kerken. De stichting biedt asielzoekers een helpende hand.
Lintjens maakt de tragedie rond de Schipholbrand van dichtbij mee. Eén van de cliënten van haar stichting, de Haarlemse asielzoeker Kemal Sahin, kwam om in die brand, vandaag precies een jaar geleden.
Toen Kemal bij de gemeente een stempel haalde werd hij naar het cellencomplex bij Schiphol gebracht. "We zeiden tegen hem, ga nu niet stempelen, ze pakken je op en sturen je terug," verzucht Lintjens. Maar Sahin ging toch. Zonder die stempel zou de overheid zijn dossier sluiten met de melding dat hij met onbekende bestemming was vertrokken. Dat wilde Sahin ten koste van alles vermijden, ondanks dat zijn advocaat en Lintjens hem vertelden dit niet te doen. "Kemal kon gewoon niet geloven dat de overheid hem zou vastzetten en terug zou sturen", zegt Lintjens. "Ik hoor het hem nog zeggen: 'Maar dit is een democratie." Sahin wilde zich aan de regels houden en moest dit bekopen met een paar nachten cel en uiteindelijk de dood. "Het is zo wrang," constateert Lintjens.
Nog steeds moeten asielzoekers om de maand, of zelfs om de week, zich melden bij de gemeente voor een stempel. De dood van Sahin heeft een grote impact gehad op de andere clienten van Stem in de Stad. Ze zijn bang dat ook zij worden opgepakt. "Zijn kamergenoot heeft vreselijke nachtmerries gehad. Hij was zo bang dat hem hetzelfde zou overkomen."
Sahin kwam elke dag een paar maal bij Stem in de Stad Haarlem. "Soms wel vier keer op een dag. We werden wel eens gek van hem." Hij was een verwarde man, maar ook geliefd. Andere cliënten van de instelling noemden hem 'papa'. Als Koerd moest Sahin uit Turkije vluchten. Hij maakte vele omzwervingen en kwam uiteindelijk in Nederland terecht. "Door die ervaringen was hij er psychisch slecht aan toe."
Omdat Sahin op een dag niet langskwam, vreesde Lintjens het ergste. "Ik maakte me meteen zorgen. Toen hij een dag later belde dat hij vast zat en medicijnen nodig had, zei ik hem dat ik het donderdag zou komen brengen. De nacht ervoor brak die verschrikkelijke brand uit en hoefde ik niet meer te komen." Ze toont een foto van een paar plastic zakken. "Daar zaten zijn kIeren en medicijnen in. Het is alles wat er nog is achtergebleven."
Na zijn dood was het Lintjens die naar Turkije ging om Sahins begrafenis bij te wonen. "De overheid heeft gezorgd dat zijn lichaam in Turkije kwam. Ik reisde samen met twee neven van Kemal, mee. Het was midden in de nacht en zijn familie stond ons op te wachten op het vliegveld. Het was heel emotionee!"
"Ik probeerde zijn familie uit te leggen wat er was gebeurd, maar het was lastig. Waarom is hun broer en oom vastgezet als hij niks heeft misdaan? Ze wilden niet geloven dat zoiets in Nededand kon gebeuren."
Lintjens is blij dat ze bij de begrafenis is geweest. "Het was heel puur, heel mooi en ik kon het gebeuren voor mezelf afsluiten."
Het spijt de stichting dat de overheid nog steeds zo omgaat met asielzoekers. "Ik heb dat ook uitgelegd aan Sahins familie. De overheid heeft fouten gemaakt en daar krijg je niemand mee terug."

Terug naar in de media